Accepteer de twijfel en ga verder

Schrijver en journalist Nando Boers is al twee jaar in verwarring door de dopingonthullingen. Wat te doen, nu de Tour de France begint? Boers gaat te rade bij een ploegleider, een oud-renner en een filosoof.

Wat is er te doen tegen mijn cynisme, mijn achterdocht na alle dopingschandalen? Hoe kan ik de interesse weer laten opbloeien? Met die vragen in mijn hoofd vertrek ik morgen naar Leeds, waar zaterdag de Tour de France begint.

Ik zoek weer contact met ex-wielrennner Matthé Pronk, ooit Bankgiroloterij-ploeg, van wie iedereen zeker zegt te weten dat hij nooit naar verboden prestatiebevorderende middelen heeft gegrepen. Hoe kijkt hij anderhalf jaar na de golf aan dopingschandalen en de val van Lance Armstrong naar de wielersport en hoe gaat hij om met de twijfels en de achterdocht?

Zijn beeld is realistisch en hard. Pronk vertelt om te beginnen dat hij ook graag zou zien dat sport puur is en onverdorven. Maar, adviseert hij: "Zie het nu maar als entertainment. Ook circusartiesten moeten hard trainen om hun kunsten te kunnen vertonen voor het publiek. Ze treden voor je op. Zo zou je ook naar renners kunnen kijken."

Ik vertel Pronk, die in 2010 afscheid nam van het wielrennen, dat ik wel kan genieten van de strijd en de tactiek tijdens de koers. "Juist", zegt hij, "haal eruit wat er voor jou in zit, en voor de rest moet je je zelf misschien maar een beetje voor de gek houden".

Naast Pronk, met wie ik in de winter van 2012 uren sprak over doping in het peloton, leg ik mijn vragen ook voor aan filosoof Coen Simon. Simon, zelf ooit een serieuze triatleet, houdt me voor dat er geen redden meer aan is als je het geloof bent kwijtgeraakt. "Ik ben ook niet meer in staat om in idolen te geloven. Je kunt niet spélen dat je gelooft. Als je twijfelt, werkt het ritueel niet meer."

Later zegt hij: "Toen we vragen gingen stellen aan het geloof hebben we het geloof opgeheven."

Hij refereert aan filosoof Nietzsche, die in 1882 God dood verklaarde, waarop, zo zegt Simon, de maatschappij begon te seculariseren. In diezelfde periode overigens schoot de georganiseerde sport wortel. Simon: "Sport is wél in staat om idolen te produceren en geloof in eenheid te creëren. Dat geeft zin aan het leven."

Simon: "Jij wilt de wielersport niet opgeven, maar volgens mij heeft de liefde zichzelf om zeep geholpen. De twijfel is gezaaid en de afbraak is begonnen. Het is niet anders."

Spek en bonen

Het begon allemaal met een telefoontje, zeven jaar geleden. Ik belde Rudi Kemna, ploegleider van wielerploeg Skil-Shimano. Het team vol onbekende renners reed mee op het hoogste niveau, maar toch voornamelijk voor spek en bonen. Af en toe zag je zo'n renner voorop rijden aan het begin van de televisie-uitzending, maar nooit als de finale begon.

Ik vertelde Kemna, die in 2003 Nederlands kampioen was geworden, dat ik graag met de ploeg zou meereizen om een verhaal te maken over hoe zij zich voorbereidden op de Amstel Gold Race, de belangrijkste wedstrijd in Nederland. Ik wilde bij teambesprekingen zijn en een paar keer tijdens de koers naast hem in de auto zitten om te horen hoe de tactiek werd bepaald.

Tot mijn eigen verbazing mocht ik mee. In de jaren daarna was ik ook passagier met blocnote en opnameapparatuur bij de teams van Cervélo, High-Road, Argos, Lotto, Sky en Belkin. Ik leerde, ik voelde en ik waardeerde de koers.

In 2008 volgde ik Skil-Shimano een seizoen lang voor literair wielertijdschrift De Muur. Ik trok met de ploeg van België naar Marokko, naar Frankrijk en belandde in het hart van China. Toen Skil in 2009 een uitnodiging kreeg voor de Tour, reisde ik mee om te werken aan het boek 'In de Tour'. Weer zat ik vaak in de koers naast een van hun ploegleiders. Ik bevond me in de haarvaten van het cyclisme.

In diezelfde periode begon ik een correspondentie met de Spaanse renner Pedro Horrillo, die uiteindelijk vier jaar duurde en het boek 'Amigo!' opleverde. Pedro liet me relativeren. Vorig jaar was ik ook in Frankrijk. Mijn goede vriend en regisseur Dirk Jan Roeleven draaide met zijn kleine crew 'Nieuwe Helden', een bioscoop-film waarbij ik nauw betrokken was.

FBI aan de deur

Twee jaar geleden begon het gedonder in de glazen echt. Ik had in juni van dat jaar een akkefietje met oud-renner Max van Heeswijk, die mijn diskette voor mijn ogen ontvreemdde uit mijn minidisc-speler nadat hij aan zijn eigen keukentafel had erkend veelvuldig doping te hebben gebruikt. Van Heeswijk raakte in paniek. Hij was namelijk ooit ploeggenoot geweest van Lance Armstrong, op wie al werd gejaagd door Amerikaanse opsporingsambtenaren. Van Heeswijk vreesde de FBI aan zijn deur en probeerde door de disc te grijpen te verhinderen dat ik een verhaal zou schrijven. Zijn opzet mislukte en ik deed aangifte bij de politie van diefstal.

In oktober 2012 maakte het Amerikaanse antidopingagentschap Usada zijn rapport openbaar, waarin het Armstrong ontmaskerde als een van de grootste sportfraudeurs ooit. Ik was geschokt door de aard van de onthullingen. Ik kende de eerdere dopingaffaires natuurlijk, maar de omvang van de praktijken die hier werd blootgelegd was voor mij toch van een andere orde.

Ondertussen sloeg het wielrennen op de vlucht. Rabobank stapte uit de sport en renners schoten weg in het donker en namen de telefoon niet meer op. Sommigen bekenden, onder grote druk, hun misstappen.

Ik speurde voor mijn toenmalige werkgever NUsport rond de Bankgiroloterij-ploeg, een kleine formatie, de voorganger van Skil-Shimano. Wat was daar dan ooit allemaal voorgevallen als het dopinggebruik zo wijdvertakt was geweest? Ik belde renners, zocht verder en vond genoeg om Kemna te confronteren met mijn bevindingen. Kemna reed voor die ploeg en besloot niet meer te willen ontkennen en vertelde dat ook hij een periode doping had gebruikt. Het was bij Bankgiro een periode schering en inslag geweest.

Vorig jaar vertrok ik naar de Tour met één vraag: was er wat veranderd sinds de val van Armstrong? Ik voerde vele gesprekken met de ploegbazen van Belkin, Argos en Orica; met jonge renners als de Amerikaan Ted King, de Belgische wielerkoning Tom Boonen en ex-gebruikers zoals David Millar en Jörg Jaksche.

Weinig van wat ik hoorde overtuigde me echt, veel van wat ze zeiden bevestigde mijn vermoedens. Er was veel achterdocht en echte veranderingen zag niemand. Sommigen waarschuwden me zelfs voor als ploegleider vermomde handelsreizigers in slangenolie. Ze 'geloofden' allemaal wel dat het beter zou zijn.

Mijn twijfel bleef en werd gevoed met elke renner die in de maanden daarna betrapt werd of complete ploegen die zeer aparte prestaties leverden. Ze leken hardleers, onverbeterlijk en de overkoepelende instanties en ploegen leken op zijn best onmachtig iets te doen en reageerden soms laf of ongeïnteresseerd. Praatjes voor de Bühne zat: het eigenbelang was nog steeds het belangrijkste belang in het wielrennen.

Geloof

Kemna, die ik heb leren kennen als een pragmatische man, is de ervaringsdeskundige. Hij is nog actief. Kemna, wiens ploeg in 2013 vier etappes won met sprinter Marcel Kittel, houdt me voor dat teleurstellingen bij het leven horen. De kunst is hoe met die teleurstellingen om te gaan.

Toen Kemna mij in december 2012 vertelde over zijn dopinggebruik deed hij dat in de overtuiging dat hij daarmee de wielersport verder zou kunnen helpen. Op de voorlichtingsavonden die hij geeft in het land, is echter geen journalist te ontdekken. "Maar ik vind het wel belangrijk", zegt hij, "en ik vind dat ik me die opoffering wel moet getroosten".

Kemna meent dat de schouders eronder moeten. Natuurlijk mag je vraagtekens zetten bij een ploeg waarvan vier renners in de top-10 eindigden bij een tijdrit in de Ronde van Italië. Hij zegt dat we alert moeten blijven. Kemna: "Ik kijk vooral naar dingen die wel goed gaan - ik zie amateurrenners doorstromen naar de profs en gelijk ook mee kunnen en zelfs af en toe kunnen winnen, jongens als Wilco Kelderman en Tom Dumoulin. Maar ik zie ook zaken waar ik mijn vraagtekens bij zet."

Of hij ook de waarheid ziet, weet Kemna niet. "Maar vaak is gebleken dat ik met mijn voorgevoel wel goed zat."

Er is altijd een mate van onrecht in de wereld, meent Pronk. "Als je daar een strijd van gaat maken, win je die niet", zegt hij. "Maak het niet te persoonlijk, want anders blijft er niets van je over. Ik heb het een plek gegeven en ben erin gaan berusten. Net als een film, ga erin op."

Het is, volgens Kemna, overigens maar een klein groepje dat nog aan de verkeerde kant zit. De renners die alles op alles zetten om de Tour te winnen. Kemna: "Dat is een uitstervend ras."

Later zegt hij: "Ik vind winnen niet het belangrijkste."

Filosoof Simon: "Zonder winnen bestaat sport niet, maar om het spel te kunnen spelen hoeft de winst niet behaald te worden."

Kemna: "Als je winnen het belangrijkste maakt, wordt de druk op de ploeg en renners heel hoog. Ik wil wel winnen, maar niet ten koste van alles."

Ik leg de telefoon neer. Inderdaad, maak het niet te persoonlijk. Bovendien: je begrijpt het wielrennen toch weer iets beter? Dat was zeven jaar geleden toch de opzet? Ik kijk nog eens naar de woorden van Kemna die ik opschreef: het is een heel klein groepje, een uitstervend ras. Daar houd ik me voorlopig maar aan vast.

De film Nieuwe Helden - in het hart van de Tour is vanavond te zien om 21.50 uur op Nederland 2.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden