Abou-l-'Ala al-Maarri, Giordano Bruno, Farag Foda en Salman Rushdie

Emile Habibi (1920) kwam in 1992 in het wereldnieuws: rechtse kringen in Israel wonden zich erover op dat de regering hem een literaire staatsprijs had toegekend, en Arabische die-hards konden er niet over uit dat de Palestijnse schrijver, voormalig communistisch lid van de Knesset, de onderscheiding nog had aanvaard ook. Habibi heeft vijf romans gepubliceerd. Zijn bekendste, 'De Op-simist', gaat over het dilemma van Arabieren die wonen in een joodse, door de Arabische wereld als vijand bejegende staat.

Zij hebben geleefd zoals hun vaders voor hen hadden geleefd,

en zij hebben de godsdienst doorgegeven zoals zij haar hebben aangetroffen, zonder er iets aan te veranderen.

Het navolgende distichon is ontleend aan hetzelfde gedicht. Ik heb me er altijd, vanaf mijn kinderjaren tot nu toe, voor gehoed het in praktijk te brengen:

Zij besteden geen aandacht aan wat zij zeggen of horen

En zij staan onverschillig, de dwazen, jegens hem voor wie zij zich buigen.

Het had overigens de afgelopen tijd weinig gescheeld of ik had hetzelfde lot ondergaan als nu Salman Rushdie; maar de priesters van mijn oude Kerk - die geleefd hebben, en nog steeds leven, in een tijd waarin hun eigen leven wordt bedreigd - waren niet in staat mijn doodvonnis te tekenen; hun besluit tot excommunicatie, verscheidene malen jegens mij uitgesproken, lijkt dan ook in mijn ogen op de 'dans in het duister' uit onze spreekwoorden.

Op dit punt verschillen zij van de priesters die toestemming hebben gegeven tot de executie van Salman Rushdie (men zou er verkeerd aan doen de dreigementen van deze laatsten niet serieus te nemen). Maar voor het overige lijken zij op elkaar, in die zin dat degenen die nu Salman Rushdie vervolgen, behoren tot een groepering, de sjiieten, ofwel de partij van Ali, die steeds, vanaf haar verschijning in de islamitische geschiedenis, tot doelwit van bloedige vervolgingen is gemaakt.

Welnu, ik heb tot mijn schade ontdekt, dat degenen die zelf in de loop der geschiedenis bloedig zijn vervolgd, het snelst zijn met aansporingen om het bloed te vergieten van mensen die, in hun ogen, afwijken van de principes van hun 'Kerk' van oorsprong. En zelfs als Salman Rushdie van oorsprong geen sjiiet is, volstaat het feit dat hij als islamiet geboren is, om hem tegen wil en dank in te delen bij de meest vervolgde groepering die er is, namelijk de islam.

De aansporing tot moord op islamieten is in feite al zeer oud, ouder zelfs dan de rechtbanken van de Inquisitie; en de beschuldiging van afwijking van godsdienstige leerstellingen is even oud als de religie zelf, of het nu gaat om de islam of om andere geloofsovertuigingen. De sjiieten, die het vandaag de dag in Iran voor het zeggen hebben, en die toestemming hebben gegeven om Salman Rushdie te doden, zijn in de geschiedenis de belangrijkste slachtoffers van deze beschuldiging geweest; zij hebben er meer door geleden dan de protestanten in de geschiedenis van het christendom. Trouwens, in de ontwikkeling van het christendom en de islam zijn vrijdenkers op ongeveer dezelfde manier bejegend, behalve dan dat de christenen lering hebben getrokken uit de moed van de islamieten.

Het is tragisch, radeloos makend eigenlijk, dat wij heden ten dage, in het laatste decennium van de twintigste eeuw, nog steeds gedwongen zijn tegen dit soort excommunicaties te strijden! Het schijnt mij toe dat er een hiaat, een barst zit in onze beschaving als geheel, en dat dit hiaat deels de afmetingen van een kloof begint aan te nemen; een kloof die de politiek scheidt van de moraal. En niemand van ons (al verkondigt hij nog zulke hoge beginselen) heeft nog nagedacht over de vraag hoe deze kloof te dichten of zelfs maar te verkleinen.

De inhoud van De duivelsverzen is voortaan minder belangrijk dan de navolgende overweging: veruit de meesten van van hen die de Iraanse heersers vragen terug te komen op hun besluit, worden niet langer als een toonbeeld van goede trouw gezien, omdat die 'goede trouw' selectief is gebleken. In grote meerderheid willen de verdedigers van Salman Rushdie immers slechts een zaak verdedigen die hen goed uitkwam en hen niets kostte; maar hoevelen onder hen hebben gehoord van de seculiere Egyptische schrijver Farag Foda, die begin 1992 in Cairo door fundamentalisten werd vermoord? Als onze beschaving werkelijk fatsoenlijk en eerlijk was, zou ze de naam van Farag Foda onsterfelijk hebben gemaakt, net als die van Galileo Galilei en Giordano Bruno.

De hele Europese beschaving is gebaseerd op het onderricht van de wijze Socrates, die liever de gifbeker dronk dan concessies te doen aan de rede; daar ligt, om de waarheid te zeggen, de essentie van elke beschaving, westers of oosters, maar hoeveel ontwikkelde Europeanen kennen de naam van Abou-l'Ala al-Maarri, eveneens gedood door vergif, omdat hij geen concessies wilde doen aan het geloof dat het zijne was: 'Ik ken geen andere imam dan mijn eigen rede'?

Een van de gebreken van onze huidige mondiale beschaving is dan ook dat ze, inhoudelijk in elk geval, nog niet werkelijk mondiaal is; er is eerder sprake van in zichzelf besloten culturen, die ieder voor zich weigeren de andere te leren kennen en niet willen inzien wat de een met de ander gemeen heeft.

Het is dit gebrek dat een verklaring - maar geen rechtvaardiging - vormt voor de onmenselijke, ongodsdienstige en non-sjiietische houding tegenover Salman Rushdie waarin de autoriteiten koppig volharden. Daarmee dragen zij het stigma van de Inquisitie, die pest die het islamitische Oosten heeft overgenomen van Europa. Maar als wij er niet in slagen - wat God verhoede! - Salman Rushdie te redden van dit absurde excommunicatie-decreet, zal er een schandvlek blijven kleven aan de hele wereldbeschaving en vooral aan de Europese cultuur, omdat Salman Rushdie daar bescherming heeft gezocht.

Ik zou Salman Rushdie niet graag zien toetreden tot de stoet van grote mannen die de dood hebben verkozen boven de verloochening van hun beginselen, zoals Abou-l-'Ala al-Maarri, Giordano Bruno of Farag Foda; als dat gebeurde, zou ons geloof in de menselijke beschaving wankelen - die beschaving die in duizend jaar zoveel tot stand heeft gebracht . . . Nee, het is onbestaanbaar dat dit alles zou worden vernietigd.

Alles wat ik wil is dat ieder van ons, godsdienstig of niet, en vooral in het laatste geval, zich realiseert dat men heden ten dage zijn handen niet kan schoonwassen van het bloed van deze 'vriend', ook al is hij dat niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden