Opinie

Aansprakelijkheid voor Srebrenica blijft vaag

Metro bericht op de allereerste dag van verschijnen, 21 juni 1999, over de concentratiekampen in Kosovo.Beeld anp

LENNEKE SPRIK   De juridische aansprakelijkheid van Nederland voor de dood van 300 moslimmannen in Srebrenica is ook in de jongste uitspraak beperkt, stelt juriste Lenneke Sprik.

De Nederlandse staat is volgens de rechtbank Den Haag verantwoordelijk voor de deportatie van 300 moslimmannen die op de Nederlandse compound in Potocari verbleven. Met deze genuanceerde uitspraak lijkt de rechtbank geen expliciet oordeel te willen vellen over de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat. Hoewel de uitspraak in de publieke opinie wordt betiteld als erkenning van de Nederlandse verantwoordelijkheid, is de juridische aansprakelijkheid die hierin wordt erkend nog altijd beperkt.

De Nederlandse betrokkenheid bij de evacuatie van de moslimmannen werd door het Gerechtshof in Den Haag in juli 2011 beoordeeld als zijnde verwijtbaar gedrag dat leidde tot staatsverantwoordelijkheid voor de dood van drie specifieke slachtoffers. Dit oordeel was gebaseerd op de effectieve controle die de staat had over de evacuatie en het aantoonbare oorzakelijk verband tussen het wegsturen van de mannen en de daaropvolgende dood.

Juridische onduidelijkheid
Daarbij werd ook bevestigd dat Nederland - en de Dutchbatleiding - had kunnen weten welk lot de mannen te wachten stond. Hoewel de rechtbank deze week dezelfde argumentatie hanteerde, blijft in dit vonnis de verantwoordelijkheid beperkt tot de deportatie van de latere slachtoffers en niet tot de daaropvolgende dood. Dit terwijl de argumentatie van het Hof in 2011 ook van toepassing zou kunnen zijn op de grotere groep mannen die op de compound verbleef.

Het feit dat de rechtbank en het gerechtshof dezelfde redenatie hanteren, maar hieraan verschillende conclusies verbinden leidt tot juridische onduidelijkheid in deze staatsaansprakelijkheidskwestie. Dit terwijl de gebeurtenissen in Srebrenica al jarenlang vragen om juridische duiding. Niet alleen de betrokken militairen, politici en de nabestaanden van de slachtoffers hebben recht op duidelijkheid, ook de ontwikkeling van het recht op zichzelf is niet gebaat bij rechtsonzekerheid.

Natuurlijk is het terecht te stellen dat de rechtsprekende macht voor een moeilijke taak staat. Niet eerder leidde een militaire missie in Nederland tot zoveel discussie, mede omdat in de tragische omstandigheden bijna geen sprake kan zijn van 'schuld' anders dan aan het adres van de Bosnische Serviërs die actief betrokken waren bij de genocide. Niet alleen de nabestaanden van de slachtoffers dragen een zware last met zich mee, ook de betrokken militairen en politici zijn soms getraumatiseerd en vervuld van een gevoel van machteloosheid.

Passend antwoord
Geen enkele rechter zal met overtuiging beargumenteren dat aan een van deze partijen een bepaalde vorm van schuld moet worden toegerekend. Het is wel een feit dat mensen in deze tijd hun heil zoeken in juridische procedures als andere wegen niet tot rechtvaardiging of acceptatie van traumatische gebeurtenissen hebben geleid. Dat feit zal de rechter moeten erkennen.

Daar zal ook een passend antwoord op moeten komen. Of sterker nog, de rechter heeft hierin een belangrijke rol: de toepassing van internationaal recht in de nationale rechtsorde is tamelijk schaars, met name op het gebied van staatsaansprakelijkheid, en zal door de uitspraken in de Srebrenica-zaken meer vorm krijgen. Hiervoor is het echter wel van belang dat een duidelijke lijn wordt gekozen.

Hoewel het internationaal recht en de procedures rondom de uitvoering van vredesmissies ingrijpend zijn veranderd na de missies in Rwanda en Srebrenica, kent de toepassing van staatsaansprakelijkheid op vredesmissies nog niet veel precedent. Dit betekent dat Nederland ook ten aanzien van andere landen als een belangrijk voorbeeld zal gelden.

Daarnaast moet Nederland laten zien dat het met verve zijn rol als baken van het internationaal recht op zich neemt. Het gaat dan niet om het specifiek benoemen van een aansprakelijke actor, maar wel om een duidelijke uiteenzetting van individuele en staatsverantwoordelijkheden, en de criteria die in zo'n beoordeling worden toegepast. Dit voorkomt niet alleen het herhaaldelijk openhalen van 'oude wonden', maar draagt ook bij aan eenduidig beleid over toekomstige vredesmissies waarin de bescherming van burgers voorop staat.

Lenneke Sprik: promovenda aan de Universiteit van Glasgow; specialiseert zich in de toepassing van het militair recht en internationaal strafrecht in vredesmissies

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden