Aanpakken wachtgelders is geen goede oplossing

De auteur is onderwijsmedewerker bij de CFO, CNV-bond voor overheid, zorgsector en verzelfstandigde overheidsinstelling. De CFO-groep onderwijs behartigt de belangen van onderwijspersoneel van basisschool tot en met universiteit.

De schoolbesturen zouden eenzijdig worden aangesproken op hun verantwoordelijkheden door invoering van eerst de TWAO-wet en nu de mogelijke invoering van een boete voor scholen die niet alles hebben gedaan om potentiele wachtgelders aan het werk te houden. De minister van Onderwijs en Wetenschappen zou eens iets aan het wachtgeldrecht moeten doen. De regeling is uit de tijd. Onderwijsgevenden zouden onder de WW moeten gaan vallen.

De heer Van der Spek zal per 1 januari a.s. op zijn wenken bediend worden. Zoals hij kan weten is er een nieuwe werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel op komst, die WW-conform is. Zowel de duur als de hoogte van de uitkering worden omlaag gebracht. Een voorbeeld: een 38-jarige met 15 dienstjaren heeft in de huidige situatie recht op een wachtgeld gedurende circa 7 jaar met als uitkeringspercentages 93, 83, 73 en 70. Na 1 januari ontvangt hij een werkloosheidsuitkering van 2 jaar met uitkeringspercentages van 78 en 70. Een verslechtering van het wachtgeld, die door de lerarenbonden is geaccepteerd in ruil voor een salarisverbetering van de jonge onderwijsgevenden.

Onevenredig getroffen

Met name personeelscategorieen als onderwijs ondersteunend personeel (concierge, administratie enz.), de oudere onderwijsgevenden en het personeel van de wetenschappelijke instellingen (universiteiten en academische ziekenhuizen) voelen zich onevenredig getroffen. Immers de wachtgeldregeling dient te worden gezien als een goede verzekering tegen parlementaire besluitvorming. Besluiten van het ministerie van onderwijs met betrekking tot onderwijspersoneel worden niet alleen genomen door een zich uitsluitend als werkgever opstellende overheid. Keuzes inzake overheidsuitgaven zijn vooral gebaseerd op politieke overwegingen.

Een schoolbestuur heeft beperkte mogelijkheden voor het voeren van een eigen personeelsbeleid. Scholen zijn sterk afhankelijk van politieke besluitvorming. Er is echter wel een tendens waarneembaar die de schoolbesturen op dit terrein meer bevoegdheden geeft. Ook het ministerie beseft dat het onderwijsveld niet is te regeren door middel van stapels circulaires. Creatieve besturen wisten de rek en de gaten in de regelgeving te vinden, terwijl de declaraties voor de personele kosten voor O en W waren.

Zo is er in 1992 een nieuw systeem van personele bekostiging voor het primair en voortgezet onderwijs ingevoerd, het formatiebudgetsysteem (FBS). Na invoering van dit systeem hebben schoolbesturen meer beleidsvrijheid gekregen om het toegekende budget te besteden. Een effect hiervan is dat de druk op het aantal wachtgelders wordt vergroot.

Voor de invoering van het FBS probeerden scholen personeel zo lang mogelijk boventallig in dienst te houden. De rekening ging naar het departement. Na invoering trachtten besturen het onderwijspersoneel in een 'fb-functie' te plaatsen om zo snel mogelijk (deeltijd)ontslag te kunnen realiseren. Boventalligheid moet nu immers uit eigen budget betaald worden.

Een tweede belangrijke oorzaak voor het ontstaan van wachtgelders is het ministeriele beleid om kleinere scholen te laten fuseren tot grotere eenheden. In de bekostigingsregels hebben twee kleinere scholen meer formatieplaatsen dan een grotere school met evenveel leerlingen. Een derde oorzaak voor het ontstaan van wachtgelders is de zeer nauwe koppeling tussen het leerlingenaantal en het aantal formatieplaatsen. De grote daling van het aantal leerlingen de afgelopen jaren heeft dan ook tot grote werkloosheid van onderwijspersoneel geleid.

Verantwoordelijk

Gezien deze ontwikkelingen gaat Van der Spek te ver met zijn opmerkingen dat de wachtgeldproblemen kunnen worden opgelost door de wachtgelders aan te pakken. De problemen kunnen slechts worden opgelost door de beleidsverantwoordelijken aan te spreken. Deels is dat de minister van O en W, die kiest voor schaalvergroting en een te nauwe relatie tussen leerlingenaantallen en arbeidsplaatsen.

Een stap in de richting van een oplossing zou het afschaffen van de mogelijkheid tot deeltijdontslag kunnen zijn. Onderwijspersoneel dat deels nog in functie en deels met wachtgeld is, is bijzonder moeilijk herplaatsbaar. Schoolorganisatorische problemen staan een gecombineerde functie op twee scholen veelal in de weg.

Voorts ligt er na de invoering van het FBS ook een verantwoordelijkheid voor de wachtgelders bij de schoolbesturen. Door te vroege plaatsing in fb-functies krijgen de betrokkenen onvoldoende mogelijkheden zich op een andere functie te orienteren. Zelfs bij daadwerkelijke boventalligheid worden de betrokkenen ingezet bij het onderwijs.

Feitelijk zou de tijd dat het onderwijspersoneel (gedeeltelijk) boventallig is, moeten worden gebruikt voor zaken als herplaatsingsbegeleiding, orientatie op de arbeidsmarkt, outplacement, om-, her- en bijscholing enz. Een financiele prikkel in de richting van de schoolbesturen kan hiertoe een belangrijke bijdrage leveren.

Goed voorbeeld hiervan zijn de universiteiten en academische ziekenhuizen. Deze instellingen kennen sinds twee jaar een wachtgeldbudgettering. Wachtgelden kunnen niet meer onbeperkt bij O en W gedeclareerd worden. Bij reorganisaties wordt nu afgewogen of er voldoende budget is om de wachtgelden te financieren. Daarbij wordt steeds meer vorm gegeven aan personeelsbeleid ter voorkoming van wachtgelders. Te denken valt hierbij aan het instellen van interne mobiliteitsbureaus; het geven van voorrangsrechten aan met ontslag bedreigden; bekostiging van outplacement en om-, her- en bijscholing en mobiliteitspremies.

Schoolbesturen zullen moeten beseffen dat het grote wachtgeldvolume ook hun verantwoordelijkheid is. Scholen zullen beleid moeten gaan voeren ter voorkoming van wachtgelders. Bijvoorbeeld door het aangaan van TWAO-samenwerkingsverbanden.

Schoolbesturen die stellen dat selectie op kwaliteit en het verplicht aannemen van wachtgelders niet kunnen samengaan, ontlopen hun verantwoordelijkheid. Blijkbaar kan het beleid van die schoolbesturen alleen door financiele prikkels worden omgebogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden