Aanslag zet debat over satire in VS op scherp

Geert Wilders tijdens zijn lezing, naast de winnende cartoonBeeld EPA

Viel er nog een beetje te lachen om de honderden cartoons van de profeet Mohammed die in Texas te zien waren? Voor de plegers van de aanslag zondag op de tentoonstelling in Garland, waar eerder die dag PVV-leider Geert Wilders een van de belangrijkste sprekers was, maakte dat niet uit. Zij trokken vermoedelijk de grens bij het afbeelden van de profeet, grappig of niet.

Maar de rest van Amerika was juist bezig met een discussie over wat de grenzen dan wel zijn tussen satire, meningsuiting en haatzaaien: betekent afkeuring van geweld automatisch goedkeuring van elke cartoon?

Aanleiding was eerst een toespraak van de schepper van de langlopende politieke strip 'Doonesbury', Garry Trudeau, waarin hij de intenties van Charlie Hebdo in twijfel trok, het Franse satirische weekblad waar islamisten in januari een slachting aanrichtten. "De niet-bevoorrechten belachelijk maken, is bijna nooit grappig - het is gewoon gemeen."

'Mohammed bestrijden met de pen'
De intentie van de tekeningen in Texas, 350 stuks, ingezonden voor een wedstrijd, was in elk geval Geert Wilders wel duidelijk. In een toespraak tot de 75 aanwezigen had de Nederlandse parlementariër eerder die dag de tekenaars geprezen omdat ze 'Mohammed en zijn volgelingen bestrijden met de pen'.

Maar juist ongemak met zo'n doelstelling bracht 150 leden van de Amerikaanse afdeling van schrijversvereniging PEN ertoe, af te zeggen voor de uitreiking, vandaag in New York, van een prijs die Charlie Hebdo heeft gekregen voor 'moed in vrije meningsuiting'.

Krimpend gebied van expressie
In The New York Times verdedigden voorzitter Andrew Solomon en directeur Suzanne Nossel van PEN de prijs fel. Die was niet voor de tekeningen, maar voor de tekenaars: 'Voor de onbevreesde volharding waarmee ze langs de uiterste grenzen van de vrije meningsuiting patrouilleren. Zonder degenen die deze buitengewesten in bezit nemen, werden we allemaal gedwongen te leven in een almaar krimpend gebied van expressie.'

In de VS lijk je daar helemaal niet bang voor te hoeven zijn. Het is het land waar het Hooggerechtshof in 2011 de Westboro Baptist Church toestemming gaf om 'God haat flikkers' te roepen bij begrafenissen van in Irak gesneuvelde militairen. En waar vorige maand de metro van New York door de rechter werd gedwongen een anti-islam-advertentie te accepteren met een afbeelding van een kennelijke moslim en de tekst: 'Joden doden is een religieuze daad die ons dichter bij Allah brengt.'

Haatzaaien
Maar Amerika is ook het land van de media die het woord 'shit' nog niet durven schrijven zonder van de i een sterretje te maken. Waar de New Yorkse metro nu heeft besloten om helemaal geen politieke advertenties meer te accepteren. Het land van de minderheden die met elkaar hebben leren leven, onder andere door 'hate speech' ver buiten de normen van het fatsoen te plaatsen.

En dat is wat Trudeau op de tekeningen in Charlie Hebdo tegen had: "Door een machteloze, uitgesloten minderheid aan te vallen met grove, vulgaire tekeningen, meer graffiti dan cartoons, dwaalde Charlie af naar het terrein van haatzaaien."

'Je mag me niet tekenen'
De winnaar van de wedstrijd in Texas was niet een van de vele tekeningen van Mohammed met bommen of afgehakte hoofden, maar een half getekende profeet, die streng zegt: 'Je mag me niet tekenen!' en een hand met een pen die antwoordt: 'Daarom teken ik je juist'.

Hoe kun je beslissen of zo'n cartoon behalve je bescherming ook je waardering waard is? Trudeau gaf een simpele maatstaf: "Moet iemand, wie dan ook, erom lachen? Als dat niet zo is, dan ben je misschien over de grens gegaan."

De grootste Amerikaanse moslimorganisatie CAIR keurt de aanslag af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden