Aanslag op Hitler: te weinig en te laat

BERLIJN - Aan de vooravond kon men al zappend een hele tv-avond met het thema vullen. Bij Arte om 19.30 uur: 'Vrouwen in het verzet tegen Hitler', bij het ZDF om 21.00 uur: 'Ze wilden Hitler doden' (documentaire), bij B1 om 22.15 uur: 'Het Duitse verzet tegen Hitler - een speurtocht in Berlijn', bij het ZDF om 22.15 uur: 'Eenzame Helden' (discussieprogramma) en om 0.55 uur: 'De 20e juli' (speelfilm). En dan laten we de actualiteitenrubrieken nog buiten beschouwing.

Voor de media kan men van een welkome afwisseling in de komkommertijd spreken - de brilkaaiman verdrongen door de vijftigste herdenking van de aanslag op Hitler, op die beroemde twintigste juli van het jaar 1944. Niet alleen de televisie heeft het Duitse verzet tegen Hitler 'ontdekt': aan het fenomeen zijn ook artikelen, symposia, tentoonstellingen en boeken gewijd in zo'n vloed dat men bijna de indruk krijgt dat half Duitsland destijds bij het verzet betrokken was.

Dat is natuurlijk een wat boosaardige veronderstelling, want in Duitsland worstelt men nog steeds met het monsterachtige gegeven dat in feite een heel volk zich door de terreur van de nazi's liet meeslepen en dat het verzet zich werkelijk tot enkelingen beperkte. De vraag hoe dat kon gebeuren, zal de Duitser wel tot in de eeuwigheid achtervolgen, maar juist nu het aspect van het verzet - even - in de aandacht staat, wordt het weer schrijnend actueel.

In het weekblad Die Zeit legden vorige week Helmut Schmidt, de oud-bondskanselier, Richard von Weizsücker, de oud-bondspresident en gravin Marion Dönhof, die vele verzetsmensen persoonlijk gekend heeft en aan hen een boek wijdde, in een gesprek hun ziel bloot. Een fragment.

Schmidt (nadat hij vertelde hoe hij in Bremen in '37 bij het luchtafweer werd ingedeeld): “We waren met zijn tienen en dachten heel naëf: God zij dank, nu zijn we eindelijk in de enige fatsoenlijke instelling in het Derde Rijk beland, waar we gevrijwaard zijn van indoctrinatie. We voelden ons als het ware in een beschermde zone. We hadden geen idee van de deportatietreinen. We hebben in de kazerne zelfs niets van de 'Kristalnacht' gemerkt.”

Weizsücker: “Na, ja.” Schmidt: “U gelooft het niet, maar toch was het zo.” Weizsücker: “Natuurlijk geloof ik u, als u het zegt.”#

Maar de vraag naar het eigen geweten wordt dezer dagen overschaduwd door een andere. Het gaat daarbij om de inhoud van het begrip 'verzet' en daar scheiden zich de geesten. Twistpunt is de centrale gedenkplaats van het Duitse verzet in Berlijn geworden. De gedenkplaats in het zogenaamde Bendlerblock, het voormalige hoofdkwartier van de Wehrmacht, was ook de plaats waar Klaus Schenk graaf von Stauffenberg in de nacht na de mislukte aanslag samen met enkele mede-offcieren werd geëxecuteerd.

Vandaag houdt bondskanselier Helmut Kohl er een rede - al neemt menigeen het hem kwalijk dat hij dat niet aan de nieuwe bondspresident, Roman Herzog heeft overgelaten. Kohl laadt, aldus de critici, de verdenking op zich, de erfenis van de 20e juli voor eigen politieke doeleinden te misbruiken: Duitsland zit tenslotte midden in een 'superverkiezingsjaar'. - Vervolg op pagina 5#

Duitsland in debat over eigen verzetsverleden VERVOLG VAN PAGINA 1#

Kritiek is er echter ook op de inrichting van de gedenkplaats, die een overzicht wil bieden van de volle breedte van het Duitse verzet tegen Hitler. Dat daarmee ook het communistische verzet een zekere aandacht toekomt, lijkt logisch, maar niet iedereen accepteert dat.

Stauffenbergs zoon Franz Ludwig wenst de nagedachtenis aan zijn vader niet bezoedeld te zien door de vermelding van mensen als Walter Ulbricht en Wilhelm Pieck, die onder Stalin leiding gaven aan het National Komitee Freies Deutschland, een propaganda-instelling die het Duitse volk tot verzet tegen Hitler moest zien te bewegen, hetgeen natuurlijk een tamelijke illusionaire voorstelling van zaken was.

Dat Ulbricht en Pieck zich in wezen inzetten voor de vervanging van de ene dictatuur door de andere, doet volgens de inrichter van de gedenkplaats, historicus Peter Steinbach, niets af aan het karakter van het verzet. Een buitensluiten van zulke elementen acht hij onverdraaglijk. “Wat het burgerlijke en het communistische verzet gemeen hebben, is dat Hitler beiden over de kling wilde jagen - dat is als verbindend element voldoende.”

Aan een discussie over de 'kwaliteit van het verzet' waagt hij zich niet en als men bedenkt hoe gering dat verzet was, komt zo'n discussie inderdaad vreemd over. Een oudkrijgsgevangene klaagde onlangs dat men tegenwoordig al een verzetsheld is, als men destijds in plaats van 'Heil Hitler' 'Grüss Gott' had gezegd. Maar zijn er niet situaties denkbaar dat zoiets juist grote persoonlijke moed vergde? Tenslotte kon niet iedereen bommen onder Hitlers tafel plaatsen.

Graag wordt het verzet van toen, de Widerstand, gefileerd en in rubrieken onderverdeeld. Grote categorieën zijn de communistische aan de ene kant en de 'nationaal-conservatieve' aan de andere kant. De mannen die de aanslag op Hitler beraamden, de brede kring om Wehrmacht-officier Stauffenberg dus, betitelen sommige historici graag als een groep 'nationaal-conservatieven', waarbij het in zwang geraakt is de aanslagplegers te kritiseren om het late tijdstip van hun handelen. De karakterisering 'nationaal-conservatief' suggereert dat Stauffenberg en de zijnen in hun ideeën niet gek ver van die van Hitler verwijderd waren.

Die suggestie wekte de woede van de dochter van Carl Goerdeler, de oud-burgemeester van Leipzig die het civiele middelpunt van het verzet tegen Hitler vormde en dat met zijn leven betaalde.

Ze citeerde gisteren in de Berlijnse Tagesspiegel uit het politieke testament van haar vader uit 1937 - ”Duitsland bevindt zich in een toestand van rechteloosheid” - en voegde eraan toe: “De verontwaardiging over het onrecht was het uitgangspunt van al het handelen.”

En wat het late tijdstip aangaat, daarop geeft Joachim Fest in een juist verschenen boek een zakelijke en zeer afdoende repliek. Van 1 september 1939, de dag waarop de oorlog uitbrak, tot 20 juli 1944, verloren 2,8 miljoen Duitsers het leven. In de tien maanden daarna - dus tot het einde van de oorlog - sneuvelden nog eens 4,8 miljoen Duitsers. Zo beklemmend zijn deze cijfers dat het duizelingwekkend is je voor te stellen wat het slagen van de aanslag op dit 'late' tijdstip verder nog voor gevolgen zou hebben gehad.

Het boek van Fest ('Staatsstreich. Der lange Weg zum 20. Juli') is trouwens in het publicitaire vloedgolfje van boeken over het verzet een groot lichtpunt. Boeken als die van Fest dragen ertoe bij dat de 20e juli bij alle discussie een dag blijft, waarop in Duitsland herdacht wordt dat het eigen geweten - en niet slaafse navolging - een leidraad voor het handelen moet zijn.

Kort voor de 20e juli formuleerde Stauffenberg het als volgt: “Het is tijd dat er nu wat gedaan wordt. Diegene die iets waagt te doen, moet er zich echter van bewust zijn dat hij als een verrader de Duitse geschiedenis in gaat. Laat hij echter zijn daad achterwege, dan is hij een verrader van zijn eigen geweten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden