Aanrijding met een voertuig

WIM BOEVINK

De wind was schraal, het zonlicht helder. De bestuurder zat nog in het autowrak. Een kleine Citroën C1 of een Peugeot 107, zei de jongen bij het politielint. We tuurden langs de spoorlijn. Dwars op de rails stond de auto. Het dak was een beetje opgebold, de voorruit een grote puzzel van glas. Het bijrijders-portier stond open. De trein had de auto precies bij de bestuurspositie geraakt. Ik dacht aan de machinist.

De dijk tussen het water om het oude fort en de spoorlijn was afgezet en stond vol met wagens van hulpdiensten. Brandweer, politie, Pro-Rail. Temidden ervan een grijs Mercedesbusje met de tekst 'Postmortale Zorg' op de motorkap.

De 'aanrijding met een voertuig' - de woorden die op stations werden gebruikt om de treinstremming te verklaren - was anderhalf uur geleden gebeurd.

Er viel, zei een politiebericht, een dode te betreuren. Er waren verder geen gewonden.

De trein, een sprinter, was intussen achteruitgereden tot voorbij de halfbewaakte spoorwegovergang. De passagiers had men al per touringcar verder vervoerd. Tussen trein en autowrak stond een wit scherm opgesteld, maar de jongen en ik keken ernaar van de andere kant. De jongen zette een hoog statief op, met een kleine camera. "Ben je van de pers?", vroeg ik.

"Freelance", zei hij. "Ik lever aan wie wil." Hij nam foto's van het wrak, dat op zo'n 150 meter van ons vandaan stond. Eromheen waren wel tien mannen in de weer, in fosforescerende pakken. "Het is een Peugeot 107", zei hij. Hij zag het op zijn kentekenapp.

We keken naar de mannen. Ze bewogen zich omzichtig om het wrak.

Het was stil nu. Verderop ruiste de snelweg. Het politielint ritselde in de wind.

Op het water lag nog een vlieslaagje ijs.

Een vrouw naderde ons van achteren. Fiets aan de hand. "Dat krijg je", zei ze, "als je haast hebt. Nu gaat-ie nergens meer naar toe. En laat zijn familie in verdriet achter."

Ze klonk verwijtend. Ze nam aan dat de bestuurder een man was.

Ik keek naar de zon. Hij of zij kon verblind geweest zijn bij het naderen van de spoorwegovergang, waarvan de slagboom alleen de rechterhelft afsluit. Voor wie hier niet bekend is, is de overgang onoverzichtelijk, omdat de dijk hier parallel loopt aan het spoor en de overgang ook een T-splitsing vormt. Maar de bellen moeten hebben gerinkeld. Je probeerde te bevatten wat hier zo gruwelijk misging.

Ik ben hier omdat ik om de hoek woon.

Mijn dochter passeert deze overgang dagelijks, op de terugweg van school.

Bij het openstaande bijrijdersportier werd een brancard neergelegd en een wit doek of zak erover uitgerold. Het waaide even op in de wind. Er was enige beweging, de dichtheid aan hulpverleners leek zich nog te versterken. Niet lang daarna loste de groep zich op, op een brancard werd het lichaam, verpakt in glanzend blauw zeil, naar het Mercedesbusje gedragen.

Het busje passeerde ons, we moesten er het politielint even voor optillen, dat boven het autodak knapte.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden