Ad Roskam ziet kansen voor topzwemmen

LEEUWARDEN - Ook een mislukking is een verrijking van een mensenleven, weet Ad Roskam. In zijn streven het nationale topzwemmen de juiste koers te wijzen, is dat een nuttige wetenschap. Waarbij de idealist zegt geen onmogelijk doel na te streven, maar slechts realist is voor zover je dat in de topsport kan zijn. "Je moet alles in de hand hebben, terwijl je niets in de hand hebt. Je streeft naar perfectie in een situatie die niets van perfectie heeft."

Zwemmen, de sport die in Nederland alles in zich lijkt te hebben om in fatalisme te verdrinken. Zeker nu de Spelen van Barcelona zijn uitgelopen in een deceptie en tal van ervaren krachten een maatschappelijke carriere verkiezen boven een onbezoldigde taak als begeleider van zwemmers. Maar steeds weer zijn er mensen die er de schouders onder willen zetten. Ton van Klooster deed het als full-time coordinator, zoals hij bij zijn afscheid zei, eigenlijk tegen beter weten in. Gemeten naar de prestaties in Barcelona was zijn "sprong in het diepe" een mislukking.

Roskam drukt zich als onbezoldigd 'informateur' ( "Eigenlijk absurd dat een vrijwilliger dit moet trekken, maar zo is het nu eenmaal in Nederland" ) letterlijk in diezelfde bewoordingen uit als hij zijn missie onthult: structuur geven aan het topzwemmen in Nederland. Maar zijn uitgangspunten contrasteren met de klachten die Van Klooster in zijn requiem opsomde. Is er niets? Dan maken we van niets iets! "Ik beschouw het als een extra grote uitdaging om met een beperkt budget iets leuks te doen."

Zwemmen, het is voor Roskam een hobby waarin hij zich zo breed mogelijk wil ontplooien. Als wedstrijdzwemmer lukte hem dat niet, maar inmiddels staat de 35-jarige al vijftien jaar als trainer naast het bassin. Niet vrijblijvend maar serieus, ongeacht het niveau van hen die zich bij zijn club Orca aanmelden. De ontwikkeling van 'Truus provinciaal' noemt hij net zo belangrijk als de progressie van topzwemster Karin Brienesse die hij zes jaar begeleidde.

"Het belangrijkste in de sport is voor mij mensen begeleiden. De topsport meet alleen de fysieke grens, voor mij is die slechts een handvat. Wat ik ook meeneem zijn de persoonlijkheidsontwikkeling, de plaats van de sporter in de maatschappij, zelfs de zin van het leven. Het niveau van de wedstrijdsporter doet er dan niet toe. Maar hoe hoger het niveau, hoe belangrijker de fysieke grenzen worden. Wie over topsporter spreekt, heeft het over een totale persoonlijkheid. Daarvoor heb je een verantwoordelijkheid die veel trainers niet nemen. Velen zien een trainer van een topsporter als topcoach. Maar de echte toptrainer staat 24 uur per dag klaar om de tekortkomingen van de sporter op te vangen of in te vullen. Zonder die sporter afhankelijk van hem te maken. Trainers die hun eigen pupillen die handicap meegeven, dat is het meest trieste dat je tegenkomt. Uiteindelijk moet de sporter zelf kunnen nadenken en beslissen; de vele goede en slechte adviezen die hij krijgt kunnen onderscheiden. Voor de ene sporter hoef je bijna niets te doen, de ander moet je van opstaan tot naar bed gaan begeleiden. Dan kun je heel elitair zeggen: die tweede is geen echte topsporter. Maar de geschiedenis leert dat we daar de meeste van hebben."

Bewust maakte de cultureel antropoloog de keuze voor sport boven een maatschappelijke carriere. Zijn inkomen vergaart hij uit part-time arbeid; zwemmen is een ideele keuze omdat "het grote probleem in de zwemsport nu eenmaal is dat de materiele vergoeding niet gelijk opgaat met de hoeveelheid arbeid." Misschien daarom wel neemt hij zo makkelijk de hindernissen waarover Van Klooster zegt te zijn gestruikeld. Hij werd door de zwembond benaderd om een beleidsplan te ontwerpen en geschikte mensen aan te stellen. Zijn eerste reactie was afwijzend omdat hij met zo'n omvangrijke opdracht geen ervaring had. "Maar ik vroeg me ook af of ik zoiets zou kunnen en dat maakte me nieuwsgierig. Het is een sprong in het diepe maar dat verlegt je grenzen. Bovendien is het ook leerzaam en verrijkend voor het leven als iets niet lukt. Je rijpt erdoor, het wapent je. Maar op het moment dat ik het idee heb niets zinvols meer toe te kunnen voegen, stop ik."

Vooralsnog gaat Roskam niet uit van een mislukking, ofschoon sceptici hun bedenkingen hebben. Betreft niet de eeuwige jammerklacht een schromelijk gebrek aan geld en is een verbetering niet in zicht? Het zal de Fries worst zijn, zijn hele zwemleven lang werkt hij al zonder financieel draagvlak. "Heb je geld, dan kan het altijd weer beter. Alleen de Amerikanen en Hongaren beschikken of beschikten over veel geld. Wij moeten elke cent effectief besteden, zodat die terug komt in resultaat. We moeten glasheldere keuzes maken, waarmee niet iedereen gelukkig zal zijn. En niet zeuren en zaniken, je ziet wat dat de afgelopen jaren heeft opgeleverd. Ik ben er van overtuigd dat ook in Nederland op topniveau kan worden gezwommen. Ik ben geen idealist met zijn hoofd in de wolken. Ik sta met beide benen op de grond, ik ken alle problemen en weet wat zonder geld kan worden bereikt."

"Met de hand ophouden kom je niet verder. En met geld uitdelen aan sporters en trainers schiet je ook niets op. Voor de Spelen van Barcelona had een aantal sporters een gegarandeerd inkomen van 30 000 gulden of meer. Hoeveel van hen heeft er iets mee bereikt? Geef je vier maal zoveel sporters dat bedrag, dan resulteert dat ook niet in vier maal zoveel medailles. Vijf vrouwen winnen zilver op de estafette in Seoul. Vier gaan er door en eens drie of vier talenten steken de kop op. Die groep krijgt een budget van drie ton om zich optimaal voor te bereiden. En wat is het resultaat: een langzamere tijd. Geld blijkt niet alleen prestatiebepalend. De vorige generatie zwemsters valt zeeziek van de stoel als je vertelt wat nu de mogelijkheden zijn. Maar wat zij destijds zwommen zonder ooit een cent te zien, haalt deze generatie niet. Annemarie Verstappen, Connie van Bentum, Petra van Staveren, Annelies Maas. Hun records staan nog steeds. Natuurlijk, de weg wordt steeds langer. Maar Krajicek staat echt niet in de top tien omdat hij zoveel verdient. Zijn geluk is dat er in zijn sport zo goed wordt betaald. Maar dat maakt het voor mij niet frustrerend om in de zwemsport te werken."

Dit weekeinde wordt bekend wie de nieuwe coordinator van de zwembond wordt. In januari volgt de openbaarmaking van de eerste beleidsplannen die nog een vaag karakter zullen dragen omdat de budgetten reeds waren ingevuld voordat Roskam aan de slag ging. De grote ombuigingen zijn in 1994 te verwachten. Roskam vond tijd voor het tijdrovend karwei ( "Iedereen kan zijn zegje doen, mijn voorrecht is het om al die meningen te filteren" ) omdat hij bij zijn club geen internationale toppers meer onder zijn hoede heeft. "De combinatie van toptrainer en werk is een hele zware. Velen kunnen die zware klus niet meer opbrengen en ook ik liep op mijn tenen. Ik merk nu dat ik veel meer energie en inspiratie heb voor andere dingen. Natuurlijk hangt het veel van de individuele sporter af. Brienesse eiste veel energie op."

Bijna een jaar voor Barcelona scheidden de wegen van Roskam en Brienesse. Toen de trainer ook werd ingeschakeld bij de begeleiding van nationale ploegen, ging het fout. "Daar kwam ik een Karin Brienesse tegen die ik niet kende. Haar normen en waarden waren volstrekt anders dan thuis. Binnen de verenigingen had ze de typische kwaliteiten die een topper nodig heeft, een goede mentale instelling. Maar binnen een ploeg krijgt ze meer ruimte, die ze aanwendt om haar slechte eigenschappen te ontplooien. Karin doet bij wijze van spreken het hele jaar niets. Zes weken voor een toernooi bloeit ze op, steekt overal energie in, in training, ploeggenoten, journalisten. Waarna op het toernooi de laatste stuiptrekking volgt, de rest is gespartel. Vanuit het trainingskamp in Barcelona meldde ze de meest fantastische trainingstijden, waarna ik haar nog probeerde te temperen. Ze zwom de serie van de 100 vrij goed, de rest was beneden haar kunnen. Brienesse is typisch een zwemster die haar mogelijkheden niet optimaal heeft benut."

Volgens Roskam gold dat in Barcelona voor meer zwemsters. Deceptie volgde op deceptie, de beschuldigende vingers priemden alle kanten op, behalve richting eigen lichaam en geest. "Ik zeg glashard dat het ook aan henzelf ligt. Een aantal heeft het financiele deel met beide handen aangepakt maar de kantjes eraf gelopen."

"Zwemmers klagen dat ze als kleine kinderen worden behandeld, dat er te weinig inspraak is. Maar wat is inspraak? De ruimte die er was, gebruikten ze niet goed, ze stelden zich zelf onvolwassen op. Ze maakten aanspraak op rechten die geen sterveling op aarde heeft. Vaak zijn het pietluttige dingen, waarbij het erop neerkomt dat ze veel rechten willen en geen plichten. Vraag je om de levensstijl die bij een topsporter hoort, dan geven ze niet thuis. Een aantal zwemmers in Barcelona had wel de kwaliteiten die hen gegeven zijn. Maar op het gebied dat ze zelf moesten invullen, hebben ze gefaald."

Roskam onderschrijft de klacht van Van Klooster dat domweg te weinig wordt getraind. "Die tendens is er langzaam ingeslopen. Trainers worden steeds banger om eisen te stellen. Om de verstandhouding tussen topper en club goed te houden, doen ze water bij de wijn, waarna ze opgelucht ademhalen als iemand zich plaatst voor een toernooi. En daar geven ze de verantwoordelijkheid in handen van de bondscoach."

Volgens Roskam ligt de verantwoordelijkheid voor presteren in eerste instantie bij de sporter, waarbij op de lange weg omhoog trainers, begeleiders, verenigingen, bond en NOC elk hun deel daarin krijgen. "Tot 1988 deden Brienesse, de club en ik alles zelf. Daarna ging de verantwoordelijkheid om de haverklap naar andere instanties waardoor je de controle kwijtraakte en de sporter makkelijker kon gaan leven. Dat heb ik als hinderlijk ervaren, de samenspraak was te gering, afspraken werden niet nagekomen. Bond en sporter moet samen een traject uitstippelen en dan kunnen rechten en plichten worden vastgesteld."

Maar het blijft natuurlijk koorddansen. "Je wilt een ideaal plaatje, maar geen zwemmer is volmaakt. Een goede coach kan bijsturen, vasthouden en laten balanceren met als uiteindelijk doel de sporter alleen over het touw naar de overkant te laten lopen. Het ideaal is, als dat zonder hulp lukt. De tussenweg om met af en toe vasthouden dat doel te bereiken. Met Karin heb ik soms het idee dat ik wat dat betreft heb gefaald. Maar het was kiezen voor eigen lijfsbehoud. Misschien lukt het een ander wel."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden