Aardse sterren in de melkweg van Watou/'De dood heeft mij een aanzoek gedaan'

WATOU - STOP! Het verkeersbord vermaant de aanstormende bezoekers van het piepkleine Westhoekse dorpje Watou halt te houden. De waarschuwing telt tijdens de 'poëziezomers' in het plaatsje dubbel. Een paar centimeter achter het stopbord heeft Panamarenko, pseudoniem van de Belgische kunstenaar die leeft in de droomwereld van PanAmerican Airline & Co, zijn gigantisch stempel op de muur gedrukt. Een bloedrode afdruk van een cactus, waarvan Panamarenko gelooft dat het magisch sap bevat dat wordt gedronken door ruimtewezens, die daarvoor speciaal naar de aarde zijn afgedaald.

Stop! Er is hier een gekte van hemellichamen gaande. Dat krijgt iedereen in feite ingeprent, die het pleintje voor kerk, kerkhof en restaurantje oprijdt. Een onvoorstelbare schok, na de eenzame rit door het zacht glooiiende landschap, waar alleen de zwaluwen op de telegraafpalen van zich laten horen. Ten zuid-westen van Kortrijk, in het uiterste puntje van het Nederlandse taalgebied, waar de Franse cultuur over de grenzen sijpelt, verdedigen Nederlandse en Vlaamse dichters elke zomer in Watou hun taal.

Het plein voor de kerk heet dan ook Hugo Clausplein en is het beste te bereiken via de Rutger Koplandstraat. Net om de hoek, op de drempel van de Nederlanse poëzie, woont Gwy Mandelinck, die 'Watou' 17 jaar geleden voor het eerst organiseerde. Hij nodigde dichters en beeldend kunstenaars uit en liet hun werk op elkaar reageren. “Plots waren er 15 000 mensen,” herinnert Mandelinck zich, schijnbaar nog steeds verbaasd.

Dit jaar is - “zoals elk jaar,” merkt Mandelinck fijntjes op - de formule weer een tikje gewijzigd. Kunstenaars en dichters zijn niet in tweetallen in verschillende chambres in Watou verspreid. Het werk is nu zeer sober gegroepeerd 'Omtrent Panamarenko', zoals de titel van het festival officieel luidt. Een huis voor Panamarenko, een film over zijn werk in een oud bakstenen huisje, en een grote schuur voor de poëzie. Dat is al.

“De poëtische kracht van Panamarenko is zo groot, dat ik hem met niemand in één ruimte zou durven samenzetten,” legt Mandelinck uit. “Dat zou leiden tot overbelasting. Ik heb gekozen voor een pure, gecomprimeerde vorm.” Toch is er, op de eerste de beste plek, sprake van confrontatie. Op het naar hem genoemde plein bombardeert de fluweel-rauwe stem van Hugo Claus zachtjes een gigantisch billboard van Panamarenko.

In een flits wordt duidelijk dat door Watou ook een andere grens loopt. De ultieme grens, die van de dood. Claus stem klinkt op uit een van de graven op het kerkhof. Zijn woorden komen uit het dodenrijk en waaien langzaam naar het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. “'s Winters komen hier de graven van '14 - '18 bloot,” zegt Mandelinck. “Als wij een stap zetten horen wij de aarde kreunen.”

Toch heeft Claus' dodelijke woordkeuze direct betrekking op Panamarenko's 'vliegende sigaar' van 17 bij 6 meter, een gigantisch ruimteschip dat zweeft boven de ironisch-kitscherig gefotografeerde Belgische kust. “Dat de verwarring in de andere / en van de andere blust / als die zich naar de sterren strekt,” schrijft Claus het ongeziene onderschrift erbij.

Achter Panamarenko's billboard verschuilen zich twee sneeuwwitte kleine ruimten. In de ene is een futuristisch vliegtuigje opgesloten. De punten van de vleugels, die samen een 'V' vormen, raken haast de muren. Op de glanzende platen geven twintig mini-propellertjes kracht aan de gevleugelde verbeelding. Het apparaat komt uit het museum van Gent en was de eerste aankoop van directeur Jan Hoet, met wie Mandelinck Watou volgend jaar samen gaat vormgeven. Dat het ding nog nooit het luchtruim heeft gekozen, is in een oogopslag te zien. Ondanks jarenlange inspanning zegt Panamarenko zelf, in de documentaire in het verderop gelegen filmhuisje: “Ik ben er nog niet in geslaagd te vliegen.” Vallen deed de moderne Icarus wel in zijn eigengereide machines. Misschien dat hij daarom, vlak voor de vernissage, Watou heel even aandeed per helikopter.

In de andere kamer ligt het absolute topstuk. Op een tafel van paars gekleurd Afrikaans hout, waarin opnieuw het teken van de cactus is uitgesneden, ligt het grote dikke boek 'Op reis naar de sterren', dat Panamarenko speciaal voor Watou maakte. Oplage: één. Een van de rondleiders pakt het enorme boek met witte handschoenen aan en toont het binnenwerk van Panamarenko's poëtisch universum. Het bevat de berekeningen van de kunstenaar - zijn wiskundige formules vindt Mantelinck bijna haiku's - en de verbeeldingen van zijn jongensdroom: te kunnen vliegen.

In twaalf bas-reliës, met speciale techieken diepgerukte vellen, is de 'homo velox', de vliegende mens, te zien. In zachte kleuren zweeft Panamarenko over de pagina's in een vliegende schotel, vliegfiets, zeppelin, een cilinder om van de ene naar de andere bergtop te vliegen en op de 'knikkebeen', een apparaat op twee hoge stelten. Pas dit voorjaar werd de knikkeeen gefotografeerd tussen de boterbloemen, de aardse sterren in de melkweg van van Watou. Als de witte handschoenen het boek dichtslaan, wijzen ze nog even naar de hoek van de even witte kamer. Daar staat een speciale koffer voor het boek al klaar om te vertrekken naar New York, Milaan en Tokio.

Zo ver hoeven de bezoekers niet te reizen voor hun volgende Panamerenko. Die zijn te zien in een grote schuur, een kilometertje verderop. Via de Lucebertstraat en de Herman de Coninckdreef, waarvan de gaten in het pad zijn gevuld met vers grind, is die te bereiken. De stem van de onlangs overleden Herman de Coninck begeleidt je een tikje luguber door het hoge gras:

“De dood heeft mij een aanzoek gedaan / Ik werd wit van het blozen.”

Bij het binnentreden van de schuur wordt duidelijk hoezeer de beelden van Panamarenko de blik zijn gaan bepalen. Hij stuurt de tocht langs de gevleugelde woorden in de achttien opgespannen gedichten van Luuk Gruwez, Benno Barnard en Willem van Toorn, bij wie de vlucht van een kraai bij Siena fladderend in de lucht wordt getekend: “een verkreukelde zwarte lap / boven het koperen landschap. / werkt zich rot, denk je van onder af, / met die averechtse vleugels.”

De debutant Peter Theunynck heeft zelfs een hele bundel aan de beeldend kunstenaar gewijd. In een van zijn 'berichten uit de Panamerican Airline & Co' vraagt Theunynck zich af of de mensen het vliegen verleerd hebben ,wegens te weinig dons / op onze armen te veel ijzer.''

Zijn wij het vliegen verleerd? Het antwoord is: nee. In Watou kan iedereen vliegen die lezen en kijken kan. Zelfs Panamarenko's houten geraamte van een kip, vlak bij op de hoek van een schuur, die zonder vel en veren geen illusie meer lijkt te kunnen dragen, kan in de hoofden van de bezoekers gemakkelijk opstijgen. Daar gaat hij, alle stoptekens negerend, wiekend boven de golvende horizon van Watou.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden