Abbas speelt hoog spel

Abbas spreekt tijdens een ceremonie om het overlijden van Yasser Arafat, acht jaar geleden, te herdenken.Beeld EPA

Iets meer dan een jaar geleden stond de Palestijnse president Mahmoed Abbas voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ten overstaan van de vertegenwoordigers van over de hele wereld pleitte hij voor de erkenning van een autonome Palestijnse staat. Thuis op de Westelijke Jordaanoever was de stemming uitgelaten: duizenden mensen vierden feest in de straten van Ramallah, Palestijnen spraken van een mogelijke doorbraak.

Maar de vreugde was van korte duur. De VN-Veiligheidsraad stemde niet eens over het voorstel vanwege Amerikaanse druk, de Verenigde Staten bevroren tijdelijke hun financiële hulp aan de Palestijnen en in de vredesonderhandelingen met Israël kwam geen enkele beweging.

Toch bezoekt Abbas nog deze maand opnieuw het hoofdkwartier van de Verenigde Naties: de Palestijnse economie is er dusdanig slecht aan toe dat Abbas zich genoodzaakt voelt iets te forceren.

Tekort van 1 miljard euro
Een snelle blik in de Palestijnse overheidsfinanciën laat geen twijfel bestaan over de deplorabele economische toestand. Dit jaar komt de Palestijnse Autoriteit - de entiteit die regeert over de Westelijke Jordaan-oever - naar verwachting uit op een begrotingstekort van 1 miljard euro. En dat op een jaarbudget van nog geen 2,6 miljard euro. Het tekort wordt voor driekwart gevuld door buitenlandse giften, maar daarmee blijft de Palestijnse Autoriteit zitten met een gat van zo'n 280 miljoen euro. Een bedrag dat de eigen economie onmogelijk kan opleveren.

Zolang Israël de restricties handhaaft die het de Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever oplegt, is het opbouwen van een gezonde Palestijnse economie uitgesloten, zegt Jimmy Weinblatt, hoogleraar economie aan de Israëlische Ben Goerion Universiteit in Beer Sjeva. "Beperkingen op het gebied van import, export, transport van goederen en personen, het innen van belastingen: het blokkeert elke mogelijke ontwikkeling."

Aanwijzingen dat hier snel verandering in komt, zijn nauwelijks te vinden. Vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen hebben sinds de Oslo-akkoorden van 1993 weinig noemenswaardigs opgeleverd. Sinds 2010 zijn de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe en Palestijnse president Mahmoed Abbas zelfs niet meer met elkaar in gesprek.

Met zijn tweede poging bij de VN gooit Abbas het over een andere boeg. Een noodgreep waarmee hij de essentiële buitenlandse donaties op het spel zet. Het Palestijnse gebied moet in plaats van de huidige 'waarnemende entiteit', een 'waarnemende staat' worden. Dezelfde status als Vaticaanstad. Het verschil lijkt minimaal, maar de consequenties zijn groot. Als waarnemende staat kunnen de Palestijnen onder meer een beroep doen op het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat zou een nieuw wapen zijn in de strijd tegen de 45 jaar durende Israëlische bezetting en de talloze oorlogshandelingen in het gebied.

Steun bevriezen
Een onaanvaardbaar vooruitzicht voor Israëls sterkste bondgenoot, de Verenigde Staten. Maar een veto kan de Amerikaanse delegatie niet inzetten, omdat het besluit wordt genomen in de Algemene Vergadering waar de stem van elke lidstaat evenveel waard is. En dus vonden de VS een andere manier: begin deze maand lekte een memo uit naar de Britse krant The Guardian waaruit blijkt dat de Verenigde Staten hun financiële steun aan de Palestijnen wederom bevriezen als Abbas zijn plan doorzet. Een maatregel die de Palestijnse economie definitief kan laten ontploffen, want zelfs met de Amerikaanse steun dreigt de Palestijnse Autoriteit te bezwijken onder haar opgebouwde schuldenlast.

De rekeningen ter waarde van 280 miljoen euro die aan het eind van het jaar naar verwachting onbetaald zullen blijven, komen boven op al eerder opgebouwde schulden van honderden miljoenen en bankleningen van ongeveer een miljard euro. "Tot nu toe kon de overheid de schulden verdelen onder haar leveranciers", zegt Udo Kock, de geboren Amsterdammer die werkzaam is als hoofd van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de Palestijnse Gebieden. "Nu eens betaalden ze het ene bedrijf, dan weer het andere. Een vestzak-broekzakmethode, die je niet onbeperkt kunt volhouden."

Niet alleen bedrijven lijden eronder, ook ambtenaren moeten geregeld op hun geld wachten. "Mijn laatste loon ontving ik twee weken te laat en ook toen kreeg ik maar de helft", zegt de 27-jarige Aboed uit Nabloes, die bij het ministerie van gezondheid naar eigen zeggen 2000 sjekel (zo'n 400 euro) per maand verdient. "Mijn vrouw en ik hebben een dochtertje van zes maanden. Het liefst zouden we een grote familie hebben, maar met deze voortdurende onzekerheid kunnen we dat risico niet nemen."

Donoren
Een poging om de eigen bevolking voor de tekorten laten opdraaien, mislukte afgelopen zomer. De verhoging van benzineprijzen en belastingen veroorzaakten de laatste maanden hevige protesten. Woedende Palestijnen blokkeerden de wegen in de noordelijke stad Nabloes en honderden demonstranten gingen de straat op in Hebron en Ramallah. Om erger te voorkomen, beloofde de regering de maatregelen terug te draaien. En dus zal de rekening wederom terechtkomen bij de enige andere inkomstenbron: internationale donoren, met of zonder Amerika.

En dat terwijl het er drie jaar geleden nog naar uitzag dat de economie onder leiding van premier Salam Fajjad stevig zou worden hervormd. "De interessantste nieuwe kracht op het Arabische politieke toneel", jubelde stercolumnist Thomas Friedman destijds in The New York Times. Fajjads belangrijkste doel: de basis van een Palestijnse staat opbouwen, ondanks de Israëlische bezetting, om het daarna te verzilveren met een volwaardig staatslidmaatschap bij de VN.

Terugkijkend zegt hoogleraar economie Rijad Moesa aan de Bir Zeit Universiteit: "Van werkelijke economische hervormingen is tot nu toe geen sprake geweest, maar er is wel vooruitgang geboekt in het instellen van een neoliberaal programma." Dat neoliberale programma hield in dat Fajjad in twee jaar tijd de overheidsuitgaven openbaar maakte, het toezicht op de banksector verscherpte en organisaties ontwikkelde op het gebied van economie, veiligheid en recht. Tegelijkertijd deed een voorzichtige afname van internationale donaties vermoeden dat de Palestijnse Autoriteit steeds beter op eigen benen kon staan.

Het voorlopige hoogtepunt werd april vorig jaar bereikt toen het IMF de inspanningen beloonde met een rapport waarin stond dat de Palestijnse Autoriteit op economisch en financieel gebied klaar was een toekomstige Palestijnse staat te besturen. Enkele weken later trok de Wereldbank dezelfde conclusie. Met deze aanbevelingen op zak toog president Abbas naar het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

Daar stokte het plan. Abbas kreeg nul op rekest bij de VN, waardoor het plan van Fajjad niet verder kwam dan het leggen van een institutionele basis voor de economie.

Staken
Terwijl de Palestijnse Autoriteit de pijlen andermaal richt op giften uit het buitenland, lijkt de geest der protesten op de Westelijke Jordaanoever uit de fles. Niet alleen tegen de verhoogde brandstofprijs en accijnzen werd gedemonstreerd. Duizenden ambtenaren, buschauffeurs en docenten staakten de afgelopen maanden vanwege de lage (en vaak te laat uitgekeerde) lonen.

Alleen de ruim duizend buitenlandse non-gouvernementele organisaties (ngo's) en enkele - veelal in het buitenland wonende - rijke Palestijnen, staan garant voor de uitkering van een regelmatig inkomen. "Hierdoor heeft zich een nieuwe kleine middenklasse gevormd, maar ook die rust op haar beurt weer volledig op buitenlands geld", zegt econoom Riyad Moesa vanuit zijn woonhuis, omdat ook de universiteit in staking is. "Het toont eens te meer de totale afhankelijkheid van de economie aan. Voor een doorsnee Palestijns bedrijf is het hier bijna onbegonnen werk."

Dit geldt bijvoorbeeld voor de landbouw, traditioneel een Palestijns expertisegebied. "Ik zie steeds meer boeren om me heen van hun land vertrekken", zegt Fakher Barghoeti in zijn olijfboomgaard in de buurt van het dorp Kobar. "Met de hoge importbelastingen, problemen om spullen te vervoeren en de dure export, kost het vaak meer om het land te bewerken dan dat het ons oplevert. Het is hoog tijd dat er iets verandert."

Maar ondanks de urgente economische crisis rekenen zelfs de meest optimistische deskundigen er niet op dat Israël de bezettingspolitiek binnenkort radicaal omgooit. Zolang de internationale gemeenschap de tekorten die bij de Palestijnse Autoriteit ontstaan grotendeels opvangt, en de gemiddelde Israëlische burger weinig hinder ondervindt van de huidige status quo, ziet premier Netanjahoe geen aanleiding actie te ondernemen.

Met zijn tweede optreden bij de VN probeert Abbas eenzijdig een doorbraak te forceren. Of hij daarmee de beëindiging van de bezetting dichterbij brengt, is nog maar de vraag. Hij speelt in elk geval hoog spel, wetende dat de Palestijnse infuuseconomie op kapseizen staat.

Gaza staat er het slechtst voor
De economische situatie op de Westelijke Jordaanoever mag in een deplorabele toestand verkeren, in het andere Palestijnse gebied - de Gazastrook - staat het er nog slechter voor. Van de circa 1,7 miljoen inwoners van het gebied is meer dan een kwart werkloos. Zes op de tien Gazanen leven onder de armoedegrens, door de VN vastgesteld op een daginkomen onder de € 1,55.

Omdat de regering in Gaza uitsluitend bestaat uit leden van Hamas, een terroristische organisatie volgens de EU en de VS, is de financiële hulp van westerse donorlanden gering. Ook Nederland stimuleert alleen projecten op kleine schaal en buiten de Hamas-regering. Zo wordt een aantal individuele boeren met Nederlands geld gesteund om anjers, aardbeien en sinds vorige maand ook basilicum op de internationale markt te brengen.

In plaats van de steun uit het Westen, onderhield Hamas de laatste jaren warme contacten met Iran en het Syrië van president Basjar al-Assad. Nu Iran getroffen wordt door een hevige economische crisis als gevolg van de westerse economische boycot en Hamas zich afwendde van Assad na het uitbreken van de burgeroorlog in Syrië, is de partij op zoek naar nieuwe bondgenoten. En met succes: eind oktober ontving de Hamas-regering voor het eerst een staatshoofd in de Gazastrook. Met veel bombarie werd de Emir van Katar verwelkomd, hij zegde 400 miljoen dollar (zo'n 300 miljoen euro) toe voor het bouwen van onder meer ziekenhuizen, huizen en wegen.

Werken op de Westelijke Jordaanoever of in Israël
Vanwege het tekort aan banen op de Westelijke Jordaanoever, zoeken veel Palestijnen hun heil elders. Het Palestijnse Centraal Bureau voor Statistiek berekende dat een op de tien Palestijnen voor het land werkt dat de Jordaanoever sinds 1967 bezet: Israël. Zowel in joodse nederzettingen, zoals op de bananen- en dadelplantages in de Jordaan-vallei, als binnen de internationaal erkende grenzen van Israël zijn Palestijnse arbeiders actief.

"Tot de Tweede Intifada was het alleen moeilijk om een werkgever te vinden die ons in Israël wilde aannemen", zegt de 33-jarige Nasja'at Masad uit Jenin, een pezige man met een gebruind gezicht en gekerfde handen. "Nu Israël de afscheidingsmuur heeft gebouwd, is het ook al een hele klus om er te komen."

Masad werkte illegaal als bouwvakker en in de restaurantkeukens. "'s Nachts klommen we met tientallen tegelijk de muur over. Er zijn mensen die de smokkel verzorgen: zij regelen vervoer, ladders of touwen en ook een busje aan de andere kant van de muur." Maar omdat Masad twee keer in Israël zonder papieren is opgepakt, wil hij het risico nu niet meer lopen. "De volgende keer dat ze me betrappen, moet ik drie jaar de cel in. Dat heb ik er niet voor over, ook al verdiende ik daar vier keer zoveel."

En dus moet Masad nu op zoek naar werk op de Westelijke Jordaanoever. "Zonder diploma is het bijna onmogelijk om hier een baantje te vinden. Gelukkig werkt mijn vrouw voor de gemeente, daardoor redden we het net samen, maar een familie stichten zit er niet. Ik zou mijn zoon dit leven niet willen aandoen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden