Reportage

Addis Abeba is het bruisende hart van Afrika

De band Ethiocolor wisselt een stammendans af met moderne muziekstijlen en Ethiopische hits uit de jaren zeventig Beeld Yvonne Brandwijk

Melaku Belay schopte het van straatjongen tot wereldberoemd danser. Dit is de laatste aflevering over nieuwe wereldsteden: de Ethiopische swing verovert de wereld.

De populairste nachtclub van Addis Abeba ligt verscholen achter een muur van golfplaten. Pas nadat je door een garagebox bent gelopen, langs een dame die koffiezet op een vuurtje op de grond, beland je op de plaats waar het gebeurt; een soort bedoeïenentent met gekleurde doeken aan de wand en een plafond van palmbladeren. 

Het is zeven dagen in de week druk bij Fendika, maar op vrijdag als de band Ethiocolor optreedt, puilt de kleine club letterlijk uit. Het publiek – jong en lokaal – zit schouder aan schouder op lage krukjes. Wie er niet bij past, juicht de dertienkoppige band toe vanaf de binnenplaats. Als Melaku Belay, bandleider en danser, het podium op rent, gaat het los. Belay, een pruik van bavianenhaar op zijn hoofd, een speer in de hand, springt, schokt en tolt tot zijn lichaam verandert in één trillend geheel. Het publiek joelt, klapt, fluit en beantwoordt massaal zijn vraag om de eskista, vrij vertaald de schouderdans, te dansen.

Melaku Belay Beeld Yvonne Brandwijk

Ethiocolor is folklore voor de 21ste eeuw. Een mix van zangers, dansers en muzikanten van 17 tot 79. Ze spelen jazz en rock op traditionele instrumenten en mengen dat met Ethiopische muziek uit verschillende regio’s en tijden. Na een stammendans volgt met gemak een hit uit de jaren zeventig. “Ik wil aantonen dat je het muzikale erfgoed van Ethiopië met een grote mate van creativiteit kunt uitvoeren terwijl het zijn identiteit behoudt”, zegt Belay. Hij zoekt overal in het land naar vergeten instrumenten en onbekende dansstijlen en toerde met de band door Europa en de VS.

Bekijk onderstaande video en krijg een indruk van Addis Abeba. Melaku Belay vertelt over zijn leven in Fendika. Bekijk de hele webdocumentaire op futurecities.nl.

Straatjongen

Een bijzonder succesverhaal, zeker als je bedenkt dat Belay ooit op straat leefde. Hij deed alles om te overleven, van schoenen poetsen tot zakdoeken verkopen. Bij Fendika danste hij voor fooien die hij deelde met zijn maten van de straat. “Ik was het rijkste straatkind van Addis”, lacht hij. Inmiddels is de club van hem en op de plek onder de bar waar hij sliep, woont nu de nieuwe generatie artiesten. Twaalf getalenteerde jongens en meisjes vanuit heel Ethiopië. Belay biedt ze onderdak en werk in de club, stuurt ze naar school en opent een spaarrekening voor ze. Diverse artiesten die bij hem onder de bar sliepen, hebben nu zelf een club of een carrière in de muziek.

Fendika is de populairste nachtclub van Addis Abeba Beeld Yvonne Brandwijk

Terwijl de wereld blijft hangen het cliché van honger in de woestijn, Bob Geldof en Live Aid, ontpopt Addis zich tot muzikale hotspot. Elke avond zijn er optredens, in een hotellobby, bar of nachtclub. De bands spelen reggae, pop, hiphop of Ethio-jazz, een stroming in de jazz waarin Afrikaanse klanken worden gemixt met Amerikaanse jazz, latin en funk. Intussen groeit de economie al decennia – het Internationaal Monetair Fonds noemt Ethiopië een van de vijf snelst groeiende economieën ter wereld.

Wat Ethiopië muzikaal zo uniek maakt, is het gebruik van een pentatonische toonladder, vijf noten dus, met een lange tussenpauze tussen sommige noten. Het zorgt voor mysterieuze melodieën, ‘een gevoel vergelijkbaar met je voet die een traptrede mist in het donker’ volgens de Franse muziekarcheoloog Francis Falceto. Hij raakte zelf betoverd en besloot een albumserie uit te geven met Ethiopische muziek uit de jaren zestig en zeventig. De serie Ethiopiques telt inmiddels dertig delen, Falceto won de BBC World Music Award en gaf vergeten artiesten zoals Mulatu Astatke – de vader van Ethio-jazz – een tweede carrière.

Melaku Belay (in wit gewaad) leerde dansen op straat Beeld Yvonne Brandwijk

Belangrijker dan de toonladder is het feit dat Ethiopië, als enige land in Afrika, al drieduizend jaar onafhankelijk is, op de korte Italiaanse bezetting tussen 1936 en 1941 na. De Ethiopische geest is ongekrenkt en de schoonheid onaangetast, dat hoor je in de muziek.

Vraag een Ethiopiër naar zijn roots en hij komt ongetwijfeld met het meest trotse moment van de natie; de slag bij Adwa in 1896, toen de Ethiopiërs met overwegend speren het Italiaanse leger versloegen. Deze overwinning maakte Addis Abeba tot diplomatieke én culturele hoofdstad van Afrika. Alle landen stuurden hun ambassadeurs naar het onafhankelijke Afrika, waaronder de Russische tsaar, die met zijn diplomaten veertig blaasinstrumenten en een bandleider meestuurde als cadeau aan Menelik II. De keizer droeg de liefde voor orkestmuziek over op zijn opvolger Haile Selassi. In de jaren vijftig had het keizerlijk instituut (politie, lijfwachten en het leger) een eigen orkest en heel Addis danste erop.

Een optreden in Fendika Beeld Yvonne Brandwijk

De scene die dit voortbracht werd door het marxistische regime van dictator Mengistu, die in 1974 met een staatsgreep een einde maakte aan het keizerlijk bewind, echter volledig om zeep geholpen. Een avondklok en extreme censuur veranderden ‘swinging Addis’ in een spookstad. Talloze muzikanten werden opgepakt, vluchtten naar het buitenland of schreven gedwongen socialistische liedjes. Achttien jaar was er geen nachtleven met als gevolg dat de ontwikkeling van de moderne Ethiopische muziek radicaal stopte.

Het regime viel in 1991, maar het zou nog jaren duren voordat Addis haar swing terug had. “De mensen waren zo gewend aan de avondklok dat het nachtleven maar langzaam weer op gang kwam”, zegt muziekcriticus Heruy Arefeaine.

Zelf keerde hij in 2000 terug vanuit New York om het eerste muziekfestival in de stad te organiseren. “Addis is nu echt happening”, zegt hij met een onvervalst Amerikaans accent. De scene noemt hij amázing: een spannende mix van terugkeerders, legendarische muzikanten en jonge musici. Heruy Arefeaine: “Ze hebben hun wortels stevig in het verleden en zijn vernieuwender dan ooit.”

Tachtig procent van de binnenstad van Addis Abeba bestaat uit huizen zonder stromend water en riolering Beeld Yvonne Brandwijk

Red Hot Chili Peppers

Fendika is dé plek om kennis te maken met deze innovatieve muzikanten. Belay programmeert elke avond een bijzonder ensemble. Hij nodigt inheemse muziekgroepen uit om op te treden en werk samen met flamencozangers en hiphoppers. Ook de Nederlandse punkband The Ex was bij hem te gast en de bandleden van de Red Hot Chili Peppers raakten na een avond in Fendika zo geïnspireerd dat ze hun volgende single Ethiopia noemden.

“Het wordt tijd dat de wereld ziet wat hier gebeurt”, zegt Belay. De culturele isolatie heeft ervoor gezorgd dat de tradities behouden zijn, maar hij ziet ook dat Ethiopiërs op zichzelf zijn gericht. Veel artiesten treden lokaal op waardoor de muziek, afgezien van de Ethiopiques en Mulatu Astatke, onbekend blijft.

Haddis Alemayehu staat te popelen om dit te veranderen. De 26-jarige muzikant, voetbalshirt in reggae kleuren en een wilde afro, treedt op vrijdag op bij Fendika en leerde zichzelf masenqo spelen. Het instrument is 350 jaar oud, heeft één snaar en kan alles volgens Alemayehu. Hij speelt er Michael Jackson en Ed Sheeran op. Onlangs trad hij op met Teddy Afro, de grootste popartiest van Ethiopië. Hij ziet het concert dat tachtigduizend mensen trok, als het keerpunt in zijn carrière. “In 2050 speelt de hele wereld masenqo, net als gitaar.”

De dansers werken en wonen in Fendika Beeld Yvonne Brandwijk

Overdag zie je pas goed hoe Fendika ligt ingeklemd tussen hutjes van golfplaten. Aan beide zijden wappert de was en een meisje op blote voeten leegt een emmer uitwerpselen in een put. Tachtig procent van de binnenstad bestaat uit wijken zoals deze, zonder toegang tot schoon water, elektriciteit en riolering. In een rap tempo worden ze gesloopt. Het land dat in 2000 het op een na armste land ter wereld was, wil in 2025 zijn uitgegroeid tot een middeninkomenland en bij die status hoort een moderne metropool. Addis kreeg het eerste lightrailtraject van sub-Saharaans Afrika en er werden nieuwe wegen en een moderne luchthaven aangelegd. De grootschalige investeringen maakten de stad tot een magneet voor investeerders, terugkeerders en gelukszoekers. Bewoners van de golfplaten huisjes in het centrum moeten plaatsmaken voor hotels, banken en kantoren. Zij verhuizen gedwongen naar flatwijken aan de rand van stad.

Hoogbouw

Drie jaar geleden redde Belay de club van de sloop door de grond, die in Ethiopië eigendom is van de staat, voor honderd jaar te leasen. Nu wacht hem een nieuwe uitdaging. In het masterplan voor Addis Abeba is deze wijk aangewezen als zone voor hoogbouw. Als Belay geen toren van minimaal acht verdiepingen bouwt, moet hij alsnog vertrekken. Op de muur hangt een bouwtekening van het cultureel centrum dat hij wil bouwen. Geschatte kosten: drie miljoen euro. Hij schudt zijn hoofd. “Ik ben nog bezig om de vorige investering terug te betalen. Hoe ga ik dit in vredesnaam opbrengen?”

Nachtclub Fendika staat op de slooplijst, er moet een gebouw komen van minimaal acht verdiepingen Beeld Yvonne Brandwijk

Hoewel geen ambtenaar of stadsplanner met de buitenlandse pers over dit onderwerp wil praten, is het antwoord te voorspellen: Addis moet de hoogte in. Geschat wordt dat de bevolking (nu bijna 3,5 miljoen) tot 2037 zal verdriedubbelen. De druk op de ruimte is enorm en de uitbreidingsmogelijkheden beperkt. Het plan om tienduizend vierkante kilometer van het omliggende land te gebruiken voor stadsuitbreiding, leidde vorig jaar tot grootschalige protesten, vooral onder de oorspronkelijke Oromobevolking, die haar landbouwgrond al in beslag zag worden genomen.

De noodtoestand werd uitgeroepen; wekenlang was er geen internet en concerten werden afgeblazen, vooral van artiesten die zich kritisch uitlaten over het huidige regime. Want de economie mag dan groeien, Ethiopië is geen paradijs. De overheid profiteert ook van erfenissen uit het verleden, zoals de landrechten waardoor Belay zijn club kan verliezen. Daarnaast hebben artiesten te maken met censuur en zijn instrumenten en apparatuur uit het buitenland onbetaalbaar door een invoerbelasting van 200 procent.

Is Addis Abeba dan een Future City? Yichalal, zeggen de Ethiopiërs, de Ethiopische variant op ‘Yes, we can’. Ze mogen dan weinig vertrouwen hebben in de regering, Ethiopiërs geloven rotsvast in zichzelf.

Het publiek in Fendika Beeld Yvonne Brandwijk

Belay is ervan overtuigd dat hij een list kan verzinnen om de club te redden. Dat is belangrijk voor Ethiopië en de wereld, zegt hij. “Ik bied jonge artiesten mogelijkheden in hun eigen land. We weten allemaal wat er gebeurt als je dat niet doet, dan verdrinken ze in de Middellandse zee.” Hij is in gesprek met een Chinese investeerder die als buitenlander geen vastgoed mag bezitten in Ethiopië. Als hij de toren betaalt, mag hij de bovenste verdiepingen gebruiken voor zijn business. Belay vult de eerste drie met een galerie, een platenlabel, een opnamestudio en een ruimte om buitenlandse artiesten te ontvangen. De toren komt achter de club. “De optredens blijven waar ze zijn”, zegt Belay. “Je krijgt nergens die unieke vibe, al heb je honderd verdiepingen.”

Addis Abeba Beeld Yvonne Brandwijk

Future Cities

Future Cities wordt gesteund door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, Freepress/Postcodeloterijfonds voor journalisten, het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het ‘Innovation in Development Reporting Grant’ program van het European Journalism Centre (EJC), gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation. 

In de programmareeks over steden van de toekomst in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam gaat het vrijdagavond over de ontwikkelingen in Addis Abeba. Reserveer hier uw gratis toegangskaart.

Lees ook

Voor Trouw maakten Stephanie Bakker en Yvonne Brandwijk nog drie reportages over de steden van de toekomst:
Haute Cuisine, de belofte van Lima
Naar Kinshasa voor de laatste modetrends
Medellín: van de gevaarlijkste plek op aarde tot tech-hub

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden