Abel Cahen stelt de menselijk schaal centraal

Het museumontwerp is dood, lang leve het museumontwerp. De schermutselingen rond de nieuwbouw voor het Van Abbemuseum in Eindhoven hadden de afgelopen jaren de karaktertrekken van een typisch Nederlands drama. Architect pakt oud gebouw aan, burgers verzetten zich, gebouw gaat op monumentenlijst, exit museumontwerp. En architect Abel Cahen kon opnieuw beginnen. Aan het begin van de zomer werd zijn nieuwe plan gepresenteerd. Op een overzichtstentoonstelling in het architectuurcentrum ABC zijn beide ontwerpen naast elkaar te zien.

ROBBERT ROOS

Abel Cahen heeft geen zin om vol melancholie terug te kijken op wat ooit had kunnen zijn. Het leven gaat door. Hij wil best praten over het oude ontwerp, zolang het niet te melodramatisch wordt. De klap was groot, maar de uitdaging om binnen nieuwe voorwaarden een tweede ontwerp te maken, werkte louterend. “Het is natuurlijk vreselijk dat het ontwerp werd stopgezet. We hadden alles al helemaal uitgetekend. Er was al een aannemer gevonden die het binnen de prijs kon bouwen. Gelukkig was alleen die handtekening nog niet gezet.”

“Ik beschouw mezelf als een goede architect, maar weinig van mijn oeuvre is gebouwd. Mijn werk roept bij tijd en wijle blijkbaar weerstand op. Ik heb het al vaker meegemaakt dat een project niet door ging. Ik heb een behoorlijk groot incasseringsvermogen, maar de affaire rond het Van Abbe heeft mij behoorlijk geraakt. Dat is in mijn carrière maar twee keer voorgekomen: het Joods Historisch Museum destijds en nu het Van Abbe. Er was eigenlijk maar één manier om zoiets te overleven, en dat was meteen opnieuw te beginnen, als me dat gegund zou worden, en dat werd me bij het Van Abbe gegund.”

“Er is voor negen miljoen gulden grond aangekocht rond het museum, zodat er nu rond het bestaande museum aanzienlijk meer ruimte beschikbaar is. Daardoor werd het ook een andere opdracht. Zonder dat was het nooit gelukt. Dat vergde echter een enorme omschakeling. Het vorige ontwerp was zeer compact. Er was toen nog geen plaats om ver buiten de grenzen van het oude museum te gaan en vanuit die beperking ontstond een prachtig ontwerp met een in mijn ogen nog steeds fantastische ruimtelijkheid.”

“Ik ben van huis uit een compact ontwerper. Dat zit in mijn vingers. Compactheid heeft voor mij te maken met levendigheid. Ik wil een optimale hoeveelheid activiteit in één ruimte, zoals in het gebouw van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort dat ik heb ontworpen. Als je in een gebouw stukken hebt die een groot deel van de dag niet worden gebruikt, kunnen die - hoe mooi ook gemaakt - een naargeestige indruk geven. Tenzij ze ontworpen zijn om leeg te blijven, zoals bij het museum van Daniël Libeskind in Berlijn.”

In het oude ontwerp creëerde Cahen zo'n ruimte direct achter de ingang: een hoge vide-achtige hal, die als een ruimtelijke spil fungeert, waar de museumzalen verticaal omheen gestapeld zijn. “Wanneer je circuleerde door het gebouw kwam je steeds weer terug in de hal, een plek waar je ook dingen tentoon kon stellen. Je kreeg een contrast tussen de ruimtelijke dynamiek van de centrale ruimte en de serene rust in de tentoonstellingszalen, omdat goede architectuur de kunst niet mag overheersen, maar wel 'aanwezig' moet zijn. Ik vergelijk het altijd met het Begijnhof in Amsterdam. Je staat midden op het rumoerige Spui, maakt die poort open en komt in die enorme rust van het hof. Je ziet daar dingen, die je erbuiten niet opmerkte, terwijl ze er net zo goed zijn. Vervolgens ga je weer terug naar die levendigheid van het Spui, die op haar beurt iets fantastischs wordt. De levendigheid onderga je bij de gratie van de rust. Dat is ook wat mij voor ogen stond bij het eerste ontwerp.”

Cahen is nog steeds zeer enthousiast over zijn 'verticale oplossing', maar accepteert dat hij verder moet. “Ik heb een jaar de tijd gehad en dan mobiliseer je alles wat in je is om het vorige ontwerp achter je te laten. Dat heb ik in mijn leven geleerd: niet over zaniken en doorgaan. Ik heb een soort luik laten vallen. Want wanneer je er over gaat nadenken, zo'n museum, zo'n mooi ontwerp, dat ook al helemaal uitgewerkt was en waarvan alleen een aantal medewerkers van het architectenbureau en het museum weten hoe prachtig dat had kunnen worden. Dat is natuurlijk ook gruwelijk. Een kind dat door de plee wordt gespoeld.”

Het heeft even geduurd voordat Cahen in de nieuwe situatie de extra ruimte ook werkelijk ging gebruiken. Uiteindelijk is hij vrij rigoureus te werk gegaan, door de Dommel die langs het museum loopt te verbreden en een zijtak te geven. Hierdoor komt de nieuwbouw die Cahen in het nieuwe ontwerp achter de oudbouw heeft gezet vrijwel helemaal in het water te liggen. Eén van de problemen werd het leggen van de verbinding tussen het oude gebouw van Alexander Krophöller uit 1935 en de nieuwbouw.

Cahen: “Wanneer je beslist om het oude gebouw helemaal intact te laten en volledig als monument te bestemmen, moet je die monumentale ingang ook blijven gebruiken. Het zwaartepunt van het nieuwe ontwerp moet niet teveel in de nieuwbouw liggen. Als je het oude gebouw als de ziel van je museum beschouwt, moet je het ook volwaardig bij de nieuwe opzet betrekken. Je blijft dus binnenkomen in het oude gebouw en de monumentale entreehal. Voor een nieuw museum dat drie maal zo groot wordt is deze intieme hal van Krophöller echter te krap. Ik heb geprobeerd in het oude gebouw een levendig entreegebied te maken dat past bij de allure van het nieuwe museum, zonder de monumentale architectuur van Krophöller aan te tasten.”

De hele discussie in Eindhoven draaide om de vraag of het gebouw van Krophöller een monument was of niet. De aandacht spitste zich toe op het torentje, dat in het ontwerp van Cahen plaats moest maken voor een paddestoel-vormige opbouw. Cahen: “Ik ben een zeer gewetensvol ontwerper. Als ik had gedacht dat de architectuur van Krophöller geen recht werd gedaan, had ik niet zo'n ontwerp gemaakt. Het bleek dat het Van Abbe niet op de monumentenlijst stond, waardoor ik de nodige vrijheid had. Dat betekent niet dat je er alles mee kunt doen, maar dat je bent overgeleverd aan je eigen geweten. En mijn geweten heeft gezegd dat dit kon.”

“De toren heeft in mijn ogen alleen maar de functie om het vrij ongenaakbare gebouw acceptabel te maken. Je associeert het nu met een kerk en kerken mogen ongenaakbaar zijn. De toren zit echter als een klont baksteen in het gebouw. Gewoon een massieve berg steen. Dus meende ik dat ik die toren er tussenuit kon halen en er een andere in kon schuiven, een paddenstoel. Het ene verticale element is door het andere vervangen. Dat betekent niet dat ik tegen zo'n toren ben, maar ik vond dat ik hem kon vervangen.”

Cahen is een intuïtieve ontwerper. In zijn gebouwen staat de menselijke schaal centraal. Licht is een belangrijk thema, evenals de ruimtelijkheid van 'intermediaire' ruimtes, zoals gangen, kantines, vides, hallen, balkons. “Het maken van architectuur begint voor mij met de uiterste vorm van onnozelheid: dat is het moment dat je nog niet weet welke vragen je moet stellen: 'horror vacui'. De architect Louis Kahn heeft ooit het begin van een ontwerpproces prachtig omschreven: je doet je ogen dicht, de meest etherische en fantastische gedachten en beelden gaan door je hoofd, maar op het moment dat je potlood het papier raakt, komen er niet anders dan banaliteiten uit. Wanneer je weet welke vragen je moet stellen is het ergste voorbij en ben je op weg naar een werkhypothese. Je kunt dan concreet aan het werk.”

“Goede architectuur is iets dat je bijna in je handen kunt pakken. Toen ik voor het eerst in Ronchamp kwam (waar de beroemde kerk van Le Corbusier staat) was het nacht en heb ik met mijn zaklantaarn het gebouw bekeken. Een vinger van licht tastte de kerk af en het was net of ik haar in handen had. Architectuur is een vorm van kunst. Een gebonden kunst, maar een vorm van kunst. Een idee dat je omzet in een stenen mechanisme, dat ook nog eens functioneel moet zijn. Dat is het allermoeilijkste.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden