Accepteer de sharia

Veel moslims vinden het best dat de islam in het Westen iets marginaals is. Maar voor anderen kan het geloof niet zonder de sharia ¿ inclusief de akelige elementen daarin. Als de overheid dat serieus neemt, kan ze radicalisering van moslims voorkomen.

Maurice Blessing (1968) is arabist. Hij publiceert over geschiedenis en het Midden-Oosten. Blessing doceerde sharia (islamitisch recht) en werkt aan een boek over dit onderwerp.

Komt een arabist op een feestje. "Schrijf jij over islam? Een moslimmeisje, met hoofddoek, vertelde me dat ze haar dieet als haar persoonlijke jihad beschouwt. Zó leuk om te horen!"

Kun je in Nederland vrijuit, zonder enige geloofsdwang, moslim zijn? Zelf dacht ik lang van wel. Je kunt hier vrijuit bidden, naar de moskee gaan, halal eten kopen en de Koran verspreiden. Ik begreep dan ook weinig van Nederlandse moslims die zich ingeperkt voelen in hun geloofsbeleving. En ik schrok van de jonge moslima die mij, tijdens een openbare discussie, plots woedend toebeet dat ze niet was gediend van arabisten die haar meenden te kunnen voorschrijven aan welke geloofsregels ze zich wel of niet mocht houden. Dat ik blijkbaar iets van die strekking had gezegd, daarvan was ik me niet eens bewust geweest.

Wij Nederlanders leren van jongs af aan dat Europa, en in het bijzonder Nederland, een baken van godsdienstvrijheid is. 'Onze' Opstand tegen de Spanjaarden, de kiem van de Nederlandse identiteit, heet nog altijd een opstand tegen godsdienstdwang en voor religieuze tolerantie. En inderdaad: zoals de elite van de Republiek zich vrij inschikkelijk opstelde jegens religieuze minderheden, heerst binnen heel Europa nog altijd een grote mate van godsdienstvrijheid.

Terwijl een pro-westerse dictatuur als Oman iedere openbare discussie over de rol van islam in de samenleving verbiedt, en in de seculiere moslimrepubliek Turkije de overheid zich intensief bemoeit met het religieuze onderwijs en de ideologische vorming van imams, lijkt de Nederlandse staat een toonbeeld van seculiere neutraliteit.

Maar hier bestaan ook vormen van geloofsdwang, zij het veel heimelijker dan in vrijwel alle moslimmeerderheidsstaten. Die dwang heeft historische wortels. Vanaf het moment dat de studie van de islam in Europa professionaliseerde, in de tweede helft van de negentiende eeuw, werd deze beroepsgroep ingezet om de islam van staatswege te hervormen. Dat klinkt neutraal of zelfs verlicht, maar betekende: het terugdringen van de islam tot het privédomein - met alle mogelijke middelen.

Dat streven, geïnspireerd door de seculiere ideologie van de moderne natiestaat, was ook cruciaal voor de voortzetting van de koloniale verhoudingen. In het overwegend islamitische Nederlands-Indië grepen verzetsbewegingen terug op islamitische begrippen en tradities. Dus probeerden de Nederlandse autoriteiten om, met een combinatie van paternalistische hervorming en keiharde repressie, de politieke angel uit de islam te halen, en die zo te reduceren tot zijn minst bedreigende en meest oppervlakkige uitingsvormen.

De westerse islamologen en arabisten richten zich daarbij op de sharia. De sharia is het geheel aan geloofsregels dat iedere gelovige op de Rechte Weg richting het paradijs moet houden, en beschrijft de ideale, rechtvaardige samenleving. Het gaat daarbij om regels voor de innerlijke of spirituele relatie met God (rituelen als bidden en vasten) en om richtlijnen voor overheid en maatschappij. Idealiter versterken deze twee onderdelen van de Goddelijke Wet elkaar. De intieme, persoonlijke verhouding van de gelovige burger met de Almachtige en Rechtvaardige God gaf betekenis aan de ethische, politieke en maatschappelijke regels en andersom. Religieuze spiritualiteit en ethiek waren daarom binnen de islam altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Maar de 'koloniale' wetenschappers brachten een scheidingswand aan tussen de islamitische rituelen - 'het religieuze (privé)domein' - en de regels voor politiek en maatschappij: dat wat zij beschouwden als het domein van de

seculiere staat en zijn maatschappelijke elites. Zo verwijderden zij de politieke angel uit de islam, en zetten zij dit geloof weg als irrelevant voor de inrichting van staat en samenleving.

Die scheiding tussen 'individueel geloof' en maatschappij legde de Nederlandse overheid liefst met zachte hand op, via door de koloniale staat betaalde moslimgeestelijken, maar indien nodig met grof geweld. De aartsvader van de Nederlandse islamdeskundigen, Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936), adviseerde de koloniale regering een 'zeer gevoelig slaan' van halsstarrige moslims en hun 'radicale' geestelijke leiders. "Ten slotte zal hij moeten toegeven", zo schetste Snouck Hurgronje het lot van de 'moderne' moslim. "Dan zal de islam zich van andere grote godsdiensten alleen onderscheiden door de aanprijzing van een andere catechismus en een ander ritueel ter verwerving van eeuwige zaligheid."

Snouck Hurgronje's toekomstvisioen werd deels bewaarheid. Veel Nederlandse moslims hebben vrede met een, in historisch opzicht, uiterst marginale rol van de islam in politiek en maatschappij. Voor hen is de persoonlijke relatie met God voldoende, en zij grijpen op zijn hoogst naar uiterlijke verschijningsvormen om uitdrukking te geven aan hun geloof en identiteit.

Hun bekendste representant is PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb, die het ideaalbeeld vormt van de moslimgelovige zoals onze seculiere, liberale staat deze het liefst ziet: betrouwbare steunpilaar van de status-quo, die zich van zijn collegabestuurders slechts onderscheidt 'door de aanprijzing van een andere catechismus'.

Maar in Nederland vraagt een aanzienlijke groep moslims zich af of de islam zich niet in meer onderscheidt van liberalisme of seculier christendom dan alleen in zijn rituele, uiterlijke verschijningsvormen. En of de islam niet toch een aanvullende betekenis moet hebben voor de Nederlandse maatschappij als geheel. Als Allah inderdaad de liberale rechtsstaat in Hollandse uitvoering als het summum van rechtvaardigheid beschouwt (en meent dat eenieder die zich er niet thuisvoelt maar moet 'oprotten'), waarom heeft Hij dan in de zevende eeuw een Profeet naar Arabië gestuurd? Waarom kwam hij niet meteen met Thorbecke en zijn Grondwet op de proppen, in plaats van een multi-interpretabel Heilig Boek en een bonte verzameling Overleveringen die vrijwel ieder standpunt legitimeren?

Jonge moslims die zich met zulke vragen in hun achterhoofd op hun geloofstraditie heroriënteren, komen onherroepelijk in aanraking met de sharia: de ethische traditie waarvan veel elementen op gespannen voet staan met liberale waarden als de menselijke waardigheid, lichamelijke integriteit en seksegelijkheid.

Dat veroorzaakt een begrijpelijke schrikreactie onder publiek en autoriteiten. En omdat het 'gevoelig slaan' van weerspannige moslims uit de mode is geraakt - hoewel sommige politici daarnaar terugverlangen - nemen maatschappelijke elite en autoriteiten hun toevlucht tot ontkenning en meer heimelijke repressie.

Dat merkte ik toen ik jaren geleden een kritisch stukje schreef over de islamitische literatuur en cassettes in de gebedsruimte van de Hogeschool van Amsterdam. Die waren stuk voor stuk afkomstig uit de Golfstaten, en de auteurs legden een sterke nadruk op juist die shariaregels die onverenigbaar zijn met de waarden van de liberale rechtsstaat. Zoals het van een dak afwerpen van homoseksuelen.

In plaats van het debat aan te gaan met de gebruikers van het materiaal, sloot de Hogeschool domweg de hele gebedsruimte, tot woede van veel HvA-moslimstudenten. Dachten ze echt dat deze studenten niet elders aan dat - nu extra interessante - materiaal konden komen?

Dat patroon herhaalt zich met ijzeren regelmaat, zie de recente reacties op de 'familiedag' van de ultra-conservatieve liefdadigheidsstichting Rohamaa. Van drie 'haatimams' werd om nog altijd onopgehelderde redenen het visum ingetrokken. De drie zullen, net als het grootste deel van de gastenlijst, vast wel rabiaat antiwesterse populisten zijn met een discutabel track record. Maar er bestaat blijkbaar vraag naar hun product in Nederland, net zoals er vraag is naar het product van de rabiaat anti-islamitische populist Wilders.

Ik vind het waardevol om, mits met mate genuttigd, hun standpunt te vernemen. Dat helpt mij te bepalen waar ik precies sta in het debat en hoe míjn ideale omgangsvormen en maatschappij eruitzien.

Waarom perken wij de vrijheid van meningsuiting en vergadering selectief in? Waarom dwingen wij moslims impliciet 'ondergronds' te gaan om kennis te kunnen nemen van alle aspecten van hun religieuze traditie? Het lijkt mij dat je elke gelegenheid moet aangrijpen om de schaduwzijden van die traditie in het openbaar ter discussie te stellen, net als de wijze waarop islamitische populisten en militanten er een slaatje uit proberen te slaan.

Wat stellen onze religieuze tolerantie en seculiere ideologie voor, als we moslims stelselmatig van een deel van hun traditie afschermen, zoals je een scherp speeltje uit de handen van een klein kind probeert te houden? Met dit verschil dat het hier niet draait om peuters, maar om (jong-)volwassenen. Die wijken uit naar de anonimiteit van het internet, en de meer bevlogenen en vechtlustigen naar de dichtstbijzijnde islamitische heilsstaat.

De Nederlandse overheid en de maatschappelijke elite zitten op dood spoor in de huidige 'islamkwestie'. Ze kunnen maar geen keuze maken tussen openlijk beleden religieuze tolerantie en een heimelijke inperking van de islamitische ethische traditie, de sharia. Net als mijn gesprekspartner die ik aan het begin aanhaalde (een docente op een hogeschool) verwachten zij nog altijd impliciet dat alle Nederlandse moslims zich uiteindelijk zullen bekeren tot een apolitieke islam, die zich in niets wezenlijks meer onderscheidt van haar omgeving. En dat de huidige islamopleving uiteindelijk weinig meer zal blijken te zijn dan de zoveelste malle dieetrage. Maar die verwachting is illusionair.

Wat moeten we dan wel doen om de spanningen in de samenleving te temperen en de geest van de islamitische radicalisering terug in de fles te krijgen? Voor al geradicaliseerde jongeren is er geen alternatief voor intensieve monitoring en, uiteindelijk, (peperdure) de-radicaliseringsprogramma's. Maar wat het voorkómen van radicalisering betreft, valt er nog een wereld te winnen. En dat hoeft niet eens veel te kosten:

Hou ermee op de islam van bovenaf te hervormen. Religieuze tradities zijn van nature grillig en ongrijpbaar - ze laten zich niet bij hun nekvel pakken en in een hokje stoppen. Het enige wat bij gedwongen hervorming gegarandeerd is, is een tegenreactie.

Erken dat de shariatraditie deel uitmaakt van de islam. Breng alle controversiële aspecten onbeschroomd voor het voetlicht van de publieke discussie. Vertrouw daarbij op de aantrekkingskracht van een werkelijk open en vrije samenleving, vermijd een paternalistische toon en werk niet toe naar vooraf gestelde conclusies.

Stop de inperking van de vrijheid van meningsuiting en vergadering voor moslims. Inperking van de rechtsstaat omwille van absolute veiligheid vergroot de legitimatie van het extremistische gedachtengoed.

Staar je niet blind op 'de voorhoede van liberale moslims'. Maak niet dezelfde catastrofale inschattingsfout die westerse media, politici en beleidsmakers ten tijde van de 'Arabische Lente' maakten. Vrijheid, rechtvaardigheid en democratie betekenen voor veel moslims iets anders dan voor liberale westerlingen. Zo associëren veel moslims vrijheid en rechtvaardigheid eerder met sharia dan met de westerse liberale democratie.

Sta open voor díe elementen uit de sharia die de morele weeffouten binnen onze eigen liberale traditie kunnen herstellen. Zoals de klassieke shariaregels over eerlijke handel en transparante financiële producten, en het grote belang dat islamitische schriftgeleerden hechtten aan maatschappelijke stabiliteit en sociale verantwoordelijkheid.

Leer de nieuwe generatie jongeren kritisch en met kennis van zaken over religie debatteren. Wat is de relatie tussen wet, moraal en religie? Waarom konden premoderne staten niet zonder religie, en waarom meenden de ideologen van de liberale natiestaat wél zonder te kunnen?

Salman Sayyids fascinerende 'Recalling the Caliphate. Decolonisation and World Order' (2014, over de aantrekkingskracht van het kalifaat voor moderne moslims), eindigt met een prachtige definitie van islam. "Islam is geen religie van vrede, het is ook geen religie van oorlog - islam is de taal die moslims gebruiken om verhalen over zichzelf te vertellen."

Willen we dat moslims het verhaal van de islam in Nederland in het verborgene construeren, in wrokkig protest tegen de heimelijke 'aboutalebisering' van de Nederlandse moslim? Of op basis van open discussie, kennis, kritische zin en wederzijdse nieuwsgierigheid?

De elite zit op dood spoor in de 'islamkwestie'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden