Accountant moet zijn vak eens serieus nemen

Eigenaren zijn vaak ook commissaris én bestuurder, dat komt de kritische zin niet ten goede

Er is een feestje. Onderwerp van gesprek: werk. Eén feestganger houdt zijn mond. Is het een bankier? Of zou het een accountant zijn?

Accountants controleren de jaarrekening van bedrijven en instellingen. De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van vermogen en resultaten. Klopt het beeld, dan zet de accountant zijn handtekening en weten leveranciers, aandeelhouders, obligatiehouders, investeerders en de fiscus hoe het bedrijf of de instelling eraan toe is. Maar de afgelopen jaren zijn er geregeld handtekeningen gezet onder jaarrekeningen die, zacht gezegd, een vertekend beeld van de werkelijkheid gaven.

Kleine accountantsfirma's leveren vaak slecht werk af, constateerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in een paar onderzoeksrapporten. Maar ook de grote firma's - KPMG, Deloitte, EY en PriceWaterhouseCoopers (PWC) - werken lang niet altijd foutloos. Circa 90 procent van de grote bedrijven en instellingen laat zijn boeken door een van deze vier controleren. Als er met hun boeken iets mis is, is er meestal iets substantieels aan de hand.

Voorbeelden? KPMG keurde in 2010 de jaarrekening goed van woningcorporatie Vestia die miljarden had gestoken in riskante financiële producten. Vestia leed daar in 2011 een verlies op van 2 miljard euro.

PwC tekende klakkeloos voor rammelende jaarrekeningen van Econcern. Dat bedrijf (1400 werknemers) ging in 2009 failliet. Ook bij uitvindersbedrijf Innoconcepts, effectenhandelaar Van der Moolen, ict-bedrijf Landis, de Dirk Scheringa Bank (allen failliet), en bij SNS Reaal schoot de controle tekort. En de lijst is lang niet compleet.

Geruchtmakend was de schikking (van 7 miljoen euro) die KPMG vorig jaar trof omdat het bouwer Ballast Nedam tussen 2000 en 2003 had geholpen bij het verdoezelen van omkooppraktijken. Van alle accountantsbureaus ligt KPMG het meest onder vuur.

Is er iets mis met accountants? Met hun wereldje wel. De kantoren kennen een aparte structuur. De partners (eigenaren) zijn ook vaak de bestuurders én de commissarissen van het bureau. Dat komt de kritische zin niet ten goede.

Jarenlang mochten accountantsbureaus betaalde adviezen verstrekken aan de bedrijven waarvan ze de boeken controleerden. Dat maakte het aangaan van dealtjes (een extra adviesaanvraag in ruil voor een minder scherpe controle) aantrekkelijk. De regering heeft die dubbelfunctie van accountants inmiddels verboden.

Geldzucht won het nogal eens van het streven naar kwaliteit. Jurgen van Breukelen, die deze week opstapte als eerste man van KPMG, erkende dat dinsdag in Het Financieele Dagblad: "Ik denk dat in het verleden winstgevendheid in de filosofie van de leiding een te grote rol heeft gespeeld."

Dat is ook de indruk van Errol Keyner, adjunct-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters. "De accountantskantoren spiegelden zich aan de grote advocatenkantoren. Daar liep het geld met bakken binnen. Dat wilden zij ook. Maar een advocaat is een belangenbehartiger pur sang, een accountant heeft een maatschappelijke functie. Die functie is ondergesneeuwd, vindt Keyner.

Maar de belangrijkste weeffout zit elders, vindt Keyner. Een bedrijf betaalt de accountant. Een kritische accountant kan dat bedrijf veel last bezorgen. Maar het zijn de leveranciers van een bedrijf, de aandeelhouders, de obligatiehouders en de fiscus die het meest belang hebben bij zijn werk.

Eigenlijk zouden zij de accountant moeten betalen. Maar dat is lastig te organiseren. Accountancy een overheidstaak? Keyner: "Liever niet. Ik zou zeggen: accountant neem je maatschappelijke rol serieus."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden