Acht Haagse wijken zijn 'beschermd stadsgezicht'

DEN HAAG - De reputatie dat Den Haag een belangrijk en gaaf voorbeeld is van de architectuur en stedebouw uit de periode tussen 1850 en 1940 wordt binnen afzienbare tijd bevestigd door de aanwijzing van acht wijken tot beschermd stadsgezicht.

Het Van Stolkpark had onlangs de eer als eerste voorbeeld van jongere bouwkunst in ons land te worden beschermd. Kort daarna volgden het Statenkwartier, Duinoord en de Archipelbuurt, terwijl de komende maanden ook Zorgvliet, Westbroekpark, het Benoordenhout en Marlot op de landelijke lijst van beschermde stadsgezichten worden geplaatst. De acht wijken vormen een aaneengesloten gebied ten noorden van het historische centrum dat reeds langer (evenals het Willemspark) op de monumentenlijst prijkt.

De aanwijzing komt voort uit een landelijk project voor de inventarisatie van jongere architectuur en stedebouw dat de Rijksdienst voor de monumentenzorg in 1987 begon. De inventarisatie wordt uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden. Tot nu toe werden (vrijwel) uitsluitend gebouwen en stads- en dorpsgezichten van vóór 1850 beschermd; sinds de invoering van de Monumentenwet in 1961 zijn al meer dan 42 000 panden en andere objecten op de lijst van rijksmonumenten geplaatst.

“De jongere bouwkunst uit de periode 1850-1940, waarin de bevolking en de verstedelijking sterk toenamen, is lang grotendeels onbekend en veelal onbemind gebleven”, zegt ir. Paul Lankamp, adviseur monumentenzorg van de gemeente Den Haag. “De laatste twee decennia echter groeit de aandacht.”

“Dat komt mede door een algemeen gevoel van ontevredenheid over de kwaliteit van de bouwprodukties uit de jaren zestig en zeventig. Ook de toenemende druk op de steden om zich steeds verder te ontwikkelen, draagt aan die groeiende aandacht bij.

Voor de bouw van Hoog Catharijne in Utrecht zijn onder meer prachtige Jugendstil-panden afgebroken. Verder wordt voor de stadsvernieuwing flink gesloopt, waar weliswaar veel goeds voor terugkomt maar waarbij, zo beseffen we steeds meer, ook veel van waarde verloren is gegaan.''

Den Haag heeft de inventarisatie met voortvarendheid aangepakt, waardoor de residentie ver voor loopt op de rest van het land. De Rijksdienst voor de monumentenzorg verwacht dit jaar nog twee 'jongere' dorpsgezichten in Drenthe aan te wijzen. Het eerste beschermde 'jongere' stadsgezicht buiten Den Haag volgt volgend jaar; tegen het eind van de eeuw, wanneer het project afloopt, telt de lijst naar verwachting ruim tweehonderd nieuwe gezichten.

Bij de inventarisatie in Den Haag zijn alle wijken onder de loep genomen. Lankamp: “Den Haag heeft zich in hoofdzaak wijksgewijs uitgebreid en de meeste wijken vormen wat bebouwingsbeeld betreft een eenheid. Van iedere wijk hebben we de gebouwen geïnventariseerd, de historische ontwikkeling beschreven, evenals de bouwkundige en stilistische kenmerken en de veranderingen die zijn aangebracht. Op grond van de inventarisatie droeg de gemeenteraad in juni 1993 acht wijken bij het Rijk voor aanwijzing voor.”

De status van beschermd stadsgezicht is niet vrijblijvend, maar legt ook verplichtingen op. Lankamp: “De belangrijkste verplichting is dat het bestemmingsplan voor het beschermde stadsgezicht de waarden die in het aanwijzingsbesluit worden benoemd, ook werkelijk beschermt. Nu zijn de bestemmingsplannen voor de acht wijken al conserverend; alleen enkele kleine punten dienen te worden aangepast. Daarnaast schrijft de Monumentenwet voor dat voor sloop in een beschermd stadsgezicht een vergunning nodig is, waarbij moet worden getoetst of de voorgenomen sloop de waarde van de wijk aantast.”

Daarnaast verhoogt de aanwijzing de status van een wijk, wat op vele fronten kan doorwerken. Lankamp: “De status zal ook meespelen bij de welstandscommissie - die zal nadrukkelijker kijken of iets passend is in een wijk. Architecten zullen meer naar de kwaliteit van het bestaande kijken; de status helpt het besef van de historische waarde hoog te houden.”

“Want er zullen natuurlijk ook in beschermde stadsgezichten ontwikkelingen plaatsvinden - een stad is geen openluchtmuseum, maar leeft. Ook in het centrum, een beschermd stadsgezicht van vóór 1850, wordt gebouwd. Zoals de nieuwbouw voor de Tweede Kamer, de uitbreiding van de Rekenkamer aan het Lange Voorhout en het bankgebouw aan de Kneuterdijk.”

De aanwijzing van acht wijken tot beschermd stadsgezicht wil geenszins zeggen dat in de niet aangewezen wijken naar hartelust gesloopt en gebouwd kan worden. Lankamp: “Omdat wij alle wijken hebben geïnventariseerd, zijn ook van alle wijken de waarden bekend. Wij moeten ervoor zorgen dat ook die in stand blijven.”

“Neem Duindorp in Scheveningen; die wijk is vooral van sociaal-historische betekenis. Het is een voor de Scheveningse bevolking gebouwde arbeiderswijk, geïsoleerd gelegen in de duinen, met een homogeen bebouwingsbeeld. Ook de Schilderswijk heeft waarden, maar bij het begin van de stadsvernieuwing was er weinig waardering voor de structuur van de wijk. Nu is daar meer oog voor en dat zie je terug in het project van de Vaillantlaan: grote bouwblokken van dezelfde architectuur aan een lange, brede laan.”

Het Haagse Bos is aan drie zijden ingesloten door beschermde stadsgezichten, maar ontbeert zelf die status. Als het aan Den Haag ligt, duurt dat echter niet lang meer. Lankamp: “We werken aan een voorstel ook het Haagse Bos, inclusief het reeds beschermde paleis Huis ten Bosch, als beschermd stadsgezicht aan te wijzen. Het is de oudste groenstructuur in Den Haag; het is - als het voormalige jachtterrein van de graven van Holland - zelfs ouder dan Den Haag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden