Acties tegen Shell breiden zich uit over zeven landen

Van onze redactie economie AMSTERDAM - Na Duitse en Nederlandse, hebben ook Britse en Deense politici de dumping van de olie-opslagplaats Brent Spar scherp veroordeeld. Greenpeace voert hiertegen inmiddels in zeven landen actie en roept consumenten in die landen op de pompen van Shell te mijden.

De milieu-woordvoerder van de Britse Liberaal Democraten, M. Taylor, zei gisteren dat Shell heeft gekozen voor de goedkoopste manier om zich van de Brent Spar te ontdoen. Volgens Taylor kunnen consumenten ervoor zorgen dat die keuze duurder uitvalt. “Een van de beste manieren om druk op het bedrijf uit te oefenen, is geen benzine meer te kopen”, zei Taylor.

Ook in Denemarken neemt het verzet tegen het afzinken van de Brent Spar toe. Zowel oppositie- als regeringspartijen spraken in het parlement hun afkeuring uit.

Zestien Deense bedrijven hebben gemeld Shell te boycotten. Een van hen is kunstmestfabrikant Grundfos. Deze wil geen zaken doen met Shell, tenzij het olieconcern aantoont dat de dumping het milieu niet schaadt.

Denemarken hoort met Duitsland, Nederland, Zwitserland, België, Luxemburg en (sinds gistermiddag) Oostenrijk tot de landen, waar Greenpeace heeft opgeroepen tot een boycot van Shell-pompen.

- Vervolg op pagina 7

Britse acties tegen Shell-stations komen traag op gang VERVOLG VAN PAGINA 1

Greenpeace UK startte afgelopen zaterdag een actie bij diverse benzinestations van Shell. Een woordvoerster zei dat veel Britten die bij Shell-stations werden aangesproken, naar een ander benzinestation reden. Volgens Shell UK had de actie landelijk gezien zeer weinig om de hakken.

F. Dobson, de milieu-woordvoerder van de Britse Labour partij, uitte zich gematigder dan zijn collega van de Liberaal Democraten: “Als mensen willen protesteren door geen Shell-benzine meer te kopen, dan is dat begrijpelijk. Maar wat we nodig hebben is actie van de Britse regering. We zouden niet onze toevlucht moeten nemen tot het boycotten van Shell.”

In Nederland voerde Greenpeace gisteren actie bij het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. In Amsterdam blokkeerden zo'n veertig mensen, onder leiding van de jongerenorganisatie van GroenLinks, het Koninklijke Shell Laboratorium. De blokkade duurde tot elf uur.

In Nijmegen leidde de ontdekking van een verdacht pakje tot de ontruiming van een Shell-station. Het bleek een nepbom te zijn.

Het tikkende pakketje werd 's ochtends vroeg door een werkneemster van het tankstation ontdekt op één van de pompen. Uit voorzorg werden bewoners van een tiental nabijgelegen woningen geëvacueerd. Na verwijdering van het ontstekingsmechanisme werd het pakketje op een veilige plaats tot ontploffing gebracht.

Net als de voorgaande dagen meldde Shell dat de effecten van de uitgeroepen consumentenboycot bij sommige pompen te merken zijn en bij andere niet. Greenpeace zegt nog geen zicht te hebben op de effecten van de oproep. Wel heeft de organisatie tien à vijftienduizend handtekeningen en sympathieverklaringen ontvangen. Greenpeace overhandigde die gistermiddag aan de Shell-directie.

In Duitsland heeft de topman van Deutsche Shell toegegeven dat zijn bedrijf flink te lijden heeft van de acties: de omzet bij de pompen zou, gemiddeld over het hele land, met twintig procent zijn gedaald. Ook de groothandel meldt een fors omzetverlies en eist een schadevergoeding van Deutsche Shell. Pomphouders zullen waarschijnlijk wel schadeloos gesteld worden door Shell.

Verder riep de voorzitter van de Duitse vakbond CDA, die verbonden is aan de christen-democratische regeringspartij CDU, het autorijdend publiek ertoe op ook Esso te boycotten. Esso is voor de helft eigenaar van de Brent Spar, maar heeft tot nu toe geen last gehad van de discussies over de dumping.

De Brent Spar bereikt één dezer dagen zijn bestemming. Wanneer het 140 meter hoge gevaarte precies wordt afgezonken, hangt af van de weersomstandigheden en de stroming. Op het platform bevinden zich nog steeds twee actievoerders.

Greenpeace Nederland gaf gisteren een verklaring uit waarin de organisatie stelt dat Shell nog wel degelijk de mogelijkheid heeft om de Brent Spar aan wal te brengen. Volgens Greenpeace Nederland hoeft Shell geen vergunning aan te vragen om de olie-opslagplaats aan wal te brengen.

Shell ontkent dat. Ook de afdeling van Greenpeace International in Londen betwijfelde dit gisteren. “Ik denk dat Shell wel een vergunning nodig heeft”, zei een woordvoerster. “Maar als Shell de Brent Spar echt aan land wil brengen, zou het bedrijf natuurlijk druk kunnen uitoefenen op de Britse regering.”

Volgens Greenpeace International in Londen voelt de Britse regering er ook om financiële redenen niet voor om het dumpen in de Atlantische Oceaan af te blazen.

De overheid betaalt zestig procent van de dertig miljoen gulden die de dumping kost. Dat is zo'n 18 miljoen gulden. Het aan land brengen en slopen van het gevaarte kost, volgens Shell, 112 miljoen. De Engelse overheid zou, als dat bedrag klopt, 67,2 miljoen gulden kwijt zijn als het bouwwerk op land wordt gesloopt. De Britse regering benadrukt steeds dat dumping in de Atlantische Oceaan de minst milieubelastende oplossing is voor het booreiland Brent Spar.

Een groot aantal vakbonden en de Britse TUC in de industrie buitengaats (off shore), waaronder de Industriebond FNV en de Britse TUC, heeft de dumping eveneens veroordeeld. Zij vrezen dat het afzinken van de Brtent Spar een precedent schept voor de 250 olieplatforms op het Britse Continentale Plat. Recycling van de platforms is de beste oplossing, menen de veertien bonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden