Aanpassing allochtoon is volgens Cohen niet genoeg

Van wie is een succesvolle integratie van nieuwkomers afhankelijk: van henzelf of van de nieuwe samenleving waarin ze willen leven? De PvdA legt de nadruk op de inspanningen van de migranten. Lijsttrekker Cohen daarentegen gaat ervan uit dat de bereidheid van de samenleving hen erbij te laten horen, uiteindelijk de doorslag geeft.

Van alle allochtonen zijn er relatief veel actief in de PvdA en alleen al daarom had de partij vorig jaar in een heftig integratiedebat beslist aandacht voor hun problemen en zorgen.

In de integratienota ’Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’ staat dat zij meer dan ooit de indruk hebben te worden afgerekend op achternaam, huidskleur, afkomst of geloof. ’Hoe kun je je nog langer Nederlander voelen als anderen je steeds al allochtoon?’, vragen de opstellers zich af.

Maar hoeveel vrijheid de PvdA nieuwkomers ook wil geven bij het opbouwen van hun leven en het binnen de wet bewaren van hun cultuur en tradities, de partij stelt onomwonden dat integratie van hén de grootste inspanning vraagt. ’Het betekent loslaten, soms meer dan je lief is.’

Cohen, die als staatssecretaris van justitie in het tweede paarse kabinet een streng vreemdelingenbeleid voerde, hamert er net zo goed op dat nieuwkomers zich moeten bewegen binnen de rechtsstaat, dat taal van het grootste belang is, dat ze mee moeten doen.

Maar in zijn Abel Herzberglezing in 2001 –uitgesproken nog geen twee weken na 11 september– stelt hij ook dat de nieuwkomers er daarmee niet zijn. Uit de geschiedenis van de joden heeft hij geleerd dat het verhaal niet klopt dat het wel goedkomt als allochtonen zich maar aanpassen.

„Toch ging het mis, heel erg mis”, zei Cohen. „Het ging mis omdat joden, ondanks assimilatie en integratie toch joden bleven, maar het ging vooral mis omdat er iets veranderde in de gezindheid van de samenleving om hen heen.”

Cohen trekt daaruit de les dat integratie en acceptatie voor de autochtonen een kwestie is van henzelf, en niet van de ander. „Noch het gedrag, noch de mate van assimilatie en integratie van allochtonen is bepalend voor hun uiteindelijke acceptatie in ons midden. Bepalend zal zijn of en zo ja in welke mate, wij bereid zijn om vreemdelingen en allochtonen in onze samenleving op te nemen als volwaardige burgers.”

Een jaar later kleurt hij dit beeld verder persoonlijk in. In de Cleveringa-lezing herinnert hij aan zijn joodse moeder, aan het begin van de oorlog studente in Leiden. Daar moesten van de nazi’s twee joodse hoogleraren vertrekken.

Over een hen, professor Meijers, zei decaan Cleveringa: „Het is deze Nederlander, deze nobele en ware zoon van ons volk, deze mens, deze studentenvader, deze geleerde dien de vreemdeling welke ons thans vijandig overheerst ontheft van zijn functie.’ Die woorden brachten bij zijn moeder het allesoverheersende gevoel te weeg: ’Ik hoor erbij!’”

Cleveringa liet zien, zo concludeert Cohen, dat de samenleving een keuze heeft om iemand tot vreemde te bestempelen, of dat niet te doen. Cohen: „Die keuze om mensen erbij te laten horen kunnen wij ook maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden