Aanslagen op de Moskouse metro

Explosies in het hart van Moskou lijken een typisch verschijnsel van na de Koude Oorlog. Maar schijn bedriegt.

De rook was maandag nog niet opgetrokken of de wereld wist al van de Moskouse metroaanslagen. Drieëndertig jaar geleden ging dat anders: het sovjetpersbureau Tass meldde op 10 januari 1977 dat zich twee dagen eerder explosies hadden voorgedaan in de hoofdstad en dat de gewonden medische assistentie hadden gekregen.

Een bom was op een koude en grijze zaterdagmiddag om half zes afgegaan tussen de metrostations Izmailovskaja en Pervomajskaja. De andere twee deden een half uurtje later hun verwoestende werk in kruidenierszaken. Een ervan raakte Moskou en het communistische systeem in het hart. De betreffende winkel lag tussen het Rode Plein en het Loebjankaplein, waaraan het hoofdkantoor van de gevreesde geheime dienst KGB lag.

Het communiqué van Tass liet de gevolgen een beetje in het midden. Er waren kennelijk gewonden gevallen aan wie medische hulp was gegeven. Cijfers waren wel beschikbaar – zeven doden en zevenendertig gewonden – maar kreeg de wereld niet te horen. Ook geen woord over mogelijke daders. Dat had overigens niets te maken met sovjetgeheimzinnigheid. De autoriteiten hadden simpelweg geen idee in welke hoek ze het moesten zoeken. Onofficieel ging de beschuldigende vinger wel in de richting van dissidenten, onder wie de atoomgeleerde Andrej Sacharov, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1975. Die konden in de periode daarna dan ook rekenen op extra aandacht en een verscherpt regime. Zelf namen ze openlijk afstand van elke vorm van gewelddadig verzet. Sacharov suggereerde voorzichtigjes een opzetje van de KGB.

Die trok met andere diensten alle registers open om de ware daders te achterhalen. De verdenking ging al snel uit naar nationalisten uit eigenzinnige republieken en gebieden aan de randen van de Sovjet-Unie. In het Stalin-tijdperk waren uitingen van nationalisme streng onderdrukt. Daarna stelden de autoriteiten zich toleranter op. Gematigd nationalisme werd gedoogd. Naast alle communistische monumenten verrezen – gedoseerd, dat wel – standbeelden van nationale helden uit vervlogen tijden. Van vergaande autonomie, laat staan zelfstandigheid, kon echter geen sprake zijn. Dat frustreerde de ambities van nationalisten in zo ongeveer alle uithoeken van het land.

Zo screende de KGB een flinke groep mogelijke verdachten in Litouwen. Dat er mogelijk toch in de Kaukasus gezocht moest worden, werd duidelijk in augustus 1977. Toen werd op de luchthaven van het Oezbeekse Tasjkent iemand gespot met een tas die overeenkwam met stukken leer die waren gevonden op de plek van de bomaanslagen. De tas bleek te zijn verkocht in de Armeense hoofdstad Jerevan.

In oktober leek alles op zijn plaats te vallen. Een Armeniër werd betrapt bij het plaatsen van een bom op een treinstation in Moskou. De man wist nog een trein in te vluchten, maar werd kort daarna aangehouden, net als twee mannen die voor zijn handlangers werden gehouden. De link met de gebeurtenissen aan het begin van dat jaar was snel gelegd. De drie verdachten kregen een geheim proces. Dat leidde tot kritiek. Een rechtsgang in het geniep is geen rechtsgang, liet Sacharov weten. De sovjetautoriteiten trokken zich er niets van aan.

Een van de drie legde een volledige bekentenis af. De tweede bekende een deel van wat hem ten laste werd gelegd. De derde volhardde in zijn ontkenningen. Hij trok bovendien de legitimiteit van de ’joods-Russische staat’ in twijfel: waarom zou die hem mogen berechten?

Voor de afloop van het proces maakte het allemaal weinig uit. Op 24 januari 1979 werden de drie ter dood veroordeeld. Op 29 januari werden ze ook daadwerkelijk geëxecuteerd. Net als na de bomaanslagen waar het allemaal mee begonnen was, wachtte Tass nog twee dagen met het bekendmaken van het vonnis en de executie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden