Aanpak ebola was een zootje

Een monument voor omgekomen medisch personeel bij het ziekenhuis in de stad Kenema in Sierra Leone. Beeld ap
Een monument voor omgekomen medisch personeel bij het ziekenhuis in de stad Kenema in Sierra Leone.Beeld ap

Er was al veel kritiek op hoe de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de ebolacrisis in West-Afrika heeft aangepakt. De WHO werd treuzelen en slap optreden verweten. Maar zo gedetailleerd als persbureau AP had nog niemand het geknoei uitgezocht. Volgens de nieuwsorganisatie had de opeenstapeling van problemen waarmee de WHO vorige zomer in het Sierra Leoonse Kenema werd geconfronteerd, voorkomen kunnen worden.

De snelle verspreiding van het virus in dit zuidoostelijke district is volgens AP exemplarisch voor de rommelige respons op de ebola-uitbraak in West-Afrika. AP kwam uit op tien punten waarop de WHO, verantwoordelijk voor de coördinatie van alle hulpverlening, ernstig geblunderd heeft. Van een gebrek aan basisbescherming en stroom in laboratoria tot slecht management, interne ruzies en vrekkigheid.

Zo kregen WHO-medewerkers maar een paar honderd dollar per maand terwijl ze duizenden dollars uit moesten geven aan rubberen laarzen en desinfecteermiddel. Ook zou er door lokale beambten gefraudeerd zijn met het aantal besmettingen in Kenema. AP baseert zich op WHO-mailverkeer en interviews met betrokkenen.

Volgens AP werden de hulpverleners zelf, de artsen en verplegers, ook onnodig veel aan besmetting blootgesteld. Er stierven veertig medewerkers en twintig anderen raakten besmet. De slechte training in hoe ze om moesten gaan met beschermende kleding en materialen zou hiervan de oorzaak zijn. Ook werkten ze in Kenema op zo'n onveilige afdeling in het ziekenhuis dat Artsen zonder Grenzen om sluiting had gevraagd.

Het Rode Kruis had aangeboden een nieuwe ebolakliniek in Kenema te bouwen, maar kreeg geen duidelijke reactie van de WHO of de overheid. Tegen de tijd dat er besloten was waar de kliniek moest komen, had het virus al om zich heen geslagen. De WHO-coördinator in Kenema vond de spanningen tussen zijn bureau en het Amerikaanse monitoringsbedrijf Metabiota zo ernstig dat hij zijn team uit Kenema terug wilde trekken.

Blunder 1: Desinfecteren met oud middel
Anders dan andere hulporganisaties die in arme landen gezondheidscrises bestrijden, had de WHO het desinfecteermiddel in Sierra Leone zelf gekocht. In het overheidsziekenhuis in Kenema bleek de chloor, waarmee ontsmet werd, over datum of helemaal geen datum te bevatten omdat het label eraf gescheurd was.

Blunder 2: Niet genoeg lijkzakken
'Voorraad lijkzakken compleet op', stond er in een WHO-verslag van 14 augustus 2014. Lijkzakken zijn cruciaal om juist bij de afhandeling van de doden veel besmettingsgevaar is. Toen een hulpverlener later die maand honderd lijkzakken in Kenema probeerde te krijgen, werden deze urenlang opgehouden door bureaucratisch gehannes en een slapende douanebeambte.

Blunder 3: WHO'ers hadden geen auto's
Een vloot van ruim vijftig nieuwe Landcruisers stond geparkeerd bij het WHO-hoofdkantoor in de Sierra Leoonse hoofdstad Freetown, zo'n 300 kilometer verderop. Toch hadden WHO-medewerkers een gebrek aan auto's om de verspreiding van het virus mee op te sporen en in kaart te brengen. Sierra Leoonse veldwerkers die om motoren vroegen, moesten van een WHO-leidinggevende maar fietsen kopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden