Ach, het leek allemaal nogal onschuldig.

Geachte mevrouw Hirsi Ali,

Ergens op een koude januaridag in 1996 bevond ik mij in New York, in Harlem, te voet onderweg naar mijn geliefde kerk, St. John the Divine, die van James Baldwin en Maya Angelou. De straten waren uitgestorven. Men zegt dat het gevaarlijk is in Harlem. Ik ben een blanke, blonde, Europese vrouw. Ik heb in de 54 jaar van mijn leven veel geweld aan den lijve ondervonden - uitsluitend van blanke, blonde, Europese en Amerikaanse mannen. Zonder enig probleem liep ik naar de kerk.

Voor de trappen dook plotseling een enorme diepzwarte African-American op, armenzwaaiend en roepend. Zijn halfzingende stem vertelde een gedicht, minutenlang, rappend, over de stad, over deze ontmoeting. Misschien had hij geld verwacht toen hij zweeg, maar ik antwoordde als vanzelfsprekend met een gedicht. We raakten aan de praat, en ik vroeg hem om advies: wat moest ik lezen? Hij noemde de namen van enkele dichters, en toen, als om een groot geheim mee te delen, hief hij zijn armen, maakte een danspas, en zei 'But there is one you should never forget'. Nu komt het, dacht ik, ik zoog in dat jaar de zwarte Amerikaanse literatuur op als een spons, ik spitste mijn oren - en in een en dezelfde melodie zong hij 'Freedom! Freedom is the name', en verdween net zo mysterieus als hij verschenen was.

Daar stond ik, op de trappen, in de kou, en daar sta ik soms nog, stil en een beetje misselijk. Want ik ben een De Rooij uit Vlissingen, een telg uit een 450 jaar oude scheepsbouwersfamilie. De Zeeuwen uit Vlissingen dreven een eigen, lucratief handeltje in de slaventijd. Mijn familie bouwde ook slavenschepen, daar kun je donder op zeggen. Zijn vrijheid was rechtstreeks verbonden met mijn familiegeweten.

Zo lopen de lijnen. Men kan niets vergoelijken. Men kan niets uitwissen. Men kan vertellen, en doorvertellen. En misschien is er onder honderd luisteraars één die luistert. Misschien zijn er onder duizend mensen tien die luisteren. Tien mensen van wie de visie op de werkelijkheid één centimeter verschuift. Tienmaal een centimeter. Dat is net genoeg om met z'n tienen een voetstap opzij te doen.

Het gaat altijd om de kleine geschiedenissen. Geschiedenissen waaruit vrouwenlevens zijn samengesteld, opgeteld, uitgeperst, volgeschreeuwd. Je werd geboren, en toen. Ik groeide op in een gereformeerd gezin. Vrouwen gingen 'met bedekten hoofd' ter kerke: een hoed of een sjaal. En handschoenen aan. Mag een imam een vrouw met handschoenen aan wel een hand geven? Mijn zusje hield maandelijks een statistiek bij van alle vrouwen mét hoeden, die aan het Avondmaal gingen. Dat was makkelijk, want we zaten naast mijn vader op het orgel. Je had goed zicht, en je kon ontsnappen aan de strenge zondagsplicht, want of je een boekje las, of je huiswerk deed, zag geen mens, daarboven.

Ach, het leek allemaal nogal onschuldig. Maar dat veranderde. Mevrouw, u bezoekt de Blijf-van-mijn-lijf-huizen, en documenteert u grondig. Ik ben alleen maar een dichter, ik verzamel wat ik zie, en dat kan ik vertellen.

Een kleine selectie. Uit de vijftien jaar dat ik auteur ben. In alle gevallen was de directe aanleiding mijn opstelling als vrije vrouw, al voert het nu te ver dat toe te lichten.

Ik ben ooit verkracht op een Nederlands poëziefestival door een blanke Nederlander. De politieagenten bij wie ik aangifte wilde doen, zeiden schouderophalend 'het is uw woord tegen het zijne, doe het maar niet, daar komt alleen nog maar meer ellende van, dan gaat hij misschien uw gezin bedreigen'. Een goed advies bleek om het gebeurde rond te vertellen; de dader werd door vrienden en bekenden aangesproken op het gebeurde.

Ik ben in de VS in elkaar geslagen door twee blanke Amerikaanse college kids, die dachten dat ik een homofiele man was. Ik brak twee ribben.

Ik ben recentelijk door de man die mijn grote liefde was, in elkaar geslagen, eenmaal met een hersenschudding als gevolg. Het veroorzaakt een spagaat in de ziel tussen liefde en angst. 'Sloeg je dan niet terug?', vroeg iemand mij later onnozel. Nee. Ik kan geen geweld uitoefenen. Bovendien is al dat geweld intentioneel: de dader weet al wat hij doet voordat hij slaat. Als mikpunt, pun intended, duurt het even voordat je beseft dat je je zou moeten verweren, en dan zijn die ribben allang stuk.

En dit is nog alleen het geweld in daden. Ik heb het nu niet over een man die urenlang tegen je schreeuwt, of die elke maand opnieuw zegt: 'Vrouwen die ongesteld zijn stinken en moeten uit mijn buurt blijven. Oh pardon, dit is een grapje, en kun je daar niet tegen.'

Dit soort zaken moet je als vrouw liever niet onthouden. En zo'n opsomming, dat zal wel alleen voor mij gelden. Ik wou dat het waar was. Helaas. Ik kan het onderdeel bedreigingen, aanrandingen en pogingen tot verkrachting moeiteloos aanvullen met eenzelfde reeks geschiedenissen, van, jawel, dichteressen, die half zo oud zijn als ik. Op festivals. Het gebeurt. Wat zou de oorzaak zijn? De kunst? De angst voor vrouwen?

Waar het om gaat, is niet, dat er geen aandacht voor is. Of dat we zielige slachtoffers zijn, quod non. Waar het om gaat, is, dat er nog steeds een voedingsbodem in de cultuur is, zodat dit soort zaken kunnen voorkomen - en niet alleen met psychoten als dader.

In Nederland reageren we een beetje lacherig, als minister Verdonk boos wordt omdat een imam haar geen hand wil geven. Ze heeft groot gelijk dat ze boos wordt. De imam heeft de mogelijkheid benut om een opzettelijke belediging te verkopen als een religieus taboe. Haat kun je oogsten als heel kleine trouvailles.

Ik woon in een volkswijk in Groningen, in de Bandoengstraat. Kunstenaars, studenten, WAO'ers, Antillianen, hoofddoekjes, alles woont hier. Op een middag, nog voor '9/11', ga ik de deur uit. Ik passeer een groep mannen. Op straat. Acht of negen mannen staan maar wat, praten wat, het is niet opvallend, behalve dat het in mijn stille straat een vreemde indruk maakt. Er staat een man bij in een lang lichtgekleurd gewaad, met een soort kalotje op zijn grijze hoofd. Hij is veel en luidruchtig aan het onbegrijpelijke woord - Arabisch? Turks? Geen idee. Als ik er langs loop, valt er opeens een stilte. Ik kijk verbaasd naar de groep. Men kijkt terug. Men is niet vriendelijk. Men staart, met zijn achten, negenen. Het voelt ongemakkelijk. Ik ga de hoek om, en vergeet het. Na een uurtje kom ik terug. De groep staat er nog steeds. Als ik er langs loop, valt er een stilte. Men kijkt. Men is niet vriendelijk. Het voelt raar.

De volgende dag ... Maar u begrijpt het wel. De groep stond buiten. Elke middag. Hadden ze geen werk? Geen idee. Ze leken onschuldig, totdat er een vrouw langs liep. Een vrouw, die, zoals ik, in spijkerbroek gekleed is, met korte losse haren, en die mannen recht aankijkt. Nee, dat kwam niet goed. Er werd niets gezegd. Maar gedrag - dat zit in hele kleine dingen. Kleine geschiedenissen. Blikken vol woede. Minachting. Zwijgen. Doodkijken.

Na '9/11' was de groep weg, en ik zag die nergens anders in mijn buurt terug. Maar ik heb begrepen dat vrouwen elders dit net zo hebben meegemaakt. Betekent het iets? Misschien niet. Ik hoop van niet.

Op een koude winterdag fietste ik naar de stad. Ik had mijn wollen, meterslange, donkerblauwe sjaal zoals altijd tweemaal om mijn hoofd gewikkeld. Ineens kwam er een man langszij, op de fiets, en begon hinderlijk avances te maken in een mij onbekende taal vol keelklanken. Ik draaide mijn hoofd naar links, en zei verbaasd 'ik versta u niet'. Hij viel bijna van zijn fiets, geschrokken, en racete weg. Met dezelfde sjaal stond ik later in de rij voor de kassa van de supermarkt. Pas toen ik vanwege de warmte mijn sjaal afdeed, merkte ik de spanning, en de direct erop volgende ontspanning in de rij mensen op. Misschien betekent het allemaal niets. Ik hoop het. Ik wil graag een warme sjaal kunnen dragen als ik het koud heb. Of een Grace-Kelly-sjaal als het zomer is en de wind waait. Maar ik denk dat het niet meer kan, in Nederland. Een sjaal à la Grace Kelly, dat is om het hoofd, en dan kruisen, en dan om de nek, en achter vastknopen. Net een hoofddoekje.

Kijk, dat is nu Madurodam. Maar Madurodam - dat is waar die dingen beginnen. Eerst is het klein. Het is klein, en het is te belachelijk om er iets van te zeggen. Maar overal kleine brandhaardjes, die lopen vanzelf naar elkaar toe, en blijken dan een groot gebied te hebben platgebrand.

Toen ik nog in Amerika woonde, ergens in 1995 of 1996, was ik op een dag onderweg van Washington naar New York. Op het vliegveld stond ik gelaten in een lange rij, bij het inchecken. Voor mij stond een grote zwarte jongen in een blauw shirt met de opdruk 'Mohammed University'. In Washington? Wat vreemd, die had ik nergens gezien. Dus ik tikte hem op de schouder en vroeg ernaar. Ik kreeg een boze en agressieve blik, een snauw omdat ik hem had aangeraakt, en hij weigerde iets te zeggen. Vijfde colonne, die van Louis Farrakhan? Misschien betekent het niets. Maar ergens is iets ontstemd geraakt en nu gaan er steeds meer tonen vals klinken.

Ik denk, mevrouw Hirsi Ali, dat ik het met u eens ben. Ik denk ook dat dat vreemd is, want ik beschouw mijzelf als links. Maar misschien is het paradigma wel aan het verschuiven, en moet ik als dichter daar een beetje op letten. Als dichter, ja. Dichterschap is een roeping, en de ontwikkeling van een talent, gewoon hard werken dus. In de roeping ligt ook het moreel besef. Wat is goed: dat is duidelijk, lang voordat het kerstmis is. Wat is fout: dat is duidelijk, lang voordat iemand mij de hersens inslaat. Hele kleine gebeurtenissen. Schijnbaar hele eenvoudige keuzes. De vrijheid, om als vrouw alleen te wonen, en alleen, en met ongedekten hoofde, boodschappen te doen. Of om een sjaal te dragen als het koud is.

Elders in de wereld worden dichters om hun mening gevraagd bij dringende politieke problemen, bijvoorbeeld in Italië, dat ons altijd zo corrupt voorkomt. Het woord van een dichter geeft leiding, en het verschijnt op de voorpagina. Heeft de politiek in Nederland Gerrit Kouwenaar weleens om zijn mening gevraagd? Oh nee, we hebben hier een Dichter des Vaderlands, daarmee is de kritische positie van de dichters gelijk onschadelijk gemaakt. Komrij heeft daar met zijn laffe houding nooit iets aan verbeterd. Elders in de wereld heet de positie Poet Laureate. Die titel laat de eer aan de dichter. Hier hoort de dichter bij Het Vaderland. Mijn vaderland is de poëzie, welke dan ook, waar ook ter wereld, in welke taal dan ook.

Mevrouw, ik ben tegen de onderdrukking van vrouwen, ook van moslima's. Ik heb bewondering voor uw werkkracht, uw moed, uw keuzes als vrouw. Maar ik ben minder optimistisch dan u. De Verlichting? Misschien, maar ik denk, dat er in deze contreien onder alle gelijkberechtiging nog een dikke zeekleilaag ongelijkwaardigheid zit, diep verankerd in het zand van onze cultuur, die, calvinistisch of misschien nog wel ouder, mannen stiekem benoemt als beter dan, en superieur aan, vrouwen. En ik denk dat we daarom nog heel veel moeite zullen hebben om de onderdrukking van de vrouw, in (moslim)geloofsgemeenschappen of anderszins, te onderkennen.

Mevrouw, Theo van Gogh is vermoord en u bent in een onzichtbare gevangenis. De krankzinnige vergissing van de moordenaar is, dat men de kunst kan vermoorden door kunstenaars te doden. Er zitten veel dichters en schrijvers in vreemde gevangenissen vanwege dezelfde moorddadige verwarring.

Kunst betreft morele keuzes. Tot het terrein van de staat behoort de handhaving van het recht op de vrijheid van meningsuiting. De kunstenaar is de politica een stap voor, want hij verkondigt geen politieke boodschap, maar bewerkstelligt, door wat hij maakt, dat de toeschouwers gaan nadenken. Misschien niet dadelijk, en misschien op een manier die ze nooit in verband zullen brengen met het kunstwerk dat ze gezien hebben.

Kunst kan nimmer voertuig zijn van een politieke stellingname. Dan verliest zij haar eigen waarde. Kunst is vormgeving van emoties. Kunst belichaamt vrijheid. Dat dát mogelijk een politieke lading draagt, is reden voor fanatici om kunstenaars de oorlog te verklaren. In zo'n situatie wordt het moeilijker en moediger, toch door te gaan met het maken van kunst.

Omdat u met Submission koos voor kunst, die haar eigen boodschap is, geef ik u tenslotte in uw cel enkele regels ter lezing uit een geliefd gedicht, van Hans Faverey1:

Het werk waartoe ik dien

moet voortgang vinden;

zo niet - verdorren de grassen,

stort de berg in, waait de tent

weg waaronder het woont, begint

water te branden tot aan de einder,

heerst ten slotte slechts volstrekte

herinnering aan suizende perfectie,

eeuwig zich ledigende vergetelheid.

Het 'werk waartoe ik dien' bestaat, omdat ik dienstbaar ben, en het gebruikt mij helemaal, het eet mij op. Als ik zo materiaal en instrument wil zijn, blijft de levende en leefbare werkelijkheid in stand.

Ik wens u veel wijsheid en kracht,

Met de meeste hoogachting,

Maria van Daalen

Groningen, 13 december 2004

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden