Accountantsbureau was onzorgvuldig bij failliete uitgever

ENSCHEDE - Mr. H. W. Kesler, curator in het faillissement van de Enschedese uitgeverij Robé, claimt minimaal 17,5 miljoen gulden van de accountantsorganisatie KPMG.

Kesler is van mening dat KPMG als huisaccountant van Robé “onrechtmatig en onzorgvuldig” heeft gehandeld en er daardoor mede verantwoordelijk voor is dat de schulden bij Robé zo ver hebben kunnen oplopen.

De curator vindt dat KPMG in 1990 niet akkoord had mogen gaan met de wijziging van de grondslagen waarop de jaarrekeningen van Robé werden opgemaakt.

Doordat de jaarstukken vanaf 1990 op andere grondslagen werden gewaardeerd, zagen de resultaten van de uitgever er volgens mr. Kesler een stuk florissanter uit dan ze in werkelijkheid waren.

“Ultimo 1992 was er volgens de boeken nog sprake van een eigen vermogen van vijf miljoen gulden bij Robé, anderhalf jaar later was er plotseling sprake van een negatief vermogen van 20 miljoen”, aldus Kesler.

“Het verschil van 25 miljoen gulden tussen die twee bedragen is niet opgemaakt door Robé, maar heeft nooit bestaan; dat was lucht. De balans was enorm opgepoetst waardoor crediteuren zijn misleid”. De curator baseert zijn mening op de resultaten van een onderzoek dat Deloitte & Touche op zijn verzoek heeft ingesteld naar de jaarstukken van Robé over de jaren 1990 tot en met 1992.

Kesler noemt de uitkomsten van het rapport “redelijk vernietigend voor KPMG”. Deloitte & Touche valt vooral over een aantal zaken, die vanaf 1990 ten onrechte zouden zijn geactiveerd op de balans bij Robé.

Door de uitgeverij afgesloten meerjarige advertentiecontracten werden bijvoorbeeld volgens het rapport vanaf 1990 als zijnde 'onderhanden werk' op de balans geactiveerd. In werkelijkheid was er onvoldoende rekening gehouden met het feit dat een aantal van de adverteerders in de loop der jaren zou afhaken.

Fouten

In 1992 werd onder de rubriek 'inventarissen' 1,3 miljoen gulden opgenomen voor geactiveerde kosten met betrekking tot adressenbestanden die Robé had opgebouwd. Volgens Deloitte & Touche hadden de collega's van KPMG de adressenbestanden nooit als actief mogen opvoeren en zeker niet onder de post 'inventarissen'.

Een jaar later werd overigens een bedrag van 1,1 miljoen afgeboekt “gezien de snelle veroudering van adressenbestanden”.

Robé bezweek in mei vorig jaar met veel geraas onder een schuldenlast bijna 20 miljoen gulden. De grootste schuldeisers zijn saillant genoeg twee aandeelhouders van Robé, die zelf akkoord zijn gegaan met de wijziging van de grondslagen waarop de jaarrekeningen vanaf 1990 werden opgemaakt. De bank MeesPierson (voor 25 procent aandeelhouder en huisbankier van Robé) schoot er bij het faillissement volgens Kesler voor vier miljoen gulden bij in en ING-dochter MKB (voor 24 procent aandeelhouder) leed een strop van twee miljoen. Verschillende handelscrediteuren hadden samen nog drie miljoen tegoed van Robé.

Robé, onder meer uitgever van de jaarlijks in een oplage van 150 000 exemplaren onder bedrijven verspreide Robé Gids, ging voornamelijk ten onder door mismanagement en spilzucht van de toenmalige directie.

Te laat

Toen MeesPierson en MKB ingrepen door één van de directeuren te ontslaan, was het al te laat. Robé werd overgenomen door PressCorp, waarbij destijds 31 van 50 werknemers hun baan konden behouden.

KPMG laat via woordvoerder A. Bellm weten van mening te zijn wel goed werk te hebben geleverd en voelt daarom niets voor een door curator Kesler voorgestelde schikking. “We zien de gerechtelijke procedure met vertrouwen tegemoet”, aldus Bellm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden