Review

Ab Baars Trio overtuigend op de indiaanse toer

De componisten Ferrucio Busoni, Harry Partch en Charles Ives hebben met elkaar gemeen dat ze zich alledrie op een bepaald moment in hun carrière lieten inspireren door de muziek van indianen in Noord-Amerika. Ook in de jazzmuziek gebeurde dat. Ray Noble's jazzcompositie 'Cherokee' is daarvan een bekend voorbeeld.

Het pittige mummer 'Cherokee' werd zondag in Kunsthuis 13 in Velp gespeeld op het openingsconcert van de tournee 'Ab Baars Trio en de Noord-Amerikaanse indianen'. Daarnaast klonk ook Ives' trieste, in weemoed gedrenkte, lied 'The indians' en het stuk 'Indiaan I' van Guus Janssen. Maar bovenal werden er bewerkingen gespeeld die de Amsterdamse rietblazer Ab Baars voor zijn trio maakte van oorspronkelijke liederen van diverse indianenstammen uit Canada en de Verenigde Staten.

,,De muziek van de indianen bestaat uit kernachtige melodieën die geheimzinnig monotoon zijn en een intrigerende ritmiek hebben'', schrijft Baars in het programma. Die kwaliteiten heeft hij wonderlijk knap weten te vertalen naar het jazzidioom van zijn trio. De indiaanse inspiratiebronnen lagen er meestal niet te dik op, al was het zeker wel zo dat die basis het muzikale resultaat in belangrijke mate beïnvloedde. Het Ab Baars Trio heeft altijd al uitgemunt in subtiele improvisatiemuziek, maar zo geraffineerd en fijnzinnig als in dit concertprogramma heb ik ze niet eerder gehoord.

De meeste stukken waren kort en bondig. De melodie werd gespeeld, kort omspeeld en weer opgepakt, waarbij de solo's niet alleen organisch tussen de drie musici werden verdeeld, maar ook dusdanig verfijnd werden ingepast, dat ze de kern van de composities versterkten.

Slagwerker Martin van Duynhoven speelde een enkele keer zelfs met zijn handen, contrabassist Wilbert de Joode plukte aan zijn snaren en beklopte het hout van zijn instrument. In het solostuk 'Wolfsong' benaderde hij al strijkend het nachtelijk gehuil van een wolf. Indrukwekkend! Ab Baars wisselde tussen zijn tenorsaxofoon en klarinetten. Op de laatste etaleerde hij een fraaie, ronde toon, op de saxofoon deed hij dat met een zacht aangeblazen toon, sfeervol omgeven door valse lucht.

In dit programma liet Baars zich opnieuw kennen als een meester in het toegankelijk maken van in wezen weinig toegankelijke muziek. Grillige melodielijnen krijgen iets ontspannends, en in wezen complexe delen klinken plotseling meeslepend. Het zijn kwaliteiten die ook in de indianenmuziek zijn terug te vinden, maar die niettemin vooral eigen zijn aan Baars' bijzondere muzikale persoonlijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden