Ach, de Seksbierumervaart

Per 1 april verdwijnt de Zeedijkroute als NS-wandeling en de initiator van deze rubriek als redacteur van deze krant.

Eén april is een fatale datum. De moord op zanger Marvin Gaye door zijn vader (1984), de verovering van den Briel door de Watergeuzen (1572) en de bezetting van de Falkland-eilanden door Argentijnse militairen (1982) – het gebeurde allemaal op die grappendag. En tot overmaat van ramp worden elk jaar op 1 april vier NS-wandelroutes opgeheven, de crème de la crème in wandel-Nederland: tochten van station naar station, goed gemarkeerd en beschreven in een aardig routeboekje.

Voor de Spoorwegen en het Wandelplatform-LAW is het een logisch besluit om jaarlijks vier routes uit hun bestand te gooien en te vervangen door vier nieuwe. Voor het samenwerkingsverband zijn 48 routes het maximum. Een wandeling die minder aantrekkelijk of onmogelijk wordt door de aanleg van een woonwijk, auto- of spoorweg of industrieterrein, moet er gewoon uit. En als er een beter alternatief in dezelfde regio is voor een NS-wandeltocht, wordt er gewisseld.

De Zeedijk-tocht is er zo een: verbindt de stations van Harlingen en Franeker, met een dikke kilometer waddendijk, een passage van het ’koningsdorp’ Wijnaldum en een lange loop langs de Sexbierumervaart. Ingrediënten genoeg voor een mooie wandeling. De route voert langs grachtjes en monumentjes, standbeelden van Vestdijks hoofdpersoon Anton Wachter en van de ’koning op sokken’, kaatser Hotze Schuil, huizen van patriciërs en professoren en musea als Het Hannemahuis en het Planetarium van Eise Eisinga.

Harlingen en Franeker zijn stadjes met karakter: het eerste een plaats van doeners, het tweede van denkers, een havenstad met handel en reuring door aan- en afvarende veerboten en een voormalige universiteitsstad met veel herinneringen aan de verloren geraakte wetenschap.

Niks mis met deze route dus, behalve dan dat het industrieterrein van Harlingen onstuitbaar groeit. Daar moet de wandelaar enkele kilometers (gauw een uur) voortploegen langs een weg met herrietrucks en lawaaibusjes en dat is geen pretje. Pas als de stoere zeewering opdoemt en de lippen weer zout smaken, keert de rust in je hoofd terug. Laat het maar waaien op de dijk, laat de Waddenzee maar klotsen – wij zijn niet van suikergoed.

Bij hectometersteen 2,2 dalen we af tot onder zeeniveau. Ropta-zijl heet het gemaal (een zijl of syl is een sluis); het is gebouwd nadat Friesland in de winter van 1956 voor een derde onder water liep. In de zeedijk is een vishevel geconstrueerd, die helpt de stand van paling en stekelbaars te verbeteren. Jonge glasalen maken na het paaien in de Sargasso Zee in het vroege voorjaar een lange tocht over zee en gaan op zoek naar zoet water om tot een volwassen paling uit te groeien. Voor de dijk worden ze een zoetwaterbassin ingelokt. Driedoornige stekelbaarzen paaien juist in het zoete binnenwater en willen in omgekeerde richting naar zee om daar aan de maat te komen. Een vacuümpomp zuigt de vissen over een afstand van negen meter van zout naar zoet of omgekeerd. Met deze hevel hoopt men de bedreigde vissoorten te verbeteren, de beroepsvissers te steunen en de consument gelukkig te maken.

Dan gaat de route landinwaarts naar Wijnaldum – geen familie van het donkergebronsde voetbaltalent van Feyenoord, maar ergens moet er in de tropische regenwouden van Suriname een link zijn geweest met dit Friese dorp. Wijnaldum werd twintig jaar geleden ’wereldnieuws’, toen bij een terpafgraving een koninklijke mantelspeld werd gevonden. Het nieuws dat deze nederzetting in de vroege Middeleeuwen de residentie van het Friese koninkrijk geweest moet zijn, veroorzaakte grote opwinding in de archeologische wereld. Of Wynaam ook echt een koninklijke ingezetene heeft gekend, blijft een vraagteken; de speld kan ook van een edelsmid geweest zijn.

Na het dorp gaat het in lange rechte lijn naar Franeker. Langs een brede, fonkelzwarte sloot. Ach, de Sexbierumervaart. Vervloekt door de schaatsers van de eerste Elfstedentocht in 1909, toen het ijs meer op fondant leek als gevolg van het hoge zoutgehalte in het water. De toestand van de baan werd als ’deplorabel’ omschreven; sommige rijders liepen een kilometer of drie langs de vaart op sokken. In 1947 vervulde de vaarweg met de zinnenprikkelende naam opnieuw een rol als scherprechter, toen de ijsvloer compleet was dicht gesneeuwd en lopen de enige remedie was. Met knollen in de sokken bereikten rijders de finish.

De laatste tocht, in 1997, maakte de Sexbierumervaart weer tot een martelgang, omdat het ijs met zand van een bouwplaats ondergestoven was. NS-wandelaars: geen nood! De grasdijk langs de vaart is ideaal te belopen, de lucht is hemelhoog en de verte lonkt veelbelovend. Alleen de overzijde van de vaart baart zorgen. Hier wordt zout gewonnen, daalt de bodem en maken draglines van het landschap een grote puinhoop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden