Acht belwinkels in één straat

Vooral in de grote steden opent de ene na de andere 'belwinkel' de deuren, in wijken met veel allochtone bewoners. Maar omwonenden vertrouwen het niet. De belwinkels zouden dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Rotterdam en Amsterdam zijn nu eigen onderzoeken begonnen.

,,Veel mensen zien het niet meer zitten op deze laan. Een paar dagen geleden werd ik weer gebeld door een bewoonster. Ze was helemaal doorgedraaid'', zegt Lilian Soemai. Als voorzitster van de bewonersvereniging TarweBloem, van de wijken Tarwewijk en Bloemhof in de Rotterdamse deelgemeenten Charlois en Feijenoord, krijgt ze om de haverklap telefoontjes van verontruste buurtbewoners die klagen over overlast. Veel van die telefoontjes gaan over belwinkels. Vooral op de Dordtselaan zijn er veel.

De Dordtselaan is een lange straat die de grens vormt van de twee deelgemeenten Feijenoord en Charlois. Er wonen meer dan honderd nationaliteiten. Al jaren staat de laan bekend om zijn verloedering. Vijftien jaar geleden was dat wel anders. Toen zag de laan er rustig, netjes en schoon uit.

Tegenwoordig is daar niet veel meer van te zien. De straten zijn bevuild, vuilniszakken liggen op straat en lege bierflessen staan in de portieken van woningen. Veel 'nette' zaken vertrokken. In de oude panden zitten nu bakkerijen, theehuizen, coffeeshops, shoarmazaken en belwinkels.

Vooral de belwinkels, die soms dag en nacht open zijn, zijn de omwonenden een doorn in het oog. Formeel is er weinig mis met de activiteiten van de winkels. Je kunt er tegen een goedkoop tarief bellen naar het buitenland. Maar volgens de bewoners zijn de winkels dekmantel voor illegale en criminele praktijken. Omwonenden klagen ook over geluidsoverlast.

In de deelgemeenten Charlois, Delfshaven en Feijenoord rukken de winkels in snel tempo op. Met name op de Dordtselaan in Feijenoord neemt het aantal belwinkels toe. Er zijn er nu al acht. Voor nog eens vijf nieuwe winkels is een vergunning aangevraagd.

De gemeente Rotterdam is inmiddels een onderzoek begonnen naar belwinkels. Ook in Amsterdam, dat te kampen heeft met een toenemend aantal belhuizen, loopt al een onderzoek naar dit fenomeen. Aan het eind van deze maand worden de conclusies verwacht.

Volgens J.M. Nelen, universitair hoofddocent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is in Nederland nog niet eerder gericht onderzoek verricht. Maar het zou hem niet verbazen dat er belwinkels zijn die zich inderdaad schuldig maken aan witwaspraktijken. ,,Het fenomeen belhuizen roept zeker vragen op'', vindt hij. ,,In sommige steden zijn zoveel winkels gevestigd, dat je je moet afvragen of daar wel een markt voor is. Tegenwoordig heeft iedereen een mobiele telefoon.'' Hij vermoedt dat de exploitanten van de winkel vooral verdienen aan andere, schimmiger, activiteiten waarvoor de belwinkel als dekmantel dient.

Deskundige Nelen trekt de vergelijking met de criminele wisselkantoren, die tien jaar geleden een plaag vormden in Amsterdam. ,,Het waren er zoveel dat je na een simpel rekensommetje kon concluderen dat zij, gelet op het aantal toeristen, nooit het hoofd boven water konden houden. Later bleek het in een groot aantal gevallen om witwaspraktijken te gaan. In Nederland kwam er vervolgens veel meer toezicht op de financiële sector. Het vermoeden bestaat dat het 'ondergronds bankieren' daardoor de wind in de zeilen heeft gekregen.'' Volgens hem maken kleine ondernemingen als snackbars, reisbureau's en juweliers zich hier ook schuldig aan. ,,Dus waarom niet ook de belwinkels?''

Het witwassen is volgens Nelen een ingewikkeld proces, waarbij de eerste stap vaak de moeilijkste is. Iemand met veel crimineel -vaak contant- geld kan dat pas op een bankrekening zetten als hij kan voorwenden dat het geld op een 'normale' manier is verkregen. Hij kan bijvoorbeeld beweren dat hij het heeft verdiend met een belwinkel. ,,De achilleshiel van een crimineel is om dit geld ongemerkt in het reguliere financiële circuit te laten terechtkomen. Als dat eenmaal is gelukt, flits je het geld met de huidige technologische middelen in een mum van tijd de wereld over. Dan kun je het vermengen met legaal geld.''

Nelen denkt dat sommige belhuizen ook fungeren als bank zonder bankvergunning, voor allochtone immigranten die bijvoorbeeld geld willen overmaken naar familie in hun geboorteland. In islamitische landen is het zogenaamde 'hawallah'-bankieren van oudsher heel gebruikelijk. Geld overmaken of opnemen gebeurt daarbij op basis van vertrouwen, en zonder duidelijke boekhouding. Maar juist omdat er geen boekhouding is, is deze vorm van informeel bankieren ook heel aantrekkelijk voor wie geld wil witwassen.

De belhuizen die wél omzet halen uit echte telefoongesprekken, nemen daarbij soms hun toevlucht tot fraude. Uit recent onderzoek van het Interregionaal Fraude Team Noord (IFT) blijkt dat belhuizen de codes van telefooncentrales van grote bedrijven kraken. Vijftien belhuizen uit Rotterdam, Den Haag en Amsterdam lieten hun klanten ongemerkt naar het buitenland bellen via de centrales van zeker zestig grote bedrijven. Zelf betaalden de belhuizen alleen het lokale tarief. Twee eigenaren van belwinkels in Amsterdam zijn opgepakt. De totale schade voor alle bedrijven bedroeg vijf miljoen euro.

Volgens Pieter Boomsma van het fraudeteam staat de zaak niet op zichzelf. ,,Dit is slechts het topje van de ijsberg. Wij denken dat meerdere belhuizen zich schuldig maken aan dit soort praktijken. Binnen het belhuizencircuit kennen ze elkaar allemaal. Eigenaren geven de codes aan elkaar door.''

Belshops zien er over het algemeen bijna allemaal hetzelfde uit, met dezelfde opvallende, felle kleuren en dezelfde kale inrichting. Aan één kant van de winkel staan meestal de belhokjes en achterin de zaak staan computers waar klanten kunnen internetten. Achter een glazen wand staat een medewerker bij wie telefoonkaarten kunnen worden gekocht.

De Rotterdamse Lilian Soemai woont boven belwinkel Alba aan de Dordtselaan. Volgens haar 'geen prettige ervaring'. ,,Het ene belhuis is natuurlijk het andere niet. Maar deze winkel is de verschrikking van de Dordtselaan'', zegt ze.

Bezoekers van het belhuis Alba zitten volgens haar iedere avond tot in de late uurtjes in het trapportiek. Ze komen overduidelijk niet om te bellen. ,,Ze eten en drinken op mijn trap. Ze doen er zelfs hun behoefte. Het is een ramp.'' Elke dag maakt ze het trappenhuis schoon met chloor.

,,Soms zitten hier wel twintig of dertig mannen. Een keer heb ik ze gevraagd weg te gaan. Eén van hen trok daarop een pistool. Maar tegen de tijd dat de politie arriveerde, hadden de mannen zich al uit de voeten gemaakt.'' Soemai sprak de Somalische eigenaar van de belwinkel een paar keer aan op de overlast. Hij ontkende dat de mannen klanten van hem waren.

Voor de deur van zijn belwinkel wil Hassan Ali wel even zijn kant van het verhaal vertellen. ,,Het is vreselijk te horen dat mensen hier plassen en poepen, maar ik heb het zelf nooit gezien. Ik heb een toilet in mijn winkel. Maar als ze op de trappen hun behoefte doen, ben ik dan verantwoordelijk? Ik kan ze er ook niet op aanspreken, want dan krijg ik zelf klappen.''

Bij andere belwinkels in de wijk is het moeilijker om mensen aan het praten te krijgen. Medewerkers verwijzen naar de eigenaar, maar die is er nooit. In veel winkels spreken de medewerkers en klanten geen Nederlands of Engels. In veel winkels is het inderdaad ook opvallend rustig.

In belhuis Amal daarentegen is het om 23.00 uur 's avonds nog druk. De twaalf computers zijn allemaal bezet. Voornamelijk Afrikanen zijn er aan het internetten of wachten op hun beurt voor de tien belhokjes. Volgens eigenaar Aden Abdullahi is het altijd druk in zijn winkel. ,,Noch van omwonenden noch van de gemeente heb ik ooit klachten gehad'', zegt de Somaliër. ,,Wie alleen maar wil rondkijken en kletsen, stuur ik weg. Ik wil geen overlast.''

Abdullahi vindt zelf ook dat er teveel belhuizen op de Dordtselaan zijn gevestigd. ,,Vijf jaar geleden was ik de tweede die een belhuis opende. Ik verdien wel goed, hoor. Ik hoop dat de andere belhuizen ook goed draaien, maar acht belwinkels in één straat is nu al teveel. Er zou hier een supermarkt moeten worden geopend. Die hebben we hier niet.''

Pyara Telecom, twee huizen bij belwinkel Alba vandaan, is één van de nieuwe belshops. Het ruikt er nog naar verf en ziet er brandschoon uit. Klanten zijn er niet. Eigenaar Tajamal Choudry opende twee maanden geleden. ,,Bij andere belwinkels zag ik dat het altijd druk was. Omdat hier veel buitenlanders wonen en goedkoop naar familie in het buitenland willen bellen, heb ik ook besloten een belhuis te openen.'' Choudry zegt dat hij streng zal optreden tegen lastige klanten. Daarom heeft hij ook alleen telefoons, en geen internet, want dan gaat iedereen maar met elkaar zitten praten en wordt het lawaaiig.

,,De goede belhuizen zullen altijd onder de slechte lijden'', zegt Lilian Soemai, de voorzitster van de bewonersvereniging TarweBloem, spijtig. ,,Ik wil ook niet dat alle belhuizen worden gesloten, maar er mogen er niet nog meer bij komen. Overlast en illegale activiteiten moeten worden aangepakt.''

Ook Anthony Jacobi, voorzitter van Ondernemersvereniging Dordtselaan en Omstreken, denkt dat in belhuizen criminele activiteiten plaastvinden. ,,Het is bijna onmogelijk dat zoveel belhuizen in één straat winst kunnen maken'', meent Anthony Jacobi, voorzitter van Ondernemersvereniging Dordtselaan en Omstreken (ODEO). ,,Bij sommige zaken wordt niet alleen maar gebeld. Hier worden ook andere dingen gedaan. Daar moet een betere controle op komen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden