Abt Marcel van de Ven van Heeswijk naar Rome en terug

Deze week kiezen de norbertijnen in Rome hun nieuwe generale abt. Abt Marcel van de Ven (65) heeft zijn ontslag aangeboden - voortijdig, want hij mocht nog tot het jaar 2000, maar zijn gezondheid dicteerde anders. Sinds die beslissing is abt Van de Ven terug in de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther en hij is danig opgeknapt. Spijt? “Nee, na bijna 30 jaar abt was ik misschien ook wel wat bestuursmoe,”

De norbertijnen (alias de witheren, premonstratenzers) zijn bescheiden parels aan de kroon van het religieuze leven in de r.-k. kerk. Ze grossieren niet in namen van grote heiligen of briljante geleerden; zij zoeken geen plaatsen op de eerste rang in de kerk. Norbertijnen zijn plattelandspastoors, die in communiteitsverband leven, bidden en hun werk doen, liefst in de directe bereikbaarheid van hun abdij.

Norbertijnen kunnen bogen op een geschiedenis van inmiddels bijna 900 jaar; zij zitten in alle continenten, maar zijn alleen hecht geworteld in de lage landen. Sinds de Franse revolutie een eind maakte aan het moederklooster in Prémontré bij Laon en de generale abt alleen titulair 'abt van Prémontré' is, ligt het zwaartepunt van de orde in België, met Heeswijk als goede tweede. Noord-Brabant heeft een lange, norbertijnse traditie; na twee eeuwen gereformeerde repressie konden de norbertijnen in de vorige eeuw zelfs de draad weer oppakken, zij het niet meer in het twaalfde-eeuwse klooster Berne bij Heusden aan de Maas, maar in Heeswijk. De naam Berne - 'Berna lucerna' - bleef.

Zodra Marcel van de Ven het levenslicht zag moest hij ook wel het licht van Berne zien: het boerengezin Van de Ven woonde ongeveer om de hoek. Het gymnasium stond tegenover de abdij; bij zijn priesterwijding in 1954 kende hij alleen de besloten, hartelijke, overzichtelijke wereld van het norbertijnse leven in Nederland en Vlaanderen. Dat veranderde toen de jonge pater Marcel naar Rome werd gestuurd om door te leren in de moraaltheologie - met het idee dat hij dan dit vak weer in Heeswijk zou gaan doceren.

Rome en moraaltheologie: voor sommigen moge dat klinken als het toppunt van verschrikking, maar als voor zovelen vóór en na hem ging voor Van de Ven daar de wereld open: hij ontmoette er jonge priesters uit alle landen en talen van de wereld, hij leerde er spelenderwijs Italiaans, Frans, Engels, Duits - en dat zou hem nog zeer van pas komen.

Een moraaltheoloog van naam is Van de Ven niet geworden - hij leest nog wel eens wat, maar hij heeft zijn vak niet bijgehouden. Nauwelijks terug in Nederland werd hij gekozen tot prior (tweede man) van de abdij en daarna tot abt van Berne. Het waren de jaren zestig en in het stille klooster in het brave dorp begon het te gisten. Eeuwenoude zekerheden over God, kloosterleven, verantwoordelijkheid, celibaat, gezag, pastoraat schrompelden weg - en te midden daarvan moet Vader Abt een baken van rust, standvastigheid en wijsheid zijn - alsof hij boven de problemen staat en hij het allemaal wél weet.

Een abt (abbas, vader) in de katholieke traditie is een merkwaardige figuur. Hij is geen bisschop, hij kan bijvoorbeeld geen priesterwijdingen toedienen, maar hij lijkt er toch wel op. De abt draagt een ring, een borstkruis - in de plechtige liturgie zelfs een mijter en een staf. Een abdij is intern een klein bisdommetje waarover de abt regeert, een enclave waar de bisschop van het omliggende gebied slechts een hooggeëerde gast is. Abten voeren ook (net als een bisschop, maar met minder kwastjes) een wapenschild met een devies, een wapenspreuk.

Marcel van de Ven koos als devies een woordje uit de klassieke Latijnse liturgie: Communicantes. Het was zijn program en zijn bede voor de wilde tijden, tegen de versplintering en verstrooiing: helpen elkaar in de gemeenschap vast te houden.

Hij zag geen reden zijn spreuk te veranderen toen hij veertien jaar later, in 1982, tot het hoogste ambt in zijn orde werd geroepen: hij liet zijn kudde in Heeswijk over aan zijn opvolger daar, Ton Baeten en trok naar Rome.

Een generale abt van de norbertijnen heeft weinig te vertellen. Er zijn ordes met een zeer verticale, hiërarchische structuur, zoals de jezuïeten, waar de topman in Rome in feite alle gezag heeft. Benedictijnen, norbertijnen zijn daarentegen 'plat', in protestantse termen 'congregationalistisch', met elke abdij als zelfstandige eenheid. De generale abt is geen super-abt, maar een primus inter pares, voor de communicatie, een gemeenschappelijke postbus, een stootkussen voor Rome. Het past in de norbertijnse spiritualiteit: leven in gemeenschap à la de eerste christengemeenten en af en toe iemand die vanuit het centrum langskomt ter bemoediging, om de noden te signaleren, vervreemding te voorkomen.

Marcel van de Ven heeft al zijn ruim duizend medebroeders (de zusters even niet meegerekend) in de wereld de afgelopen jaren wel eens of vaker bezocht: in Amerika, Zaïre, India, Latijns Amerika en in Europa uiteraard. Hij deed het graag en het was een hard gelag toen het niet meer ging - toen hij dieet moest houden en regelmatig leven, wat met dat reizen in verre landen niet te combineren viel.

Niet alleen de medebroeders in den vreemde, ook Rome zelf is voor hem een bron van inspiratie geweest; hij noemt met name de club van generale oversten - de rebellenclub onder de rook van het Vaticaan. Daar treffen de kopmannen van de vele merken priesters (msc, sss, sj, sdb, osa, scj, op, ofm, ocd, cssr enzovoorts) elkaar in een open, vrijmoedige sfeer, en wisselen zij ervaringen en problemen uit.

Het Vaticaan heeft ook een afdeling voor de kloosterlingen, de 'heilige congregatie voor het godgewijde leven'. Van de Ven heeft daar bekwame en behulpzame mensen leren kennen, maar in het algemeen is het meer een controle-instantie dan een bron van inspiratie. Het Vaticaan wil de religieuzen in het gareel, niet als kerkelijke vrijbuiters. De congregatie, zo vat Van de Ven het samen, is niet de pleitbezorgster van de religieuzen binnen het Vaticaanse bestel, maar de boodschapper van het door de hogere instanties bepaalde beleid. In de spanningen tussen bisschoppen en religieuzen in Latijns Amerika heeft de congregatie tot Van de Vens spijt partij gekozen tégen de religieuzen.

Maar ook op Van de Ven zelf hadden de prelaten het gemunt. Uitgerekend in Heeswijk, zijn thuisabdij, concentreeerde zich het protest tegen de benoeming van bisschop Ter Schure in Den Bosch in 1985. De nieuwe abt Ton Baeten riep zijn abdij min of meer uit als vrijplaats voor wie het onder Ter Schure niet konden harden; daar, tussen de vier grachten van de Abdij van Berne zouden onder het gezag van de abt dingen mogelijk blijven die onder Ter Schure's voorgangers Bekkers en Bluyssen op gang waren gekomen en nu dreigden gesmoord.

Op de Vaticaanse congregatie begreep men heus wel dat het bisdom Den Bosch de Heilige Vader niet en masse op de blote knieën voor het godsgeschenk Ter Schure bedankte, maar het feit was nu eenmaal zo en religieuzen dienden voorop te gaan in gehoorzaamheid en loyaliteit, niet in contestatie. Van de Ven wijst erop dat de congregatie de verhoudingen correct in het oog hield en goed wist dat bij de norbertijnen een telefoontje uit Rome niet een beleidskeuze ter plaatse kan veranderen.

Van de Ven sprak met abt Baeten, wiens Acht-meigezindheid hem later ook nog in conflict zou brengen met het Nederlandse bisschoppencollectief. Maar Van de Ven is iemand vol bewondering voor wijlen kardinaal Alfrink, in wiens Werdegang van traditioneel conservatisme naar voorzichtige openheid hij zichzelf zo herkende. Hij begreep Baetens houding jegens Ter Schure best.

Nu, zelf terug in Heeswijk, stelt Van de Ven vast dat ook tussen Berne en de Bossche bisschop de scherpe kantjes er af zijn. Niet helemaal trouwens: de abdij biedt in de zondagsmis onderdak aan menigeen die inmiddels op een overijverige jonge pastoor van het Bossche seminarie is afgeknapt. De norbertijnen, met hun enorme ervaring als Brabantse pastoors, zien het hoofdschuddend aan. Van de Ven kent de mensen van het dorp, zijn eigen familieleden, brave katholieken, die veel van Onze Lieve Heer en Onze Lieve Vrouw houden, maar niet van een autoritaire snotneus die met zijn priesterboordje om in de parochie de zaken op de spits komt drijven.

De Nederlandse religieuzen hebben massaal gekozen voor openheid en vernieuwing, maar zij betalen een zure prijs: de enkeling die nog iets ziet in het celibaat en priesterschap kiest niet voor hun rebelse vrijplaats, maar voor de veilige haven van Rolduc of Den Bosch, een bisschoppelijk seminarie vanwaaruit ook beter kerkelijke carrière is te maken.

Het is niet best gegaan met de paters: velen traden uit, jongeren bleven weg. Van de Ven spreekt nog niet van een kentering, maar er is in Heeswijk de laatste paar jaar toch wel iets gebeurd. Er is weer wat jong volk; geen groene twintigers, maar het is niet meer allemaal grijs en kaal. En nog iets: vanouds bestaan er ook norbertinessen, de vrouwelijke tak, in Nederland met hun beroemde klooster Sint Catharinadal in Oosterhout. Maar inmiddels zijn er ook vrouwen die het meer naar buiten tredende leven van de norbertijnen willen delen. In Hierden is nu een groepje 'vrouwelijke norbertijnen'. Van de Ven telt het bij de zegeningen, net als de kring van leken die zich op een of andere wijze met de norbertijnse gemeenschap verbinden. Dit soort kringen is niet typisch norbertijns; je vindt het vergelijkbaar bij de karmelieten, franciscanen, dominicanen. Van de Ven wil dat leken en religieuzen meer samenwerken, niet met de laatsten in de rol van werkgever maar echt, sámen.

Is dat de toekomst? Mensen die parttime, een aantal dagen van de week of een aantal jaren van hun leven, meer of minder het kloosterleven delen, het gebed, de liturgie, de geest van geven en delen?

Marcel van de Ven weet het niet precies. Hij is wel voor ruimere experimenten dan in 1993 de bisschoppensynode over het religieuze leven wilde, die vooral de grenzen bepaalde tussen wat wel en wat niet onder kloosterleven valt.

Gehoorzaamheid? Armoede? Zuiverheid? Waar moet het met de drie klassieke kloostergeloften naartoe? Marcel van de Ven legt uit dat deze drie voor de kloosterling samen één levensproject vormen.

Wat de armoede betreft is hij kritisch: “Hebben wij echt de geest van armoede en soberheid?”, vraagt hij zich af. In elk geval is die geest voortdurend bedreigd, mensen raken gewend aan comfort; praten over 'optie voor de armen', maar wel een auto alleen voor zichzelf willen - dat vindt hij niet goed.

Toen hijzelf in het kloosterleven werd ingewijd leerde hij de duidelijke principes van het celibataire leven: je moest de zuiverheid van de engelen nastreven en vriendschap en affectiviteit waren verdacht. Toen in kerk en klooster alles aan het schuiven ging, konden velen dat niet aan. Ze raakten verkrampt, traden uit. Achteraf gezien, zegt Van de Ven, had menigeen nooit moeten intreden.

Openheid, vriendschap, contact met vrouwen: Van de Ven vindt het zonder meer een verrijking voor het religieuze leven. Het is ook beter dat de aanwas nu doorgaans dertigers zijn, met al het een en ander achter de rug, ook in relaties. Maar “het celibaat is het celibaat”. Van de Ven weet dat er religieuzen zijn die leven als gehuwden of die vinden dat alles moet kunnen, maar daarvan zegt hij pertinent: Nee, de kloosterling moet aan de waarde en de inhoud van het ongehuwde gemeenschapsleven vasthouden.

Van de Ven weet nog niet wat hij nu verder gaat doen. In geen geval pastoor worden, want daar heeft hij geen ervaring mee. Hij hoopt iets te kunnen doen voor de medebroeders in Oost-Europa. Daar begint weer iets van norbertijns leven op te bloeien, maar de enkele ouderen van vóór 1950 zijn het samenleven verleerd - concilie en nieuwe theologie zijn hun voorbijgegaan. Van de Ven heeft uit zijn contacten de afweer geproefd: “Wij hoeven die nieuwigheden niet.” Van de Ven wil helpen die afweer en angst te overwinnen. Hij is overtuigd dat het kloosterleven in Oost-Europa van het jaar 2000, net als hier, niet meer het kloosterleven kan zijn waar hijzelf eind jaren veertig instapte. Die nieuwigheden hoeven wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden