Aantal pijnlijke dierproeven neemt toe

AMSTERDAM - Het aantal proeven met dieren in Nederland is vorig jaar met bijna 10000 toegenomen tot ruim 700000. De toename is vooral het gevolg van meer experimenten met genetisch versleutelde muizen.

Dat blijkt uit het jaarverslag van de Keuringsdienst van Waren, het orgaan dat de regels voor het gebruik van proefdieren controleert. Het aantal proefdieren was sinds 1978 sterk gedaald en schommelt de laatste vijf jaar rond de 700000. Laboratoria besteden veel energie aan het verminderen en vervangen van proeven waarbij dieren moeten worden gebruikt. Ook proberen ze het ongerief van dieren te beperken. Een Dierexperimentcommissie (DEC) controleert hen.

Toch komt bij dierproeven nog steeds veel leed voor. In 2002 werden bij 380 konijnen irriterende stoffen in de ogen gesmeerd. Bij 348 dieren werden botbreuken veroorzaakt. En onder meer 922 konijnen, 250 honden, 91 paarden, 694 varkens en 30 katten kregen bij een experiment geen pijnbestrijding toegediend, omdat dat onverenigbaar was met de proef. ,,Bij onderzoek naar bijvoorbeeld botbreuken kan een pijnstiller het helen van de breuk in de weg staan'', zegt H. Blom, voorzitter van de Vereniging voor Dierproeven.

Zo'n 13 procent van alle gebruikte dieren ondervond 'ernstig' tot 'zeer ernstig ongerief'. De meeste van die dieren waren muizen. Maar ook apen ondervonden leed. 'Zeer ernstig ongerief' kwam vorig jaar alleen voor bij 1300 muizen, 290 ratten en 14 honden.

Vooral onderzoek naar kanker heeft geleid tot zeer ernstig ongerief. Of de pijn van dieren altijd in de juiste categorie wordt gemeld, is overigens niet duidelijk. De dierenexperiment-commissies constateren dat het ongerief van een dier bij dezelfde proef op verschillende plaatsen anders wordt geregistreerd.

Bijna 200000 dieren werden al gedood voordat de proef was begonnen. Zo vonden 101236 genetisch gemodificeerde muizen de dood omdat ze niet het juiste genenpakket bezaten. Daar zal de inspectie volgend jaar extra aandacht aan besteden.

Na de experimenten zijn bijna alle dieren gedood. Slechts 8,2 procent van de proefdieren is in leven gelaten.

Ruim de helft van de dierproeven wordt verricht voor wetenschappelijk onderzoek (52 procent). Een derde van de proeven is bedoeld voor de ontwikkeling, productie, controle of ijking van geneesmiddelen of vaccins. Van de dierproeven werd 6,8 procent verricht om de mogelijke schadelijkheid van stoffen (vooral uit de industrie) te onderzoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden