Aantal zwakke scholen in het noorden daalt fors

Kinderen van een basisschool Beeld ANP
Kinderen van een basisschoolBeeld ANP

De extra inspanningen van noordelijke basisscholen en onderwijsinspectie hebben hun vruchten afgeworpen: het aantal zwakke en zeer zwakke scholen in het noorden van het land is in vijf jaar tijd gedaald van 17 procent naar 4 procent. Het landelijk gemiddelde ligt op 3 procent.

Dat zwakke scholen overwegend in achterstandswijken van grote steden staan, is een misverstand, zo bleek al in 2009 uit cijfers van de inspectie. In Groningen, Friesland en Drenthe stonden toen bijna twee keer zoveel zwakke en zeer zwakke scholen vergeleken met de rest van het land. De kwaliteit van de leerlingenzorg liet er tevens vaker te wensen over en de manier waarop er les werd gegeven, was niet goed genoeg.

De zwakke noordelijke basisscholen kwamen onder verscherpt toezicht te staan. Maar ze kregen ook extra financiële steun van het ministerie van onderwijs en van de provincies. Daarnaast konden ze met hulp van de PO-raad (de vereniging van besturen van basisscholen) hun leerkrachten bijscholen en de zorg aan leerlingen met problemen verbeteren.

Op veel plaatsen heeft dat succes gehad, concludeert de onderwijsinspectie in een rapport dat eind vorige week werd gepresenteerd. Basisscholen in Groningen, Friesland en Drenthe zijn veel professioneler geworden. Ze houden de prestaties van hun leerlingen beter in de gaten en werken planmatiger.

Daardoor is de kwaliteit van het onderwijs sterk verbeterd. Hun leerlingen in groep 4 blijken op rekenen en taal nu zelfs hoger te scoren dan het landelijk gemiddelde. Vier jaar geleden was nog sprake van een achterstand. De Citotoetsscores liggen nog wel iets onder het landelijk gemiddelde.

Basisscholen in Drenthe zijn het meest vooruitgegaan. Waar landelijk gezien 3,6 procent van de scholen niet goed genoeg presteert, gaat het in Drenthe om maar 2,7 procent. Vijf jaar geleden was dat nog 19 procent. In Friesland daalde het aantal zwakke scholen van 20 naar 4,2 procent en in Groningen van 13 naar 4,8 procent.

De noordelijke scholen lopen nog wel achter op de rest van het land als het gaat om het afstemmen van onderwijs op verschillen tussen leerlingen, constateert de inspectie. Met name de Friese en Groningse leraren zijn hier nog minder bedreven in. De inspectie merkt verder op dat schoolbesturen met twee of meer scholen onder zich hun zaken over het algemeen beter op orde hebben dan eenpitters.

Het interne toezicht is daarentegen bij veel noordelijke schoolbesturen, ongeacht hun grootte, niet goed geregeld. Toezichthouders zijn niet kritisch genoeg en denken te veel mee met bestuurders. Hetzelfde geldt volgens de inspectie voor de bestuurders zelf, die lang niet altijd ingrijpen als een schoolleider er een potje van maakt.

De inspectie waarschuwt verder dat noordelijke schoolbesturen meer moeten anticiperen op krimp. Dat doen ze nu slechts 'schoorvoetend'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden