Interview

Achter het masker van meesterlobbyist Ronny Naftaniel

Ronny Naftaniel Beeld Mark Kohn

Decennialang was hij in Nederland het gezicht van Israël. Eindeloos sprak en schreef hij over het conflict met de Palestijnen. Maar Ronny Naftaniel gaat met pensioen. Vandaag verlaat hij zijn geliefde lobbyclub, het Cidi. Reden voor een gesprek over de omstreden rol van deze organisatie, en over de kans op vrede.

Beeldbepalend was hij zeker. Innemend ook. Maar daarna lopen de meningen van vriend en vijand uiteen. De Telegraaf zal hem missen vanwege zijn 'goed doordachte betogen, zijn snerpende terechtwijzingen en zijn sprankelende, maar soms ook verontwaardigde inbreng in debatten'. Daarentegen lijken tegenstanders vooral opgelucht dat ze eindelijk verlost zijn van de directeur van 's lands invloedrijkste Joodse lobby-organisatie, een club die sommigen smalend omschrijven als 'ambassade-bis van Israël'.

Decennialang zwaaide Ronny Naftaniel de scepter over dit Cidi: het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Kort na de oprichting, veertig jaar geleden, werd hij het gezicht van de organisatie. Hij werkte er 37 jaar, waarvan 33 als directeur. In maart droeg Naftaniel de leiding over aan zijn opvolgster, Esther Voet. Achter de schermen bleef hij adviseren, en nu stopt hij ook daarmee. "Op 11 november houdt het echt helemaal op", zegt hij met enige weemoed.

Hightech-industrie
Tijd voor een terugblik op een lange periode, waarin Naftaniel zich onvermoeibaar bezighield met het Palestijns-Israëlische conflict. Avond aan avond debatteerde hij erover. Hij schreef een eindeloze reeks ingezonden brieven en gaf ontelbare commentaren in de media. Telkens weer over dat conflict. Alsof Nederland alleen dáár oog voor had, verzucht Naftaniel. "Terwijl Israël zo ontzettend veel meer te bieden heeft: een rijke cultuur, economische bloei, het verhaal van de succesvolle strijd tegen de woestijn, tien Nobelprijswinnaars, hightech-industrie, een prachtig vakantieland, kroegen in Tel Aviv die 24 uur per dag open zijn... Dat besef is in Nederland te weinig doorgedrongen."

Maar ja, dat conflict, daar is geen ontkomen aan. Ook niet in dit interview. "Laat ik vooropstellen dat het uiteraard moet worden opgelost", haast Naftaniel zich te zeggen. "Dat is evident, dat wil iedereen. Er moet een Palestijnse staat komen die in vrede en veiligheid naast Israël bestaat. Ik ben ook voor een rechtvaardig Israël, niet voor een land dat heerst over rechteloze Palestijnen."

Maar na deze voorzet zwakt Naftaniel het belang van het conflict toch graag nog wat verder af. "Vroeger zagen mensen de Palestijns-Israëlische strijd als de moeder van alle conflicten in het Midden-Oosten", herinnert hij zich. Als de Palestijnen en Israëliërs eenmaal vrede hadden gesloten, zou overal vrede volgen. "Maar kijk nu eens rond in Syrië, Egypte of Iran. Daar zie je onrust die niets met het Palestijns-Israëlische conflict te maken heeft. Daarom moet je voor een oplossing denk ik niet meer bij dit conflict beginnen."

Wat ook veranderd is, vervolgt Naftaniel, is dat Israël sterk is geworden. Toen het land in 1967 de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Golanhoogte binnenviel, was het zo zwak dat het voor z'n overleving sowieso een Palestijnse staat naast zich zou moeten dulden. "Maar inmiddels heeft Israël zo'n overmacht dat het de bezetting nog decennia kan volhouden." Naftaniel hoopt daar niet op. Maar, bedoelt hij, de noodzaak van een akkoord is nog nooit zo klein geweest.

 
Er moet een Palestijnse staat komen die in vrede en veiligheid naast Israël bestaat. Ik ben ook voor een rechtvaardig Israël, niet voor een land dat heerst over rechteloze Palestijnen.

David tegen Goliath
Lastig is wel dat Europa de laatste jaren steeds openlijker gruwt van de Israëlische 'powerplay'. De steun op het continent kalft af, beaamt Naftaniel. De nieuwe Cidi-directeur Voet begon er eind september ook over, toen de Israëlische president Sjimon Peres in Nederland op staatsbezoek was. "Het lijkt wel alsof Israël steeds meer vrienden kwijtraakt", hield ze de president voor. "Hoe zou dat toch komen?"

Peres ontweek de vraag. Naftaniel niet. "De beeldvorming in Europa is veranderd", verklaart hij. "Vroeger werd Israël gezien als een kleine, kwetsbare staat, bedreigd door Arabische buurlanden. Het was David tegen Goliath. Totdat Israël in 1967 de buren aanviel en als bezettingsmacht ging fungeren. Het werd toen zelf een Goliath. Op het nieuws horen mensen sindsdien voortdurend over nederzettingen, afscheidingsbarrières, controleposten, enzovoort. Daardoor is de kritiek op Israël onmiskenbaar toegenomen."

Vooral de uitbreiding van de nederzettingen, tegen het internationale recht in, zet kwaad bloed, beseft Naftaniel. Helemaal omdat de kolonisatie zelfs doorgaat nu het vredesoverleg met de Palestijnen weer op gang is gebracht. Dit bewijst volgens critici dat Israël niet oprecht in vrede geïnteresseerd is en slechts onderhandelt voor de schijn, met als eigenlijke doel: tijdrekken en nog meer nederzettingen bouwen.

Naftaniel weerspreekt die kwade intenties. "Ik geloof dat het niet de opzet van premier Benjamin Netanjahoe is om steeds nieuwe nederzettingen te bouwen. De politieke realiteit dwingt hem er gewoon toe. In zijn coalitie zit de kolonistenpartij van Naftali Bennett. Die is tegen een Palestijnse staat; Bennett vindt dat de Israëliërs vrijwel de hele Westoever moeten bevolken. Het zal voor Netanjahoe moeilijk worden om deze partij aan boord te houden als er een vredesregeling komt waarin de Palestijnse staat wordt erkend." Netanjahoe zit kortom in een politieke spagaat. En zijn toestemming voor steeds weer nieuwe woningen in nederzettingen is een onvermijdelijke concessie aan ultra-rechts, meent Naftaniel.

Etiketten
Zelf zijn de activist en het Cidi sinds jaar en dag tegen de nederzettingen. Maar de organisatie spant zich niet erg in om de kolonisatie te stoppen. Sterker nog, telkens als Europa concrete maatregelen wil nemen - zoals het etiketteren van producten uit nederzettingen of het stopzetten van Europese subsidies aan kolonisten - dan leunt het Cidi met zijn volle gewicht de andere kant op. Alsof de club liever niet heeft dat kolonisten een strobreed in de weg wordt gelegd.

Onzin, verzekert Naftaniel. In principe heeft hij niets tegen etiketten die aangeven dat een product uit een nederzetting komt. Maar dan moet er ook zo'n label komen op handelswaar uit de bezette Westelijke Sahara en het bezette Noord-Cyprus. En als koloniale druiven in Israël in een wijnfles zijn geperst, moet het eindproduct blijven gelden als Israëlisch; Franse bottelaars mogen hun wijn immers ook als Frans verkopen terwijl er bijvoorbeeld Algerijnse druiven in zitten. "Gelijke monniken, gelijke kappen", zegt Naftaniel stellig. "Anders is het discriminatie en stapt Israël naar het Europese Hof."

 
De beeldvorming in Europa is veranderd. Vroeger werd Israël gezien als een kleine, kwetsbare staat, bedreigd door Arabische buurlanden.

Ook het stopzetten van subsidies aan kolonisten vindt Naftaniel niet per se verkeerd. Maar in plaats van een categorisch 'nee' tegen geld voor elke organisatie met een tak in een nederzetting, oordeelt hij liever van geval tot geval. Wat hem betreft hoort het bezette Oost-Jeruzalem bijvoorbeeld bij Israël, ook al claimen de Palestijnen het als hun toekomstige hoofdstad. Daar moet de Europese Unie dus gewoon geld aan blijven geven. En als de EU dat weigert, maakt ze het voor Israël onmogelijk om door te gaan met de wetenschappelijke samenwerking waar nu over wordt onderhandeld. "Israël loopt dan veel geld mis, maar voor Europa is de schade groter: het zal een enorme technologische achterstand oplopen. Trouwens, China staat al klaar om de EU als geldschieter te vervangen. Nee, Israël hoeft echt niet naar Europa's pijpen te dansen."

Ambassade-bis
Stevige rechtse taal, ongeremd pro-Israëlisch. En dat is nou het geniale van Naftaniel, zeggen zijn opponenten: dat hij het Cidi aan het publiek heeft weten te verkopen als een onafhankelijk instituut, terwijl het in wezen de Israëlische regering verdedigt. Vandaar de kreet 'ambassade-bis'. Daarbij zouden Naftaniel en het Cidi retorisch heel slim opereren: eerst roepen dat ze de nederzettingen afkeuren, wat Nederlanders graag horen, om vervolgens diezelfde nederzettingen des te effectiever te verdedigen.

Naftaniel bestrijdt dat. "Bij het Cidi komen we op voor het recht van het Joodse volk om in vrede en veiligheid te leven", reageert hij. "Dat doen we in woord en geschrift, en met politieke contacten. Dus ja, we verdedigen het Israëlische belang. Ik vind het best als mensen dat een lobby noemen. Maar we vertegenwoordigen niet de Israëlische regering - we zijn onafhankelijk, ook financieel. Onze afkeuring van de nederzettingen, tegen het Israëlische beleid in, illustreert dat."

Ook over het hervatte vredesproces heeft Naftaniel een onafhankelijk geluid, zegt hij. En dat geluid is sceptisch. Zijn belangrijkste bezwaar: de Palestijnse president Mahmoed Abbas, met wie Israël onderhandelt, is veel te zwak om enig akkoord uit te voeren. Het is immers al weer negen jaar geleden dat Abbas werd gekozen, dus aan zijn democratisch gehalte kun je twijfelen. Bovendien vertegenwoordigt hij alleen de Palestijnen op de Westoever, niet degenen in de Gazastrook, waar de terroristische organisatie Hamas de dienst uitmaakt. "Laat de Palestijnen zich eerst onderling verzoenen en gezamenlijk verkiezingen houden", adviseert Naftaniel. "De leider die dan wordt gekozen, heeft een machtsbasis. Dat wordt dan Israëls gesprekspartner, zelfs als hij van Hamas is. Met Abbas wordt het niks."

Economische ontwikkeling
Voor duurzame vrede, beseft Naftaniel, zal Israël ooit de Westelijke Jordaanoever moeten opgeven. Maar wat hem betreft gebeurt dat pas als er een stevig akkoord ligt dat de veiligheid garandeert van Israël als staat voor het Joodse volk. "Op zich erkent Abbas Israël al", beaamt Naftaniel, "maar de toevoeging 'voor het Joodse volk' heeft hij nooit over zijn lippen kunnen krijgen. Terwijl dat cruciaal is, want het impliceert dat 4,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen zich niet in Israël kunnen hervestigen. Israël moet een Joodse staat zijn - niet de 23ste staat van de Arabische Liga."

Maar goed, voorlopig zal Israël nog wel even op de Westoever blijven, schat Naftaniel. Als hij ergens zijn kaarten op moet zetten, dan niet op het vredesproces, maar op economische ontwikkeling.

En dat treft, want in december gaat er een zware Nederlandse kabinetsdelegatie naar Israël en de Palestijnse gebieden. Deelnemers: minister-president Mark Rutte, minister van economische zaken Henk Kamp, minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen, en minister van buitenlandse zaken Frans Timmermans. "Nederland is op dat moment onbestuurd", grapt Naftaniel. De missie laat volgens hem zien dat Nederland, ondanks de toegenomen kritiek, nog steeds een vriend van Israël is. Het bezoek moet de handel bevorderen met Israëliërs én Palestijnen. Die benadering zou wel eens meer kunnen opleveren dan welk vredesoverleg ook, denkt Naftaniel. "Want waar verdiend wordt, wordt niet geschoten."

Wie is Ronny Naftaniel?
Ronny Naftaniel werd in 1948 geboren in Amsterdam, als enig kind in een Joods gezin. Zijn Duitse vader en Nederlandse moeder overleefden kamp Westerbork. Het gezin was niet religieus, maar leefde wel mee met Israël en de vervolging van de nazi's. Naftaniel studeerde economie. Hij raakte pas actief bij de Joodse zaak betrokken toen een vriendinnetje hem meenam naar een Joodse jeugdbeweging. Al snel organiseerde hij politieke bijeenkomsten, bijvoorbeeld tegen de vrijlating van oorlogsmisdadigers als de Drie van Breda.

In 1973, toen tijdens de oliecrisis de westerse steun voor Israël afnam, kreeg Naftaniel behoefte om het Israëlische belang in Nederland te verdedigen. Zo belandde hij bij het net opgerichte Centrum Informatie en Documentatie Israël. Misschien wel zijn belangrijkste wapenfeit is dat hij in de jaren zeventig Arabische landen ontmaskerde die westerse bedrijven opriepen tot een boycot van Joodse producten, en die alleen nog westerse werknemers toelieten met een niet-Jood-verklaring. De onthullingen leidden tot een parlementair onderzoek en tot wettelijke maatregelen.

 
Israël hoeft echt niet naar Europa's pijpen te dansen.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden