Opinie

Acceptatie homo's in voetbal gaat niet vanzelf

Vandaag vindt de derde Internationale Dag tegen Homofobie in het voetbal plaats. Deze dag herinnert aan de Britse profvoetballer Justin Fashanu, die in de jaren negentig uit de kast kwam en zijn leven uiteindelijk beeindigde met zelfmoord.

Terecht is er nu op 19 februari een jaarlijkse herdenkingsdag; een dag om aandacht te vragen voor de positie van homoseksuelen in het voetbal.

Er is iets geks aan de hand met dit 'laatste taboe'. Bijna alle profvoetballers, trainers en bestuurders kennen een homoseksueel in hun familie- of vriendenkring en gaan daar in de meeste gevallen moeiteloos mee om. Maar op het moment dat ze een stadion betreden, ontstaat er een ongemakkelijk gevoel over het onderwerp.

Desgevraagd beweren de professionals dat het echt geen probleem is, want iedereen is gelijk. En toch verandert er niets, ondanks de homoseksuele rolmodellen in andere mannelijke teamsporten en ondanks het appèl van politiek en samenleving om bij zinnen te komen.

Velen zeggen dat het professionele voetbal er nog niet klaar voor is, omdat de fans moeite zouden hebben met een homo op het veld, omdat sponsors zouden afhaken, of omdat de marktwaarde van spelers in het geding zou zijn.

Ik denk dat het probleem dieper zit. De meeste voetbalprofessionals zijn ten diepste bang dat de deelname en zichtbaarheid van homoseksuelen het wezen van voetbal verandert en in negatieve zin ondermijnt. Ik durf echter te beweren dat de aanwezigheid van homo's juist in het belang van het voetbal is.

Om dit inzicht te laten landen, moet het niet langer gaan om de vraag wanneer de eerste profspeler uit de kast komt. Het moet ook niet gaan om de zichtbaarheid van homoseksuelen als zodanig.

We komen verder als bestuurders, trainers en makelaars beseffen dat voetbal een volkssport is. Dit betekent dat iedereen moet kunnen deelnemen aan en genieten van de belangrijkste bijzaak. Voetbal wint aan belangstelling en invloed als het niemand uitsluit; daarvoor is een veilig en gastvrij sportklimaat voor iedereen nodig.

Maar zo'n klimaat is er niet zo maar. De verklaring dat je niet discrimineert, is onvoldoende. Immers, het nalaten van discriminatie is niet hetzelfde als het uitdragen van acceptatie en gastvrijheid. Voorzitter Joop Munsterman van FC Twente verklaarde onlangs in Trouw de aandacht voor het thema onnodig te vinden. "Of je nu zwart, wit of geel bent, een bril draagt of homo bent, dat moet niets uitmaken." Gelijkheid is echter iets anders dan acceptatie.

Acceptatie moet je actief organiseren. Bestuurders, spelers en trainers in het profvoetbal hebben daarin een voorbeeldfunctie. Zij geven dat voorbeeld als zij zich realiseren dat het insluiten van alle groepen in het belang van de bedrijfstak en van de sport is.

En ten tweede, zij komen een stap verder als zij dit besef verspreiden in hun club en regio. Zij doen er goed aan om publiekelijk stelling te nemen, regels af te spreken, elkaar te corrigeren, de sport voorop te blijven stellen en het vertrouwen uit te spreken dat de aanwezigheid en deelname van elke groep het succes van het voetbal als sport en als bedrijfstak dient.

Dit proces kost echter tijd. Gemeenten, homo-belangenorganisaties en de landelijke politiek moeten niet langer het voetbal 'dwingen' om te veranderen. Zij bereiken meer als zij het voetbal ondersteuning aanbieden bij het begaan van deze positieve weg.

Voetbal is honderd jaar lang een zaak geweest van blanke christelijke hetero-mannen. De tijd is rijp dat ook gekleurde spelers, vrouwen, moslims en homoseksuelen van voetbal houden. Het wordt steeds leuker op en rond de velden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden