'Aanpak bio-boeren geeft schimmelziekte meer kans'

ALTEVEER - “Het zijn fijne juffers, aardappels.” Akkerbouwer H. Sandee zegt het met een glimlach. “Het is een gewas dat je niet zomaar kunt verbouwen. Er is veel kennis en inspanning voor nodig. Het is geen rogge, dat als een soort onkruid altijd groeit.”

ESTHER BIJLO

Vanuit de huiskamer in het Oost-Groningse Alteveer kijkt Sandee over zijn akkers. Eerst de witte bloemetjes van de aardappelplanten, dan het donkergroen van de suikerbieten en helemaal achteraan vlakbij de weg, een gele strook brouwgerst.

Sandee (69) is geboren tussen de aardappelen. Zijn vader verbouwde ze in Zeeland. Enigszins weemoedig constateert Sandee dat het vroeger anders was op het land.

“De vrouwen kwamen proviand brengen. Je kunt je niet voorstellen hoe lekker het is als er iemand met een kop koffie voor je neus staat. In de jaren vijftig was de landbouw kleinschaliger, veel gezelliger. In het veld werkte je met mensen, nu altijd met een stuk ijzer. Als dat het niet doet, kun je er niks tegen zeggen, alleen maar zien dat je de storing maakt.”

Tegenwoordig heeft de wetenschap de aardappel constant in onderzoek. Sandee pakt lange lijsten waarop rassen met rijen cijfers getypeerd worden.

“De opbrengst is veel hoger geworden, de resistentie tegen ziektes. Wij profiteren enorm van die kennis. Op de proefboerderij loopt een ingenieur rond, die is geweldig. Hij gooit zijn jas in een hoek en houdt een goed verhaal. Hij snapt de praktijk.”

Maar de wetenschap heeft van de wat moeilijke aardappel geen probleemloos gewas kunnen maken. Het weer is nog altijd sterker. De natte zomer dit jaar heeft een epidemie van de schimmelziekte phytophthora veroorzaakt.

Meer dan 1200 'haarden' werden er deze week in Nederland geteld. Op tafel ligt het bewijs: een plantenstengel met een bruinzwarte vlek, 's ochtends uit het veld geplukt. “Als de schimmel in het loof zit, hangt-ie binnen de kortste keren over in de knol.” Een aardappel met de ziekte is niet goed houdbaar en daarom niet te verkopen.

De ziekte is zo oud als de aardappel. “De Kennedy's zijn ervoor van Ierland naar Amerika getrokken. En heeft het aardappeloproer in Amsterdam veroorzaakt”, weet Sandee. “Voor de oorlog ging mijn vader met een kar het veld op. Een pot koper en een pot sodex, een soort oplosmiddel. Door elkaar roeren op de kar en over de planten gooien, zo ging dat toen.”

Het 'stuk ijzer' waar Sandees zoon vandaag de planten mee bespuit is van een heel ander kaliber. De machine is voorzien van een computer die het 'licht curatieve middel' doseert. Twee vijftien meter brede armen verspreiden een witte nevel.

Over de planten waait een weeïg, chemisch geurtje. “Ik rij niet meer op zo'n grote machine met een computer”, zegt Sandee, die het meeste praktische werk aan zijn zoon overlaat met wie hij een maatschap vormt.

Zoon Adriaan spuit niet met plezier. Geërgerd zit hij op de tractor, moe van de langsfietsende toeristen die naar hun hoofd wijzen als hij met zijn machine bezig is. “Dit spul is ongevaarlijk”, wijst hij naar de bespoten planten. “Je kunt het zo opeten bij wijze van spreken.”

De Sandees leggen uit dat het bestrijdingsmiddel nodig is om de oogst te beschermen, dat de consument er niets van merkt en dat de machine, anders dan de oude methoden, precies afgeeft wat nodig is en geen milliliter meer.

“Omdat er een computer in zit valt de machine onder een milieuregeling van het ministerie van landbouw”, vertelt Sandee senior. “Met mijn accountant heb ik dat uitgezocht. Mensen denken dat wij maar raak spuiten. Maar dat doen alleen de volkstuinders. Het is bovendien een dure business, dat spuiten.”

Zwaardere middelen

Adriaan Sandee is ook kwaad op de biologische boeren. Met hun aanpak, krijgt de ziekte de kans zich verder de verspreiden dan nodig is, vindt hij. “Het moest verboden worden. Wij hebben daar last van.”

De ziekte heeft zodanig toegeslagen dat ook de biologische boeren naar zwaardere middelen moeten grijpen. Zij spuiten nu met koperoxichloride, een moderne variant van het spul dat Sandees vader vroeger gebruikte. “Maar dat werkt alleen preventief”, stelt vader Sandee. Tot nog toe hebben de Sandees de ziekte aardig onder controle. De oogst zal niet zo goed zijn als vorig jaar, maar ook niet dramatisch slecht.

Tussen de akkers is te zien dat ook het Oost-Groningse aardappelgebied land moet prijs geven aan de natuur. De overheid koopt stukken op om struiken, riet en water enigszins vrij hun gang te laten gaan. Sandee kan het wel waarderen. “Ik ben niet tegen natuur. Als ze er maar niet zo ziekelijk mee omgaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden