Activisme met een artistieke ziel

interview | De Britse musicoloog Robert Adlington heeft een indrukwekkende studie geschreven over de Nederlandse muziekcultuur van de jaren zestig.

Robert Adlington: 'Composing Dissent: Avant-Garde Music in 1960s Amsterdam' (Engels), 366 blz, met afbeeldingen en online muziekvoorbeelden. Oxford University Press.

Je zou het bijna een grap noemen: op het moment dat de Nederlandse overheid zich meer dan ooit terugtrekt uit de kunsten, verschijnt er een boek over de grondleggers van de muziekcultuur die dit land vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw internationaal in de kijker speelde. En het wordt nog beter: dat boek 'Composing Dissent: Avant-Garde Music in 1960s Amsterdam' werd geschreven door een Brit. Musicoloog Robert Adlington leerde de Nederlandse taal, werkte zich voor zijn indrukwekkende studie door talloze archiefstukken uit die jaren en sprak de hoofdrolspelers uit de jaren zestig.

'Composing Dissent' beschrijft hoe radicale sociale stromingen zoals Provo, situationisme, anarchisme en communisme in de jaren zestig hand in hand gingen met de net ontdekte avantgardemuziek. Jonge componisten zoals Louis Andriessen, Peter Schat, Willem Breuker en Reinbert de Leeuw keerden zich tegen de heersende orkestmuziekcultuur en richtten uiteindelijk hun eigen ensembles op. Dat zorgde voor een ongekende bloei van de Nederlandse nieuwe muziek.

Als student raakte de Engelse musicoloog Robert Adlington gefascineerd door de hedendaagse Nederlandse muziek en sloot hij met name het werk van Louis Andriessen in zijn hart. Adlington schreef al eerder een boek over Andriessens 'De Staat'. In zijn nieuwste boek 'Componist Dissent: Avant-Garde Music in 1960s Amsterdam' bestudeert hij eigenlijk de cultureel-politieke aanloop naar dat werk.

Bij het boek hoort ook een website met klinkende muziekvoorbeelden waarnaar de tekst verwijst. Een prachtige vondst, want het wekt de protestmuziek van vijftig jaar geleden tot leven - soms met schimmige, nog niet eerder gehoorde opnames. Adlington: "Ik had nooit verwacht dat ik daar toestemming voor zou krijgen van de betreffende musici en componisten. Maar ook op dat vlak ontmoette ik die heerlijke Nederlands-anarchistische mentaliteit: goed idee, doe maar!"

Waarom is die sociaal-politiek bewogen avantgarde juist in Nederland zo groot geworden?

"Het activisme in Nederland, en met name in Amsterdam, had een uniek karakter. Als je een statement wilde maken, deed je dat op een artistieke manier. Als je alleen al naar de pamfletten uit die tijd kijkt: die zijn enorm artistiek en inventief. Componisten en activisten zagen elkaar als verwante zielen. In Nederland ging protest altijd over participatie, niet over het luisteren naar een saaie spreker. De verbinding tussen kunstenaars en sociaal activisten was daarom gemakkelijk."

Er is in die jaren een voortdurende spanning tussen het sociaal bewogen componeren, met democratische inbreng van musici en publiek, en de autonomie die componisten willen houden als het om hun eigen stukken gaat. Hoe verenigden de componisten die twee tegenstrijdigheden?

"Dat is het sleuteldilemma en een specifiek gevolg van de manier waarop de avantgardemuziek zich in Nederland ontwikkelde. In Nederland is het serialisme aan het eind van de jaren vijftig gloednieuw. Het land loopt daarmee achter bij de rest van Europa. En tegelijkertijd komt er in de zestiger jaren een emancipatoire beweging op vanuit de burgers. Componisten worden verscheurd tussen die twee richtingen. Ze willen die nieuwe muziekwereld ontdekken die geen groot publiek heeft maar cutting edge is. Ze proberen constant die twee richtingen te verenigen. En ook al vonden ze geen blijvende oplossingen, ze gingen in ieder geval de confrontatie aan met dat dilemma. Dat sociaal betrokkene heeft me altijd aangetrokken in Nederlandse muziek. Componeren is in die jaren geen privé-project."

De orkesten programmeerden in die jaren meer nieuwe muziek dan ze nu doen. Andriessen heeft in die jaren zelfs een opdracht van het Concertgebouworkest gekregen, maar die is destijds blijven liggen. Wat was mis met het componeren voor orkest?

De componisten zagen dat alleen de orkesten gesubsidieerd werden, terwijl andere genres tot de marge werden verbannen. Dat bleef zo tot ver in de jaren zeventig. Voor mensen zoals Peter Schat en zijn vrienden was orkestmuziek een dood genre. Een deel van de innovatie bestond uit het bedenken van nieuwe combinaties van instrumenten waarvoor je schreef. Daar komt de ensemblecultuur uit voort, die is echt terug te leiden naar begin van de jaren zestig."

In eerste instantie wilden de Notenkrakers de dirigent Bruno Maderna aanstellen bij het Concertgebouworkest, voor de nieuwste muziek. Eigenlijk is men door het mislukken van dat orkestproject noodgedwongen ensembles gaan vormen. Hebben die componisten hun eigen graf gegraven door de nieuwe muziek zo te isoleren? Of was de hedendaagse muziek al irrelevant in de jaren zestig en was de ensemblecultuur achteraf gezien de blos op de wangen van een stervende geweest?

"Zo heb ik heb nog nooit bekeken. Als buitenstaander ben ik optimistisch. Vergeleken met andere landen is de nieuwe muziek in Nederland nog steeds indrukwekkend vitaal, onderscheidend en eigen. Ik weet dat veel groepen in de moeilijkheden zijn geraakt en zelfs zijn verdwenen. Maar ik denk dat de ensembles dieper geworteld zijn in de cultuur en dat er hoop is voor de toekomst. Aan het eind van het boek noem ik bijvoorbeeld VocaalLAB: een sociaal geëngageerd en innovatief ensemble van nu, helemaal in de geest van de jaren zeventig."

"En het is natuurlijk niet zo dat de subsidie er eerst was: de ensemblecultuur is bottom-up ontstaan, door musici die iets wilden veranderen. Het feit dat veel subsidies uit de jaren negentig nu weer verdwijnen, hoeft niet de dood te betekenen. Hoe tragisch de bezuinigingen ook voor musici zijn. En het is funest voor de archieven, die ik voor dit boek ook uitgebreid heb geraadpleegd. Die mensen zijn hun baan kwijtgeraakt en het hele ondersteunende netwerk is verdwenen. Dat is verschrikkelijk."

Louis Andriessen componeerde recent zijn 'Mysteriën' voor het jarige KCO. Nog meer dan in de jaren zestig lijkt het KCO een staatsorkest geworden: geen protesten tijdens hun concert in Rusland, premier Rutte die de toespraak houdt voor het stuk van Andriessen. Is een Notenkrakersactie nu niet meer nodig dan toen?

"Ik wil hier niet te veel over zeggen: ik weet meer over Nederland in de zestiger jaren dan over het heden. Ik heb naar de radio-uitzending geluisterd en vond het heel erg dat uitgerekend Mark Rutte die toespraak gaf. De beschuldigingen van de Notenkrakers in 1969 aan het adres van het Concertgebouworkest lijken vandaag de dag meer waarheid dan toen. In de late jaren zestig ken ik geen voorbeeld van een concert dat werd aangekondigd door de premier.

"Het was een merkwaardige gebeurtenis, zeker als je bedenkt dat zijn eerste kabinet verantwoordelijk is geweest voor die enorme bezuinigingen: de brutaliteit van Rutte is uitzonderlijk. Ik besefte tot dat moment niet dat er zo'n hechte relatie was tussen het KCO en de machthebbers van het land. Maar die is er blijkbaar. Ik vond het een opmerkelijke en hoogst problematische situatie voor het orkest - ik ben eerlijk gezegd verbaasd dat zij dit gepast vonden.

"Ik heb er begrip voor dat Andriessen zijn 'Mysteriën' voor het KCO componeerde. Ik vind het logisch dat oudere componisten de radicale energie verliezen uit hun jeugd. Maar Rutte maakte een grap van de vroegere radicaliteit van Andriessen. Het leek alsof de componist werd teruggepakt voor het aannemen van deze opdracht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden