'Achterstandsbeleid is tot nu toe niet effectief geweest'

DEN HAAG - Wat heeft de sociaal-democratische onderwijspolitiek de afgelopen dertig jaar opgeleverd? Veel beleid, veel circulaires, veel structuurveranderingen, maar niet het door de sociaal-democratie gewenste einde van de maatschappelijke ongelijkheid. Dat concluderen de auteurs van het 19e jaarboek voor het democratisch socialisme 'Om de kwaliteit van het onderwijs'. De PvdA moet op zoek naar een andere inspiratiebron, is hun advies.

SANDRA KOOKE

Het was zo'n mooi ideaal: de verspreiding van kennis, het verheffen van de arbeiders, de doorstroming van arbeiderskinderen via ambachtsschool, mulo en gymnasium naar de universiteit. Via het onderwijs zou de maatschappelijke ongelijkheid weggewerkt kunnen worden.

Van deze sociaal-democratische gedachten is wel iets terechtgekomen - het onderwijs is sinds de Mammoetwet een stuk toegankelijker geworden voor arbeiderskinderen - maar toch hebben kinderen van laag opgeleide ouders nog steeds een onderwijsachterstand. Dat geldt des te sterker voor allochtone kinderen, die van huis uit vaak een taalachterstand meebrengen.

De hoge verwachtingen van het onderwijs hebben de afgelopen dertig jaar geleid tot voortdurende ontevredenheid, menen de auteurs van Om de kwaliteit van het onderwijs. Dat zorgde voor een permanente stroom van regels, decreten en vernieuwingsplannen.

Veel mensen in het onderwijs schreeuwen nu om rust. Zo ook één van de auteurs, de journalist Hans Wansink, die een half jaar geleden in zijn krant, de Volkskrant, een pleidooi hield voor een VVD-minister, om rust in het onderwijs te brengen. Ook in dit boek concluderen Wansink en zijn co-auteur, de historicus Piet de Rooy, dat de PvdA moet ophouden met vernieuwen. De school moet de kans krijgen een beperkt aantal kerntaken uit te voeren.

Als het oude ideaal van tafel moet, is de vraag natuurlijk welke visie de PvdA dan moet aanhangen. Want alleen vragen om rust is op de lange duur een wat magere inspiratiebron. Daar hebben de auteurs geen antwoord op. Er is een vacuüm gevallen. Dat blijkt al uit het laatste verkiezingsprogramma van de PvdA, dat een waslijst van wensen is, van klassenverkleining tot meer geld voor schoonmaak van lokalen. Het overkoepelende idee ontbreekt, schrijven de auteurs.

Zelf vragen ze om meer aandacht voor de betrokkenheid van ouders en leerlingen. Het onderwijs zou de leerlingen meer aan moeten spreken en de afstand tussen beleid en praktijk moet verkleind. Het is de vraag of de PvdA zich hiermee kan onderscheiden van de VVD, D66 of CDA.

Toch wordt in dit jaarboek niet het hele gedachtengoed van de sociaal-democraten weggegooid. Onderwijsjournalist Robert Sikkes maakt in zijn hoofdstuk over het stapelen van diploma's van mavo, havo en vwo duidelijk, dat deze doorstroming volgens hem mogelijk moet blijven, of beter, terug moet komen. Onder invloed van de bezuinigingsdruk in de jaren negentig werd het stapelen van diploma's onrendabel genoemd. Scholen gingen strengere toelatingseisen hanteren. Leerlingen kregen minder tijd om een diploma te halen en minder gelegenheid om een hogere onderwijssoort uit te proberen. Het effect zal volgens Sikkes zijn dat er minder hoogopgeleiden komen. Hij stelt een moderne variant van doorstroming voor: vouchers, trekkingsrechten of een onderwijsknipkaart. Daarmee kunnen mensen die vroeg gestopt zijn met leren, later hun onderwijscarrière vervolgen.

In het betoog van de onderwijskundige Sarah Blom over achterstandsbeleid echoot het sociaal-democratische gedachtegoed het meest na. Zij houdt een hartstochtelijk pleidooi om de problemen van de segregatie en de groeiende achterstanden van allochtonen onder ogen te zien.

Het achterstandsbeleid is tot nu toe niet effectief geweest, concludeert zij. Het moet anders, vindt zij. Volgens Blom zijn de didactische oplossingen bekend. Het probleem is dat de overheid zich niet met de didactiek op school mag bemoeien. De vrijheid van onderwijs verbiedt dat.

Een andere belangrijke oplossing, het aanpassen van de samenstelling van de schoolpopulatie door goede en slechte leerlingen te mixen, is in Nederland ook taboe. Weliswaar ziet iedereen het ontstaan van zwarte en witte scholen als een probleem, maar het is alweer de vrijheid van onderwijs die ingrijpen onmogelijk maakt. Blom is de enige van de auteurs die onomwonden stelt, dat de vrijheid van onderwijs het bereiken van resultaten in de weg zit.

Het enige sturingsmiddel dat de overheid overhoudt, is marktwerking: financiering op grond van resultaten en het openbaar maken ervan, bijvoorbeeld in de vorm van de CITO-toets. Blom vindt dat een armoedige oplossing, omdat politici hierdoor de scholen met het probleem opzadelen. Volgens hem moet de oplossing worden gezocht in het zo lang mogelijk bij elkaar houden van goede en slechte leerlingen.

Het jaarboek is bedoeld om het debat over onderwijs in de PvdA aan te zwengelen. Volgens de redactie van het jaarboek is de richting die de PvdA moet inslaan duidelijk: niet de grote structuurwijzigingen staan centraal, maar de inhoud van het onderwijs, zoals de vraag naar de kwaliteit, de positie van de leerkracht, en het voorkomen van schooluitval. Geen gemakkelijke opgave voor de PvdA concluderen ze, want de inhoud van het onderwijs is nog onbekend terrein voor de sociaal-democratie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden