Ach, dat is dus des poedels kern

HET GENOOTSCHAP OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 4e JAARGANG NUMMER 37

HANS ESTER

Leijnse

Blijkens een bericht in deze krant heeft F. Leijnse, vice-voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de PvdA, zich onlangs ook bezondigd aan het citeren van een der Duitse klassieke schrijvers. Nu was het Schillers evenknie Johann Wolfgang von Goethe, die de eer van het geciteerd worden door een Nederlander te beurt viel. Ter verdediging van zijn (overigens zeer respectabele) visie op de sociaal-democratie heeft Leijnse in een artikel in Socialisme en Democratie tegenover de individualisten in zijn partij de solidariteit in de samenleving gekenmerkt als 'des poedels kern' van de sociaaldemocratie.

Laten we hopen dat de oorspronkelijk betekenis van 'des poedels kern' voor Leijnses ideologische opponenten verborgen blijft, anders slaan ze hem terug met zijn eigen citaat. De uitdrukking 'des poedels kern' gaat terug op deel een van de tragedie Faust van Goethe. Faust is de rusteloze geleerde en denker, die achter het geheim van de schepping wil komen. Wanneer hij op paasochtend met zijn assistent Wagner een wandeling maakt, voegt zich een hond bij hen, een poedel, die zij vervolgens niet meer kwijtraken.

Vuur

Dat er iets mis is met het poedeltje blijkt al meteen uit het feit dat het dier een spoor van vuur achter zich laat. De poedel wordt steeds onrustiger vanaf het moment, dat Faust de Bijbel opslaat en het begin van het Evangelie van Johannes - 'In den beginne was het woord' - tracht te begrijpen en vanuit het Grieks te vertalen. Faust spreekt de poedel op strenge toon toe:

Wanneer gij hier bij mij wilt schuilen, Poedel, moet gij dat huilen En blaffen staken! Zulke luidruchtige snaken Kan ik niet in mijn bijzijn lijden. Een moet van ons beiden Deze kamer mijden. Niet graag tast ik het gastrecht aan, De deur is open en gij kunt gaan. Maar wat moet ik bespeuren! Kan dat natuurlijk gebeuren? Is het schaduw? Is 't werkelijkheid? Zie hoe mijn poedel plots gedijt! Hij rijst op van de grond, Dat is niet meer het lijf van een hond! Wat voor een spooksel bracht ik hier! Een nijlpaard lijkt nu reeds het dier, Met vurige ogen, schrikkelijk gebit. O! 'k heb u in bezit!

(Geciteerd naar de vertaling door C. S. Adama van Scheltema, 6e druk, Amsterdam 1982).

Faust meent aanvankelijk, dat hij in de poedel een zogenaamde Elementargeist, verbonden met vuur, water, lucht en aarde, voor zich heeft. Maar zijn spreuken die de elementen trachten te bezweren, hebben geen invloed op de poedel.

Borstlige haren

Het moet een uit de hel afkomstige geest zijn: Reeds zwelt het op mijn borstlige haren. En dan verschijnt de duivel zelf, Mephistopheles ten tonele, gekleed als een reizende student. Faust weet gelukkig wat voor vlees hij in de kuip heeft:

Dat was des poedels kern alzo!

Een reizende student? Dat mag eerst grappig heten."

Uit het voorgaande zal duidelijk zijn, dat de Faust een grote berg munitie biedt voor het politieke debat in Nederland. Rest mij nog het noemen van een curiositeit. In het Duits bestaan diverse uitdrukkingen met Pudel, zoals 'Ein nasser Pudel scheut das Wasser nicht' en 'Es gibt viele Hunde die Pudel heissen'. In het Nederlands gebruiken wij in het tweede geval 'Fikkie'.

Dan zijn er enkele samenstellingen met 'Pudel': pudelnarrisch, pudelnass, pudelnackt. Alleen poedelnaakt mijkt mij echt Nederlands, terwijl daarnaast ook het werkwoord poedelen bestaat. Maar dat is mijlenver van Faust verwijderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden