Naschrift

Ada Frugte - Van 't Riet (1926-2017) had een onverwoestbare drang om iets van het leven te maken

Ada rond het einde van de Tweede Wereldoorlog. Beeld Archief Familie Weijler

Nadat Ada door de nazi's was betrapt met kopieën van Trouw belandde zij in het Oranjehotel. Lange tijd was het enige dat zij daarover kwijt wilde dat de bietjes daar zo lekker waren.

Qua uitstraling en gedrag deed Ada Frugte - van 't Riet veel mensen denken aan gravin Violet Crawley uit de Engelse tv-serie 'Downton Abbey'. Hoewel ze misschien niet in zo'n hoog tempo humoristisch en scherp uit de hoek kon komen, had zij wel het gracieuze en adellijke voorkomen. Ze viel nooit uit de plooi, verhief nimmer haar stem en was altijd perfect gekleed met bijpassende sieraden. Tot op het eind van haar leven was zij een aristocratische dame.

Dat had veel te maken met haar jeugd in Den Haag waar ze in materieel opzicht niets tekortkwam. Haar familie bezat een bekend aannemersbedrijf en een florerende slagerij die in de hele stad vlees bezorgde, tot aan Wassenaar toe. Haar ouders bezaten een groot huis met bijvoorbeeld een marmeren badkamer en voor alles kwam er personeel over de vloer. Na de Eerste Wereldoorlog sloeg echter het noodlot toe. Haar vader had net de gevreesde Spaanse griep overleefd toen hij werd getroffen door een hersenvliesontsteking. Dit drama kluisterde hem aan een rolstoel en hij was zo verlamd dat hij zelfs het vermogen om te praten verloor.

Het gezin, dat inmiddels vijf kinderen telde, kreeg een flinke optater. De jonge, zwaar gehandicapte vader die alle zin voor het leven verloor, legde een schaduw over de jeugd van Ada. Het is altijd de vraag geweest in welke zin dit gegeven Ada heeft beïnvloed. Was dit de oorzaak van haar nimmer aflatende drive om iets van haar leven te maken, om iets voor anderen te betekenen?

Haar ouders waren lid van de gereformeerde kerk en bezochten de Noorderkerk in Den Haag. Vooruitstrevend waren zij in de zin dat niet alleen hun zoon, maar ook hun dochters moesten studeren, onafhankelijk moesten zijn. Ada bezocht de middelbare meisjesschool en leerde op een privéschool door voor chemisch analiste, een beroep waarin vrouwen zeldzaam waren.

Illegale kranten

Maar voordat zij aan die opleiding begon, brak de Tweede Wereldoorlog uit. In 1943 werd zij benaderd door een jongen die zij kende van activiteiten binnen de Noorderkerk, met de vraag of zij illegale kranten wilde rondbrengen. Ada was zeventien jaar oud, maar twijfelde geen moment. Dat hoorde nu eenmaal zo. Zij wist van andere familieleden die onderduikers in huis hadden. Een jaar later werd zij op heterdaad betrapt op het rondbrengen van de verboden kranten Je Maintiendrai en Trouw. De hele groep die bij de distributie betrokken was, was verraden.

Over de maanden die zij doorbracht in het beruchte Oranjehotel - de bijnaam van de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis in het huis van bewaring in Scheveningen - vertelde zij nooit iets anders dan dat ze daar zo van de bietjes had genoten.

Pas heel veel later liet zij over die tijd details los aan haar kleindochter Marieke. Die studeerde in Leiden maar kon in de stad niet zo snel een kamer vinden. Zij trok toen 'tijdelijk' bij haar oma in Bennebroek in. Uiteindelijk bleef zij drie jaar, een tijd waarin haar oma haar duidelijk maakte dat ze verschillende keren 'hardhandig was verhoord'. Elke keer als Ada naar het toilet ging, moest zij zich uitkleden voor de bewakers.

Op een goede dag kreeg ze van die bewakers te horen dat zij de volgende dag zou worden gefusilleerd en besteedde zij de hele nacht aan het bestuderen van de Bijbel. Uiteindelijk werd niet zij doodgeschoten, maar de jongen die haar bij het verzetswerk had betrokken. Voordat het zover was, werd zij met hem geconfronteerd en gevraagd of zij elkaar kenden. Het antwoord was ontkennend en hij werd voor haar ogen in elkaar geslagen. In haar cel kon zij de schoten horen die hem fataal werden. In april 1945 lieten de Duitsers haar zonder enige reden weer vrij.

De bevrijding een maand later had een groot feest moeten worden, maar voor Ada pakte dat anders uit. De man met wie zij al vier jaar verloofd was, koos die dag uit om de verkering met haar uit te maken. Zij wijdde nooit uit over wat dat bij haar teweegbracht. Dat zij tot het eind toe in een leeg sigarenkistje drie foto's bewaarde van haar verloofde in zijn witte regenjas zegt genoeg.

Heilig leerhuis

Kort daarop leerde zij in de Noorderkerk haar toekomstige echtgenoot Jan Frugte kennen. Hij was voorzitter van de jongerenvereniging van de gereformeerde kerken in Den Haag, Ada was secretaris. Ze trouwden en vertrokken in 1948 naar Nederlands-Indië, waar een bloedige bevrijdingsoorlog woedde. Jan werkte er als registeraccountant bij een van de voorlopers van KPMG. Na de onafhankelijkheid van Indonesië werd het Nederlanders steeds moeilijker gemaakt om daar te werken. In 1955 keerden zij terug om zich uiteindelijk in Bennebroek te vestigen.

Ada met haar echtgenoot Jan Frugte. Beeld Archief Familie Weijler

De protestantse kerk in die plaats werd volgens haar familie haar 'heilige domein en leerhuis' en de dorpsgemeenschap haar 'werkplaats'. Zonder enige terughoudendheid stortte zij zich in het vrijwilligerswerk en haar woonhuis functioneerde meer als tussenstop dan als thuishaven. Ze volgde cursussen, bezocht bezinningsdagen, luisterde naar lezingen in kloosters, werd lid van de culturele kring. Elke ochtend wachtte zij op de bezorging van Trouw en knipte ze artikelen uit voor dochter Karin, die zij bovendien achtervolgde met teksten uit het laatste boek van theoloog Kuitert.

Medemens

Kritiek op de medemens was voor Ada uit den boze. Zij kon altijd wel iets in de medemens prijzen en zodra dat niet het geval was dan was die persoon waarschijnlijk hulpbehoevend of eenzaam. Dat laatste betekende volgens haar dochter dat er 'werk aan de winkel was'. Dan moest er een hulpprogramma komen. De huiskamer vulde zich in de loop der jaren met succesvolle en intelligente mensen, maar ook met mensen die het minder hadden getroffen.

Ada in Nederlands-Indië. Beeld Archief Familie Weijler

In Bennebroek werd zij door haar inzet bewonderd en maakte zij zich geliefd. Iedereen kon bij haar rekenen op een vriendelijke en belangstellende begroeting. In bestuurlijke zin boekte zij in de jaren vijftig en zestig, in een tijd dat dit voor vrouwen nog niet gebruikelijk was, het ene na het andere succes. Zij werd in Bennebroek zowel de eerste vrouwelijke diaken als ouderling. Zij belandde in het landelijk bestuur van de Nederlandse Christen Vrouwen Bond (NCVB), waar ze zich inzette voor interkerkelijke samenwerking. Behalve feministisch was ze ook vrijzinnig. Zo leidde zij werkgroepen om homoseksuelen in de protestantse kerk een plaats te geven.

Na zijn pensionering kocht Jan een caravan om met Aadje, zoals hij haar noemde, door Europa te reizen. Maar dat mocht nooit langer duren dan zes weken, want dan begon het nieuwe kerkseizoen weer. Haar religieuze en maatschappelijke passie ging voor alles, het moederschap was soms bijzaak.

Schaduwzijde

De schaduwzijde van deze onverwoestbare drang om iets van het leven te maken, was dat zij maar zelden thuis was. Gelukkig was vader Jan er voor de kinderen Karin en Peter. En natuurlijk An die aanvankelijk als huishoudelijke hulp en later ook als familievriendin Ada veertig jaar lang trouw terzijde heeft gestaan. An zag haar tekortkomingen en probeerde de afstand tot haar kinderen te verkleinen.

Ada op latere leeftijd. Beeld Archief Familie Weijler

Omdat zijzelf zich door allerlei tegenslagen had gewerkt, verwachtte Ada dat haar kinderen dat ook zouden doen. Zij stond daarom niet altijd open voor het verdriet of de pijn van de kinderen. En van knuffelen of op schoot nemen, was Ada al helemaal niet. De vraag is waarom zij zich een leven lang zo onafhankelijk opstelde en zij geen behoefte leek te hebben aan een kus of aanraking. Waren het de traumatische ervaringen van voor en tijdens de oorlog? Had zij het niet geleerd omdat ze zelf was opgevoed door kindermeisjes?

Ironisch genoeg veranderde die houding pas aan het eind van haar leven, toen zij was gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. "Toen begon haar schild te barsten, bladderde de goudlaag af", zo zei dochter Karin bij de begrafenis. Pas toen kon ze dicht bij haar moeder zijn. "Ik mocht haar omhelzen, ik mocht haar verwennen. Ze liet dat toe."

Adriana Hendrika Frugte - van 't Riet werd geboren op 26 december 1926 in Den Haag en overleed op 10 november 2017 in Bennebroek.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam. Lees andere afleveringen op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden