OPINIE

Abraham is niet de oervader van het theoterrorisme

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

Wat is er gebeurd met de godsrelatie? Hoe staat het met die reële, persoonlijke verhouding tot de eeuwige grond, die iemand wakker houdt en alles doet wagen zónder onmiddellijke zekerheid te hebben omtrent de goddelijke werkelijkheid, slechts gegrondvest in het geloof dat van God uit alles mogelijk is?

Niet zo best als je het mij vraagt. Sinds Nietzsche de dood van God verkondigde en technologie en kwantificering het moderne denken in hun greep houden, heeft zo'n hoogst irrationele godsverhouding zijn waarde en aantrekkingskracht voor de meeste mensen definitief verloren. En waarom zou je zoiets ook willen? Is immers het gros van de terroristische aanslagen van de afgelopen decennia niet terug te voeren op precies zo'n krankzinnig idee-fixe?

Deze toch al wijdverbreide gedachte wordt nog eens extra onderstreept in het recent verschenen boek 'In naam van God', waarin de auteurs Paul Cliteur en Dirk Verhofstadt hun pijlen richten op de zogenaamde theoterrorist: de mens die zich in naam van God buiten de ethische orde meent te kunnen plaatsen.

De verklaring voor de wandaden van deze fanatici ligt voor de auteurs voor de hand: religieuze geschriften roepen op tot geweld, waar atheïstische geschriften dat niet doen. Dat is een dubieuze stellingname, maar nog los daarvan denk ik dat de auteurs in hun boek aan iets wezenlijks voorbijgaan, namelijk aan de kern van de godsrelatie zelf.

Niet op uiterlijk gedrag

Neem het verhaal van Abraham, die bereid was in opdracht van God zijn zoon Isaäk te offeren. Een extremere, meer weerzinwekkende situatie is nauwelijks denkbaar. Het verbaasde me dan ook niet dat Cliteur en Verhofstadt in deze oervader van de drie monotheïstische godsdiensten tevens de oervader van het theoterrorisme herkennen. Maar in mijn optiek is het offerverhaal een regelrechte provocatie die ons uitdaagt tot de essentie van ons zijn te komen.

God, die Isaäk op het laatste moment spaart, heft de ethiek hiermee niet op, maar laat juist zien dat er meer is dan regels en blinde gehoorzaamheid. Niet op uiterlijk gedrag komt het aan, maar op het innerlijk, en wel omdat een mens maar zelden volledig beantwoordt aan de ethische norm.

Als iemand onze moeizame relatie tot de ethiek weet bloot te leggen, is het overigens Nietzsche wel. Want zelfs de wens de moraal op te volgen kan gevoed zijn door ressentiment of de behoefte de ander met diezelfde moraal de ogen uit te steken.

De sfeer van het hart

De kracht van het offerverhaal is dat het de ethiek niet uitwist, maar wel haar relativiteit laat zien door haar te verleggen naar het innerlijk, naar de sfeer van het hart. Het is deze beweging die in het Nieuwe Testament (en met name in de Bergrede) radicaal wordt doorgezet. Juist deze beweging doorbreekt religie als een fenomeen van vereerde symbolen, gebruiken, regels en instituties, die eerder uitdrukking zijn van een vergoddelijking van uiterlijke (groeps)belangen dan van een godsrelatie waarvan innerlijkheid de kern is.

Het theoterrorisme van Cliteur en Verhofstadt komt precies uit zo'n vergoddelijking van het uiterlijke en wereldse voort. De religie van Abraham en het Nieuwe Testament doorbreekt dit mechanisme door de goddelijke liefde - de agape - zelf centraal te stellen. En dat doet zij genuanceerder en tegelijk scherper dan Cliteur en Verhofstadt dat doen: het raakt de religie namelijk niet alleen in haar uiterlijke excessen van geweld, maar ook van binnenuit, namelijk door haar oprechtheid van vraagtekens te voorzien.

Welmoed Vlieger is filosoof en schrijft een tweewekelijkse column voor Trouw. Lees hier al haar columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden