Abbé Pierre’s vuur brandde voor armsten

Frankrijk rouwt om een geliefde dode die al ruim een halve eeuw geldt als het geweten van de natie, de vleesgeworden goedheid, een heilige bij wie Thérèse, Bernadette en zelfs Jeanne d’Arc verbleken: Abbé Pierre. De hoogbejaarde priester, vader van armen, daklozen en sans-papiers overleed gisteren in een Parijs ziekenhuis aan een longontsteking, 94 jaar oud.

Henri A. Grouès, geboren in Lyon in 1912 – maar die naam moest je opzoeken. Iedereen kende hem bij zijn alias ’Abbé Pierre’, gekozen toen hij in de oorlog als lid van een franciscaanse verzetsbeweging Joden het regime van Vichy hielp ontvluchten.

Al eind jaren veertig opende Abbé Pierre in Parijs het eerste huis voor jonge mensen aan de rand van de samenleving. ’Emmaüs’, heette het. De naam werd een begrip, in en buiten Frankrijk, tot op vandaag.

Abbé Pierre’s concept was sterk en simpel: geen verschoppeling verdient het verschopt te blijven.

Zijn devies: zit de politiek irritant op de huid én doe zelf wat dringend nodig is: bied voedsel, dak, kleding, verblijf aan wie dat allemaal moet missen.

In Nederland zijn de erfgenamen van de abbé de Emmausgemeenschappen (ongeveer twintig, zie www.emmaus.nl), bekend om het ophalen en herstellen van tweedehands goederen. Wereldwijd zijn er ruim 400 van deze Emmaus-groeperingen, niet strak georganiseerd en niet religieus gebonden.

In de strenge winter van 1954 verscheen Abbé Pierre met een doodgevroren baby in zijn armen in de media; onder de bruggen van de Seine waren er die winter tientallen doden.

Zijn actie opende Frankrijk de ogen: Mes amis, au secours, vrienden, help! Hij wilde een huis, een broedercentrum tegen de ontreddering waar op de poort te lezen was: ’Jij die lijdt, wie je ook bent, kom binnen, slaap, eet, vat moed, hier ben je onder vrienden!’.

Over de grens was hij bij verre de beroemdste, de meest gerespecteerde priester van het land.

Hij vond navolging, een kring van bewonderaars en nijvere werkers –- maar alleen zijn naam kleefde de beweging aan. Zijn vriend en medestander, de in de jaren negentig ontslagen bisschop van Evreux Jacques Gaillot, was ook wel bekend maar Abbé Pierre was en bleef het symbool. De frêle, oude priester met alpinopetje, zijn scherpe blik, markante kop – hij leek met zijn Parkinson en slechte gezondheid tegelijk de laatste die het establishment kon deren.

Aan Abbé Pierre heeft het niet gelegen. Maar vijftig jaar na zijn eerste glorieuze optreden en de continue inzet sindsdien lijkt de nood aan voedselbanken, aan warme maaltijden, zorg voor de sans-papiers (mensen zonder papieren) en daklozen nog niet minder urgent.

Toen de Franse regering hem in 1992 weer eens een nog hogere onderscheiding wilde geven wees hij dat af: doe maar liever iets aan de ellende.

In dit verkiezingsjaar beloofde premier de Villepin nieuwe huizen voor de schrijnendste gevallen. Hoe vaak had de abbé dat al gehoord? Nog vorig jaar drong hij er bij het parlement op aan iets te doen aan de volkshuisvesting voor de laagste inkomens. Als parlementslid had hij zelf nota bene in 1950 een wet laten aannemen die huisbazen verbood huurders in de winter op straat te zetten.

Abbé Pierre was priester, al bijna 70 jaar. Hij was ingetreden bij de kapucijnen maar de tbc-patiënt was niet geschikt voor het harde leven van deze strenge variant van de school van Franciscus.

Hij heeft altijd te boek gestaan als een vroom man maar liep er niet mee te koop.

Ze hebben hem meer dan eens vergeleken met Moeder Teresa van Calcutta, die om haar werk voor de verworpenen der aarde zo veelvuldig gelauwerd is, onder meer met de Nobelprijs en door een overhaaste zaligverklaring.

Abbé Pierre stond jarenlang bovenaan de lijst van de meest bijzondere Franse persoonlijkheden, tot hij werd afgelost door de voetballer Zidane. De Nobelprijs ging hem voorbij, hoewel velen ervoor hebben geijverd.

Een zaligverklaring? Abbé Pierre heeft zich meer dan eens uitgesproken voor vrouwelijke priesters, vrijwillig celibaat, homoverbintenissen – dingen die je maar beter uit je hoofd moet laten op weg naar de eer der altaren.

In 1996, 84 jaar oud, moest Abbé Pierre zich ineens verdedigen tegen de wereldopinie, in de zaak-Garaudy.

Roger Garaudy, bijna even oud als Abbé Pierre, vriend, filosoof, een bont leven van successievelijk marxist, christen en moslim, had een boek geschreven waar, zeg maar, de woorden ’holocaust’ en ’mythe’ al te dicht bij elkaar stonden. Garaudy is de Palestijnse zaak toegedaan en beschouwt het zionisme als een Joodse ketterij.

Abbé Pierre bleef zijn oude vriend steunen. En tot zijn verbijstering werd uitgerekend hij die Joden in de oorlog met gevaar voor eigen leven had helpen vluchten nu met Garaudy als antisemiet en als ontkenner van de holocaust neergezet. De Liga tegen racisme en antisemitisme schrapte hem als erelid.

De zaak lijkt inmiddels overgewaaid. Vandaag putten ook de hoogst geplaatsten zich uit in bewondering en respect voor de kleine man van de défavorisés. President Chirac ’is er kapot van’ en eert de abbé als de man die de rechtvaardige strijd heeft gestreden.

Woede, zei Abbé Pierre eens, past eigenlijk niet bij mijn karakter. „Maar als ik zie wat er gebeurt, wat mensen kapot maakt, dan raak ik buiten mijzelf. Ze zijn onlosmakelijk: liefde en heilige woede.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden