Aanval op een klein groen hart

Eendrachtig verzetten natuurbeschermers en boeren zich in Midden-Delfland tegen de Blankenburgtunnel. Het asfalt kan de doodsteek betekenen voor dit miniatuur groene hart.

Midden-Delfland, de groene long tussen Den Haag, Delft en Rotterdam, kon ruim dertig jaar rustig ademen. In 1970 wees de overheid dit laatste nog open weidegebied in de zuidwestelijke Randstad aan als groene bufferzone tussen de uitdijende steden en de glastuinbouw van het Westland. Dankzij die beschermde status bleven de 6600 hectare groen gevrijwaard van kassen, snelwegen en grootschalige bebouwing. Landbouw, recreatie en natuur maakten er de dienst uit.

In 2011 maakte de overheid een einde aan dit bufferbeleid. De jarenlange bescherming was nauwelijks afgeschaft of de eerste inbreuk op het landschap van Midden-Delfland was een feit: het doortrekken van de A4 tussen Delft en Rotterdam. Het tracé stond al dertig jaar op de kaart en het ontsierende 'zandlichaam' voor de snelweg lag al even lang klaar. Nu rijden er vrachtwagens van wegenbouwers, als voorbode van de drukte die er komen gaat. Met de hoogspanningsmasten die worden aangelegd, biedt dit stukje van het Midden-Delflandse polderlandschap nu een troosteloze aanblik.

Terwijl de A4 nog volop in aanbouw is, staat de volgende aanval op het gebied al op de agenda: uit haar uitlatingen bij de presentatie van de begroting door het kabinet in september, bleek nog eens dat verkeersminister Schultz van Haegen vastbesloten is de Blankenburgtunnel aan te leggen. Een zesbaans snelweg moet, via deze nieuwe tunnel, de A15 bij Rozenburg, op de zuidoever van de Nieuwe Waterweg, gaan verbinden met de A20 bij Vlaardingen. Van de 2,5 kilometer snelweg tot de A20 wordt slechts 600 meter overkapt.

Baardmannetjes
Natuurmonumenten, de Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en Midden-Delfland Vereniging verzetten zich met hand en tand tegen de, vanwege 'afnemende verkeersdruk' op de snelwegen, in hun ogen 'volstrekt overbodige' Blankenburgtunnel. Bovendien zal die brede snelweg kostbare stukken natuur afsnoepen van het toch al schaarse groen in de dichtbevolkte Randstad. Van de Rietputten, een moerasgebied met onder andere roerdompen en baardmannetjes, gaat een grote hoek af. En het knooppunt met de A20 komt in de Aalkeetbuitenpolder te liggen, een belangrijk weidevogelgebied met middeleeuwse slagenverkaveling.

Maar het kan nog erger worden, vrezen de organisaties. Want, als eenmaal de Blankenburgtunnel is aangelegd, kun je volgens hen op je vingers natellen dat de A20, letterlijk dwars door de polders, met het nieuwe tracé van de A4 wordt verbonden. De dreigende aanleg van deze A24 zou de 'doodsklap' betekenen voor het gebied, voorspelt Dirk Kunst, beheerder van Natuurmonumenten in Midden-Delfland. "Tegen die tijd worden we terroristen", zegt hij gekscherend, maar met een serieuze ondertoon. "Daarom zitten wij zo zwaar in het verzet tegen de Blankenburgtunnel. Als die er ligt, komt die aansluiting er geheid."

Govert van Oord, bewoner en kenner van het gebied sinds hij in de jaren zeventig in Delft ging studeren, is het roerend met hem eens, evenals Marja van Bijsterveldt. Als oud-burgemeester van Schipluiden kent de CDA-politica het gebied op haar duimpje. Sinds april 2013 is ze voorzitter van de Midden-Delfland Vereniging. In deze sterke streekvereniging, opgericht in de jaren zeventig, toen Midden-Delfland een groene bufferzone werd, trekken 'boeren, burgers en buitenlui' gezamenlijk op om het gebied open, groen en aantrekkelijk te houden. Dankzij hun jarenlange samenwerking slagen zij er wonderwel in de ogenschijnlijk tegenstrijdige belangen van agrariërs, recreanten en natuurbeschermers met elkaar te verbinden. Er is ook sprake, vertelt Kunst, van samenwerking tussen Natuurmonumenten en boeren- en tuindersorganisatie LTO. "We zoeken samen naar nieuwe geldstromen. Het gaat niet alleen om die paar snippers natuur die we hier beheren. Het geheel moet stevig blijven, anders verlies je het uiteindelijk toch."

Met haar streekvereniging pleit Van Bijsterveldt ervoor, van Midden-Delfland een 'metropolitaan park' te maken, met allerlei recreatieve arrangementen, waardevolle natuurgebieden, koeien in de wei, en een keur aan streekproducten, waarvoor de bewoners van de omringende steden graag de polder in komen. "Het is belangrijk dat stedelingen zich verbonden voelen met het gebied. Dat ook zij hun vinger opsteken en zeggen: 'hé wacht eens even, dit is wel onze stadstuin, die willen we niet kwijt'. De stad moet zich nog meer verantwoordelijk gaan voelen voor dit gebied. Gebeurt dat niet, dan is Midden-Delfland overgeleverd aan de volgende prioriteit van de overheid waartegen zo'n kwetsbaar gebied het snel aflegt."

Een klein groen hart als Midden-Delfland, in het meest verstedelijkte gebied van Nederland, hoort eigenlijk in een metropoolaanpak geborgd te zijn, vindt Van Bijsterveldt. "De Metropoolregio Rotterdam-Den Haag heeft als doelstelling de economische concurrentiepositie en het vestigingsklimaat van het gebied te verbeteren. Maar daarbij moet het wel een regio blijven waar mensen willen wonen en waar voldoende ruimte is voor buitenrecreatie en natuurbeleving. Midden-Delfland heeft aan de stadsregio nog geen toestemming gegeven voor de Metropoolregio, onder het motto dat er meer groen in moet."

Groene parel
Ondanks de sombere toekomstscenario's praten Van Bijsterveldt, Kunst en Van Oord liever niet over bedreigingen maar juist over de vele mogelijkheden van dit miniatuur Groene Hart in de Randstad. Behalve dat het er groen is, lijkt Midden-Delfland met zijn eindeloze weilanden, grazende koeien, vaarten en slootjes op het eerste oog niet erg bijzonder. Toch is er genoeg interessante natuur te vinden en zit het gebied vol cultuurhistorische schatten. Je moet alleen een beetje je best doen om ze te ontdekken. Op de fiets door het gebied met Dirk Kunst en Govert van Oord lukt dat wel.

Kunst zet koers naar de Vlietlanden, een echte 'groene parel'. Deze boezemlanden zijn in de Middeleeuwen niet ontwaterd. De bodem is schraal en nat. Het bloeiseizoen is nu voorbij, maar in het voorjaar is het hier een bloemenzee. Een ander fraai natuurgebied is de Ackerdijkse Plassen, met rietland, bosjes, plassen en grasland een belangrijk moeras- en weidevogelgebied. Cultuurhistorisch zijn deze plassen ook interessant: vroeger werd hier turf en klei gewonnen voor het traditionele Delfts aardewerk. En dan de twee eendenkooien. Eendenkooi Aalkeet Buiten is open voor publiek maar wordt niet meer gebruikt. Die bij Schipluiden is nog fulltime in functie en daarom juist niet vrij toegankelijk. Dirk Kunst geeft voor de gelegenheid een rondleiding: de kooiker is met zijn hondje aan het werk bij de vangarmen rond de eendenplas.

De grootste verborgen schat van het gebied, die eeuwenlang verstopt lag in de grond, is de bewoningsgeschiedenis van Midden-Delfland. Tot eind vorige eeuw was de gedachte dat de geschiedenis van Midden-Delfland pas begon in de Middeleeuwen, vanaf 1000 na Christus, toen in opdracht van de graven van Holland het huidige polderland werd aangelegd, met langgerekte sloten en smalle kavels landbouwgrond. "Voor die tijd", vertelt Govert van Oord, "was het hier een grote Biesbosch-achtige gribus van modder, meenden historici."

Romeinse voorraadschuur
Recente vondsten zetten dat beeld op zijn kop. Toen archeologe Heleen van Londen in de jaren negentig ging graven in de polders tussen Den Haag, Rotterdam en Delft, ontdekte zij sporen van Romeinse landinrichting uit de tweede en derde eeuw na Christus. De systematische verkaveling van de klei en veengronden waarop men hier destijds woonde en landbouwgewassen verbouwde, laat volgens Van Londen een maatvoering zien die gebruikelijk is voor Romeinse landmeting. "Dat betekent", zegt Van Oord geestdriftig, "dat de geschiedenis van de ontginningen in Midden-Delfland begint in de Romeinse tijd en niet in de Middeleeuwen. Bovendien maakt deze ontdekking het aannemelijk dat de bewoners van Midden-Delfland destijds voedsel verbouwden voor Forum Hadriani (Voorburg), de noordelijkst gelegen Romeinse stad op het Europese vasteland. Midden-Delfland was de ideale voorraadschuur voor de troepen en paarden die het Romeinse rijk vanuit Forum Hadriani beschermden."

Het onderzoek naar de Romeinse geschiedenis van Midden-Delfland gaat door. De recentste vondst uit deze periode is een cultusplaats van de Kaninefaten, de West-Germaanse stam in Romeins Midden-Delfland, uit 100 na Christus. Van Oord: "Afgelopen jaar is een goed bewaard gebleven boerderij ontdekt uit de ijzertijd, de periode van 800 voor Christus tot de Romeinen, en tien jaar geleden in de Harnaschpolder zelfs een nederzetting uit de steentijd. Uit die laatste vondst kunnen we afleiden dat hier 3600 jaar voor Christus de landbouw in Nederland al begonnen is."

Daarmee zijn we terug in deze tijd. Midden-Delfland is nog steeds onmisbaar achterland voor de stedeling. Om er te recreëren, te snuiven aan de rijke cultuurhistorie en te genieten van rust, ruimte en natuur. Maar ook als voorraadschuur voor de stad, net als in de Romeinse tijd. De huidige trend dat mensen weer willen weten waar hun voedsel vandaan komt en graag verse producten kopen uit de eigen streek, kan die historische functie deels in ere herstellen, denkt Van Oord. Samen met andere nieuwe bedrijvigheid bij de boerderijen, zoals agrarisch natuurbeheer, bed&breakfast, zorgboerderij of biologische teelt, kan voedselproductie de regio Midden-Delfland, met het oog op de toekomst, economisch versterken. En beschermen, hopen de bewoners, tegen verdere aantastingen van het open landschap.

Op de fiets door Delfland
Zelf de natuur en historische schatten

van Midden-Delfland ontdekken?

Download de gratis route-app van

Natuurmonumenten en kies voor

fietsroute Midden-Delfland. Met

audiofragmenten bij de bezienswaardigheden

onderweg.

Lengte van de fietstocht: 57 km.

Begin- en eindpunt: NS-station Delft

(fietsverhuur aanwezig).

Cittaslow
Midden-Delfland is in 2014 gastheer voor de internationale jaarvergadering van Cittaslow-gemeenten. Ze ontvangt dan vertegenwoordigers van 180 gemeenten uit 27 landen. Cittaslow is een netwerk van gemeenten die zich positief onderscheiden op het gebied van leefomgeving, landschap, milieu, streekproducten, gastvrijheid, cultuurhistorie en behoud van identiteit. Midden-Delfland kreeg in 2008 als eerste Nederlandse gemeente het van oorsprong Italiaanse keurmerk Cittaslow. Na Midden-Delfland hebben ook de gemeenten Alphen-Chaam, Borger-Odoorn, Vaals en Heerde zich aangesloten bij het Cittaslow-netwerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden