Column

Achter de verontwaardiging schuilt een heimelijk ontzag

Beeld epa

Betrapt' (Busted) kopte het boulevardblad The Sun afgelopen weekend op zijn voorpagina. Het hogerhuislid Lord Sewel was heimelijk op foto en video gezet in het gezelschap van een paar lichte dames, had daar cocaïne bij gesnoven en collega-politici beschimpt. Pikantste detail: Sewel was ook voorzitter van de commissie die het gedrag van zijn mede-parlementariërs binnen de grenzen van het fatsoen moest houden.

Moralisme zien we graag voor de val komen, misschien nog wel liever dan hooggeplaatsten met àl te lage lusten. Een combinatie van die twee is smullen in het kwadraat. In beide gevallen gaat het om schone schijn die plotseling 'betrapt' is op zijn voosheid. Achter de sluier tekent zich een gezicht af van ondeugd dat we van de weeromstuit als het ware beschouwen.

Je kunt erover twisten of dat altijd terecht is, maar kennelijk kunnen we het zonder dergelijke periodieke onthullingen moeilijk stellen. Vooral Engeland kent een lange schandaaltraditie, die het politieke systeem echter nooit werkelijk aan het wankelen brengt. 'Westminster' - en dan vooral het Hogerhuis - mag dan door en door ontuchtig zijn, het lijkt door al die onthullingen niet minder stevig in het nationale zelfbewustzijn geworteld te zijn.

Getut-tut
De bijna triomfantelijke wijze waarop de krantenkoppen 'betrapt' roepen, kan niet verhelen dat zij tegelijk een orde bevestigen waarvan de regels - ondanks of misschien wel dankzij alle getut-tut - uiteindelijk aanvaard worden als 'normaal'. Schandalen als die rond Lord Sewel lijken alleen maar te bevestigen dat het er in deze kringen inderdaad anders, uitzonderlijker, excessiever, ja zelfs in zekere zin letterlijk 'hoger' aan toe gaat dan in het grauwe alledaagse leven. De morele verontwaardiging daarover kan heftig zijn, ze blijft grotendeels ritueel.

Dat is niet alleen in Engeland zo, al zijn de verhoudingen in andere landen misschien wat meer gedemocratiseerd. Stond in oude tijden de adel boven de wet en de moraal, intussen zijn dat de succesvolle acteurs, sportlieden en bankiers geworden, die niet toevallig 'godenzonen' of 'masters of the universe' heten. Ze behoren tot een hogere sfeer waarin de gewone regels opgeschort lijken. Extravagantie en exces (in rijkdom, in gedrag, in verspilling) zijn de zichtbare tekenen van hun uitzonderingspositie. Zij kunnen meer dan anderen, en zij mógen meer, want ze bevinden zich in zekere zin 'jenseits von Gut und Böse'.

Het altaar van de bovenmenselijkheid
Dat gaat niet altijd goed en soms tuimelen zij als gevallen engelen hard terug in het gewone leven en zijn strikte moraal. Bill Cosby, O.J. Simpson, Dominique Strauss-Kahn en nu Lord Sewel: zij zijn de offers die gebracht worden op het altaar van de bovenmenselijkheid. En moreel gezien is dat terecht. Hun daden waren onvergeeflijk, hun straf verdiend. Maar hun val betekent niet het einde van de tweedeling tussen de alledaagse wereld en de hogere sferen van de bijna-onaantastbaren. Dat zij kúnnen vallen, onderstreept alleen maar het bestaan van de hemel waarin zij verkeerden - en die hen ogenschijnlijk aan gene zijde van de gewone morele regels plaatste.

De publieke moraal kan daartegenover niet blijven zwijgen. Sinds wij democratisch geworden zijn, vragen wij daar af en toe een offer voor. Maar achter de verontwaardiging die zich bij elk schandaal weer baanbreekt verbergt zich tegelijk een heimelijk ontzag. In voor-democratische tijden gold die een sfeer waarin een dubbeltje nooit een kwartje worden zou; nu gaat ze samen met de ijle hoop ooit zèlf tot dat paradijs te kunnen toetreden.

'Herrenmoral'
'The rich are different,' moet Scott Fitzgerald ooit tegen Ernest Hemingway hebben gezegd. 'Ja', antwoordde die laatste droog, 'they have more money'. Op afkomst en adeldom komt het tegenwoordig alleen nog maar in Engeland aan. Het geld heeft alles vloeibaar gemaakt. Maar de 'hogere' sfeer met haar bijzondere 'Herrenmoral' is er niet door veranderd - en evenmin onze heimelijke acceptatie daarvan, onze bewondering en ons verlangen.

Voetbaljunioren dromen ervan, net als drugsrunnertjes of de uitgebuite stagiaires van Canary Wharf. Godenzonen en -dochters zouden de meesten van ons maar wàt graag willen zijn - en een enkele uitverkorene lukt dat zowaar. Die illusie is de werkelijke vrucht van wat wij 'democratie' zijn gaan noemen. De wereld bestaat nog altijd uit adel en plebs, maar er is een smal laddertje tussen beide gekomen. Sommigen weten erlangs naar boven te klauteren, anderen donderen er juist langs naar beneden - en sommigen doen het allebei, in deze volgorde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden