Tien geboden

Abraham Moszkowicz: 'Verraad is erger dan moord'

Bram Moszkowicz in 2005. Beeld Mark Kohn

Abraham Moszkowicz (Maastricht, 1960) is advocaat. Hij mag - onder anderen - drugsbaron Johan V., Heineken-ontvoerder Frans Meijer, de man die ervan wordt verdacht de grote brand in Enschede te hebben veroorzaakt en ex-legerleider Desi Bouterse tot zijn clientèle rekenen. 

De zoon van de bekende Maastrichtse strafpleiter mr. Max Moszkowicz onderhandelt momenteel met RTL4 over een eigen tv-show.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

,,Denkend aan de Tweede Wereldoorlog kwam God steeds verder van mij af te staan. Na de geboorte van mijn kinderen (Hoe kan zoiets wonderlijks gebeuren?) is hij weer in beeld gekomen, maar ik zal nooit een gelovig man worden. Ik ga rationeel door het leven. Ik heb de neiging om zaken die ik niet kan beredeneren ook niet te geloven.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken van wat boven in de hemel is, noch van wat beneden op aarde is, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Meent u nu werkelijk dat mensen bij ons kantoor aankloppen vanwege de zogenaamde sterstatus van de familie Moszkowicz? Er zullen vast cliënten zijn die vanwege onze verdiensten in zaken die grote publieke belangstelling genieten tegen ons op hebben gekeken, maar ik geloof toch dat de meesten van hen slim genoeg zijn om door dat showelement heen te kijken en bij ons terecht zijn gekomen omdat zij op zoek waren naar een goede advocaat. Het uiterlijk vertoon - zoals u dat wenst te noemen - is bijzaak. Kijk, ik ga hier natuurlijk niet een potje zitten te liegen: ik ben in zekere zin wel ijdel. 

,,Ik kijk wel eens in de spiegel of mijn haar goed zit, maar het is geen levensdoel op zichzelf, begrijpt u? Bovendien: wat is er op tegen om een goed pak te dragen? Of in een mooie auto te rijden? Het gaat erom dat je serieus wordt genomen en een rechter niet gaat denken: 'Daar hebben we meneer Moszkowicz weer met zijn...' - vult u maar in. Als het goed is zal het zo'n rechter worst wezen of mijn kostuum gefabriceerd is door een Italiaanse kleermaker of door de firma Zeeman. Als je je niet gedraagt, juridische nonsens uitslaat of andere lariekoek verkoopt, heb je binnen twee weken afgebrand wat je in jaren van zorgvuldige praktijkvoering hebt opgebouwd.''

,,Ik heb niet voor niets die 'grote zaken' in mijn portefeuille - ze zetten er ook niet de minste rechters op. Een zaak zoals die van de heer Bouterse is voor mij niet aantrekkelijk vanwege de aandacht die zij genereert - al doe ik er zeker mijn voordeel mee - maar vooral vanwege haar juridische complexiteit. Om een triviaal voorbeeld te geven: als ik drie rondjes mag racen op het circuit van Zandvoort, kies ik liever voor een Ferrari dan voor een Dafje. 

,,Ik heb mij erover verbaasd dat zoveel mensen er problemen mee hadden dat ik de verdediging van Bouterse op mij nam. Mijn confrère Gerard Spong is inmiddels bijgedraaid, maar hij had toch, als geen ander, moeten begrijpen dat ik gewoon mijn werk deed. Je kunt de advocaat toch niet gelijk stellen met de cliënt die hij verdedigt? Spong heeft ooit Pieter Menten verdedigd. Nou, ik hoef u niet te vertellen wie dàt is. Ik zou zo'n zaak niet aannemen, maar ik heb het Gerard Spong niet kwalijk genomen dat hij daartoe wel in staat was. 

,,Het ligt er maar net aan in hoeverre je er persoonlijk door wordt geraakt. Zo zou ik Osama Bin Laden, als hij inderdaad het brein is achter de aanslagen in de Verenigde Staten, niet kunnen verdedigen omdat de herinnering aan die daad - zo calculerend, zo door en door slecht - mij nu nog misselijk maakt. Maar dat Bin Laden moet worden vertegenwoordigd door een advocaat staat buiten kijf. In principe heeft ieder mens, hoe gestoord ook, recht op verdediging.''

3. Gij zult de naam van de here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Vloeken is voor mij een verbale, peristaltische beweging. Het is een gewoonte. Maar wel in combinatie met een zekere onmacht want als het mij tegenzit vervloek ik God wel degelijk. Toch geloof ik niet dat iemand zich daar nu vreselijk druk over hoeft te maken: het zijn slechts termen en in feite ben ik niet boos op God, of een ander, maar vooral boos op mijzelf.''

4. Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt: zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen maar de zevende dag is de sabbat van de here, uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Nee, ik ben geen vaste sjoelganger. Mijn ouders hebben mij niet religieus, maar wel traditioneel joods opgevoed. Ik ben besneden, heb bar mitswa gedaan en ben uitgekomen voor de joodse wet. Kijk, dat bedoel ik nu: God is abstract, maar traditie is voelbaar, te beredeneren. Ik lees er over, ik praat er over: het leren is mij in die zin niet vreemd. Ik ben mij altijd van mijn joodse afkomst bewust geweest. Met een vader die Auschwitz heeft overleefd, kun je daar niet omheen, zelfs als je het zou willen.''

5. Eer uw vader en uw moeder

,,Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar ik ben een voorbeeldige puber geweest. De aanschaf van een stel cowboylaarzen - die ik overigens slechts één keer heb gedragen - is mijn grootste daad van verzet geweest. De band die ik met mijn ouders heb, is altijd goed geweest. Natuurlijk is er wel eens een verschil van inzicht over een bepaald onderwerp geweest, maar dat liet onverlet dat we daar rustig met elkaar over konden discussiëren. Mijn vader is wijs, markant en charismatisch. 

,,Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar tóch is het zo: hij is behalve mijn vader, ook mijn vriend. Wij delen verdriet en vreugde. Ik zal de volle omvang van zijn verdriet nooit voelen, maar ik heb daar beslist een afgeleid verdriet van. Ik ben mede gevormd door wat mijn vader heeft meegemaakt, maar ik beschouw mijzelf niet als een tweede generatie-slachtoffer. Hij heeft die oorlog bij ons weg willen houden: het deksel dat op de put van het verleden ligt, werd slechts bij hoge uitzondering een heel klein stukje opgetild.''

,,Vorig jaar ben ik naar Auschwitz gegaan. Het was... ik geloof niet dat ik goed onder woorden kan brengen wat het met mij deed. Ik ben vooral erg stil geweest. Het waren de kleine dingen die mij overstuur maakten. Niet eens de aanblik van die kale gaskamer, met dat grote gat in het plafond, maar de vitrine vol babykleertjes: handschoentjes, jurkjes, broekjes, hansopjes. En dat was nog maar een klein deel van de kleren van al die duizenden kinderen die daar zijn vermoord - waaronder ook mijn vaders kleine broertje en zusje. Ik heb de barak gezien waarin mijn vader drieënhalf jaar heeft gelegen. Ik ben, net als hij destijds, langs de gaskamer gelopen. Iedere ochtend heeft hij zich afgevraagd of daar zijn dag zou eindigen.''

,,Ik heb zijn inschrijfformulier gezien. In het handschrift van een veertienjarige jongen, onmiskenbaar mijn vader, geeft hij antwoord op de vraag of hij wel eens vorbestraft was. De gotspe van die moffen: de vraag moest naar waarheid worden ingevuld omdat er anders een 'zware straf' zou volgen. Alsof er geen zware straf zou volgen als je de waarheid sprak.''

,,Ik heb niet de illusie gehad dat ik ook maar iets zou gaan begrijpen van wat zich daar heeft afgespeeld, maar om die reden ben ik niet naar Auschwitz gegaan. Ik ging om mijn familie te eren die daar is vermoord. Ik ging omdat ik wilde proberen in te voelen wat mijn vader daar heeft meegemaakt. En ook om mezelf als het levende bewijs van zijn doorzettingsvermogen op te voeren. Ze hebben hem niet klein gekregen. Ik geloof dat ik mijn vader altijd heb begrepen, maar dit bezoek heeft ons nóg nader tot elkaar gebracht. De vragen die ik heb, hoeft hij niet meer te beantwoorden. Ik heb het zelf gezien.''

6. Gij zult niet doden

,,U zult mij niet horen zeggen dat ik nooit een ander zal doden. Als iemand mij probeert te doden, zal ik mij verdedigen en dan zou het kunnen bestaan dat ik daarbij die ander van het leven beroof. Dat is, ook volgens de rechter, een gelegitimeerde vorm van doodslag. We moeten, denk ik, een tweedeling maken tussen de stabiele en de instabiele mens. De stabiele mens kan, uit noodweer, doden. De instabiele mens wordt het op enig moment rood voor de ogen, hij slaat door, flipt en draait nekken om. Ik ben geen flipper. In mijn studententijd heb ik eens iemand die mij voor rotjood uitmaakte van de trap gesmeten. 

,,Dat zal mij niet meer overkomen. Ik zou mij nu omdraaien en weglopen, denk ik. Zeker weten doe ik het eigenlijk niet. Laat ons hopen dat de woede van mijn jeugd is overgegaan in een beheersing die de meeste volwassenen kenmerkt. Maar nogmaals: wie zegt nooit te zullen doden, staat buiten de realiteit. Ik zie in ieder mens een potentiële verdachte. Ik ben lang geleden tot het besef gekomen dat de wereld veel lelijker is dan ik mij haar had voorgesteld. Het kwaad zit in de mens. Daarom zie ik een man als Hitler ook niet als de duivel. Ik zie Hitler als een idioot. En die gedachte is in feite veel angstiger: er is niet één groot kwaad, er lopen gewoon heel veel slechte mensen op de wereld rond.''

7. Gij zult niet echtbreken

,,Een aantal geboden vind je terug in de actuele wetgeving maar 'gij zult niet echtbreken' wordt terecht niet langer als een universele waarheid gezien. Volstrekt achterhaald. Natuurlijk moet je er alles aan doen om bij elkaar te blijven, maar als het niet langer gaat, moet je scheiden. Het is mij ook eens overkomen. Het was een moeilijke stap, niet voorzien, spijtig, maar onvermijdelijk. Wat had ik eigenlijk beloofd? Trouw te zijn tot de dood ons scheidt, zegt u. Tja, die belofte heb ik dus niet waar kunnen maken, maar het heeft mij er niet van weerhouden om zoiets nóg een keer te beloven. 

,,Wil je trouwen, dan moet je die belofte doen. Voor mij hoefde het ook niet zo nodig, dat huwelijk, maar mijn partner stelde er wel prijs op. Ik vind trouw vanzelfsprekend, dat hoeft niet door een briefje te worden bekrachtigd. Ik ben trouw aan mijn familie, trouw aan mijn vrienden. Voor mensen die mij dierbaar zijn, ga ik door het vuur.''

8. Gij zult niet stelen

,,Ik begrijp goed dat mensen uit nood af en toe stelen. Ik ben zelf nooit in een behoeftige situatie geweest, dus ik heb goed praten. Dat ik nog nooit van mijn leven iets heb gestolen zegt dus niets over mij - al helemaal niet dat ik een goed mens zou zijn. Of ik het ben? Als u het op straat vraagt, zult u verschillende geluiden horen, maar ik kan iedere ochtend nog met goed fatsoen mijn eigen smoel aanschouwen in de spiegel. 

,,Ik probeer fatsoenlijk door het leven te gaan, maar niet iedereen schijnt dat te willen geloven. Ze hebben strafadvocaten wel eens het verwijt gemaakt dat zij zich laten betalen met geld dat is verkregen dankzij het plegen van een strafbaar feit. Dat is natuurlijk onzin. Volgens de Orde van Advocaten moet ik er zo goed mogelijk op toezien dat dit niet gebeurt, maar ik ben geen politieagent of opsporingsambtenaar. Als ik iemand op kantoor ontvang die ervan wordt verdacht een bank te hebben overvallen en ik zeg: 'Meneer, wilt u mij vijfhonderd gulden voor mijn bijstand betalen?' dan moet ik mij achter de oren gaan krabben als hij komt aanzetten met naar inkt ruikende bankbiljetten. 

,,Maar als diezelfde man betaalt met gewone briefjes van honderd, smoezelige dingen, dan hoef ik er niet van uit te gaan dat hij mij betaalt met geld dat hij heeft 'verdiend' met het plegen van een misdrijf. Zo kan ik inderdaad een heler zijn zonder het te weten, maar dat geldt ook voor de bakker of voor de journalist. Om nog maar te zwijgen over de Staat der Nederlanden die zich belasting laat betalen door lieden die hun geld hebben verdiend met handel in verdovende middelen of een ander misdrijf.''

9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

,,Ik denk dat er niemand is die, daarnaar gevraagd, met droge ogen kan beweren dat hij nooit eens heeft gelogen. Ik dus ook niet. Van leugentjes om bestwil gaat mijn voorhoofd echt niet fronsen. Het wordt een ander verhaal als we het over besodemieteren gaan hebben. Als een vriend mij bedriegt, heb ik daar last van, maar of mijn cliënt de waarheid spreekt, vind ik van minder belang. Het is het verschil tussen een emotionele en een rationele verhouding. 

,,Als mijn cliënt zijn buurman met een bijl heeft bewerkt, hoort u mij niet juichen, maar ik zal hem er ook niet om veroordelen. Het is niet aan mij, zijn advocaat, om daar een waardeoordeel over uit te spreken. Stel nu dat deze man, die tegenover mij heeft bekend zijn buurman te hebben vermoord, wegens gebrek aan bewijs wordt vrijgesproken dan zal ik mij daarover verheugen omdat - en let u nu goed op -het recht heeft gezegevierd. 

,,Of iemand een moord heeft gepleegd is ook voor de wetgever niet van belang. Het gaat om het bewijs dat moet worden geleverd. Misschien voel ik mij als mens geëmotioneerd bij de gedachte dat een moordenaar op vrije voeten is gekomen, maar als advocaat ben ik gevoelig voor het overstijgend belang van iedere individuele rechtszaak, namelijk: het belang van de onschuldigen die zonder bewijs niet veroordeeld kunnen worden. Die zaken móet ik loskoppelen.''

,,Nee, mijn teleurstelling in ons rechtssysteem steekt op andere momenten de kop op. Zoals het moment waarop de kroongetuige in ons stelsel zijn opwachting maakte. De overheid besloot 'bij gebrek aan bewijs' de hulp van criminelen in te roepen om andere criminelen te vangen. Terwijl die kroongetuigen 'volgens de stukken' nog grotere boeven waren. Dat vond ik als advocaat teleurstellend, maar ik heb ook persoonlijk veel moeite met informanten, met verraders. Ik verdedig geen verraders. Als u mij vraagt of ik moord dan minder erg vind dan verraad, ben ik geneigd daar ja op te zeggen. 

,,Iemand die een ander van het leven heeft beroofd, zou dat gedaan kunnen hebben uit emotionele overwegingen, of omdat hij ziek is, maar over een informant wordt zelden een psychiatrische rapportage geschreven. Zijn motief is angst voor zijn eigen hachje of geldelijk gewin. Ik kan er ook helemaal niet tegen als mensen mij aanspreken op een kleine verkeersovertreding of, erger nog, de politie gaan bellen. 

,,Ik zag laatst een winkeldief aan het werk. Ik ben gewoon doorgelopen. Ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om die kerel erbij te lappen. Ja, mijn vaders verleden spreekt hier ook een woordje mee. Ik heb genoeg gehoord om voor de rest van mijn leven allergisch te blijven voor mensen die tegen een kleine beloning bereid zijn anderen uit te leveren aan 'de overheid'.''

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis: gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Als er een mooie dame voorbijgaat, kijk ik om. Misschien denk ik zelf wel eens: met haar zou ik graag het bed willen delen. Maar zo lang ik niet overga tot het effectueren van mijn begeerte is er, dunkt mij, niets aan de hand. En dan is er nog het verschil tussen één keer vreemd gaan en dagelijks in gedachten overspel bedrijven. 

,,Ik vind dat laatste veel kwalijker. Ik ben monogaam in het diepst van mijn gedachten. Niet begeren heeft ook met tevredenheid te maken. Zo zou ik mijzelf een groter en mooier huis kunnen veroorloven, maar ik zal het toch niet kopen. Het is goed zo. Ik weet wanneer het genoeg is.''

Alle interviews uit de rubriek 'Tien Geboden' vindt u terug in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden