Aanpak Asscher Overbodig en kostbaar

In Amsterdam werd hoog opgegeven over de eigen methode om de kwaliteit van de basisscholen te verbeteren. Maar beter dan elders in het land werd het niet. Wel duurder.

Een aardverschuiving werd het genoemd, de gemeente ging zelf de regie in handen nemen om het onderwijs te verbeteren en schuwde niet daarbij dwang te gebruiken. Het was een initiatief van toenmalig wethouder Lodewijk Asscher (PvdA). Hij smeedde met bijna alle schoolbesturen een verbond, trok onderwijsexperts van buiten aan om scholen door te lichten en verplichtte zwakke scholen mee te doen aan verbetertrajecten. Het was de aftrap van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Kosten: 3,5 miljoen euro per jaar. Logisch dat we het zelf gingen doen, zei diens opvolger Pieter Hilhorst (PvdA) later. Want: "Het zijn ónze kinderen die matig of slecht onderwijs kregen."

Asscher wilde het onderwijs verbeteren en met name kinderen met een achterstand verder brengen. Hij stelde de strengere 'Asschernorm', waardoor er opeens veel meer scholen zwak waren dan bij de norm van de Inspectie van het Onderwijs. Zo moest iedere basisschool minimaal een gemiddelde Citoscore van 534 punten halen en moest een kwart van de leerlingen naar havo/vwo doorstromen.

Woedend

Meer dan de helft van de scholen kon hieraan niet voldoen. Woedend waren ze op de wethouder toen hij 'naming and shaming' toepaste, door hun namen in Het Parool te publiceren.

"Het was een dwingend proces", zegt Aly Dullemond, een van de onderwijsexperts die Asscher had aangetrokken. "Dat was ook onze voorwaarde. In het begin troffen we scholen aan zonder leiding en met leerkrachten die aan hun lot waren overgelaten." De bezem ging door klaslokalen, schoolteams en besturen. Leraren stapten op en werden vervangen. Directeuren, intern begeleiders en besturen deden mee aan leergangen en leerden breder te kijken naar onderwijskwaliteit dan de Citoscore alleen. Gaandeweg kreeg men er plezier in. Het leverde echt wat op.

Volgens de norm van de onderwijsinspectie was in 2010 26 procent van de Amsterdamse basisscholen zwak tot zeer zwak, in 2013 was dit nog maar 3,4 procent. Op dit moment zijn er nog slechts vier zwakke scholen in de hoofdstad en geen zeer zwakke meer. Een prestatie van formaat, zegt Diane Middelkoop, voorzitter van het Breed Bestuurlijk Overleg (namens 41 schoolbesturen). Het was ook een investering van formaat, geeft ze toe. Per school kostte een verbetertraject 1 tot 1,5 ton.

Wethouder Hilhorst zette het beleid van Asscher voort. Hij publiceerde de Kwaliteitswijzer, een overzicht van alle Amsterdamse basisscholen en hun prestaties, zoals de Citoscores en het oordeel van de Inspectie van het Onderwijs.

Ook richtte hij de Kwaliteitsondersteuning Primair Onderwijs (KPO) op, waarvan de pilot vorige week is afgerond. Met dezelfde mensen als uit de KBA, nu met een andere naam. Schoolbesturen dragen 20 procent van de kosten, de gemeente 80 procent. Eén groot verschil: "Geen dwang meer", stelt Middelkoop nadrukkelijk. "Wij willen verder en de winst niet verloren laten gaan."

Dullemond, die voorzitter is geworden van de nieuwe KPO: "We oordelen nu niet. Wij houden scholen een spiegel voor en helpen hen met hun leervraag." Ze legt uit dat de leervragen komen vanuit de scholen zelf. "Bijvoorbeeld: hoe komt het dat de resultaten van begrijpend lezen tegenvallen, of: hoe kunnen we ons onderwijs beter afstemmen op de verschillende behoeften van leerlingen en bijvoorbeeld verdieping aanbrengen voor slimme kinderen?"

Ontzorgen

Leraar Jan Baan is kritisch over de nieuwe aanpak en vraagt zich af in welke behoefte deze voorziet. "We hebben dit Hilhorst gevraagd. Zo gek dat er een oneindige stroom geld is om externen binnen te halen die eenmalig onderzoek doen. Terwijl er geen ruimte is om de leraar te ondersteunen en de directie te ontzorgen. Binnen school is zo veel expertise! Laten we het geld nu eens stoppen in pools voor leerkrachten om beter samen te werken en te verbeteren. Gebruik de kracht van de leerkracht."

Baan is voorzitter van de Vereniging Meesterschappers, een groep leraren die wil dat hun stem meegenomen wordt in het beleid. Want dat kwam er tot op heden niet van. "Het KBA begon als een controlebureau met audits en flink wat dwang. Leerkrachten werden hard aangepakt en in hun hemd gezet. Dat was misschien nodig, maar nu begint de volgende stap."

De leraar is nooit is gevraagd om mee te denken in het proces naar goed onderwijs, zegt hij. "Terwijl wij het in de praktijk moeten brengen." Hij omschrijft de nieuwe KPO als "dicterend en weinig ruimte biedend voor de leraar. Hun handboek 'Goed onderwijs' is opgesteld door gemeente en schoolbesturen. Er is geen leraar bij betrokken. Hierin staat wel precies hoe wij ons als leraar hebben te gedragen. We voelen ons gekleineerd."

Dwang of geen dwang, prestatie van formaat of niet, het blijkt dat de onderwijsverbetering in Amsterdam precies in de pas loopt met de rest van Nederland. In 2008 was 10 procent van de basisscholen in Nederland onvoldoende, nu nog iets meer dan 2 procent. Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben zich vergelijkbaar verbeterd. Amsterdam en Utrecht liepen samen op, waarbij Utrecht zelfs iets boven het landelijk gemiddelde eindigde.

Inderdaad, de onderwijskwaliteit verbetert, maar dat ligt niet aan de Amsterdamse aanpak, zegt de hoofdinspecteur van het primair onderwijs Arnold Jonk. Waaraan dan wel? Volgens Jonk 'mede aan' de strengere aanpak van de onderwijsinspectie sinds 2008. Volgens voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad 'mede door' de aanpak van de PO-Raad voor risicoscholen.

In Utrecht deden scholen het zelf. Onderwijswethouder Jeroen Kreijkamp (D66) heeft geen extra geld in het basisonderwijs gestopt, de basisscholen zijn zelf aan de slag gegaan met eigen kwaliteitsverbeteringen en trajecten. "Zonder een eenzijdige aanpak vanuit de gemeente. Het gaat bij ons niet over naming and shaming, maar over samenwerken", aldus Kreijkamp fijntjes. Hij zegt blij te zijn dat hij nergens dwang heeft hoeven toepassen met subsidies en regelingen. "Het is niet voorgekomen dat schoolbesturen zich onvoldoende inzetten."

Het nieuwe college in Amsterdam trekt de stekker uit de Amsterdamse aanpak. "Geen audits meer of eigen onderwijskwaliteitswijzers. Dat doet de onderwijsinspectie al heel goed. We doen te veel dubbel in de stad. De gemeente heeft veel gekkigheid bedacht zonder in gesprek te zijn met de leraren zelf", aldus D66- fractievoorzitter Jan Paternotte. Hij wil voortaan inzetten op de leraar en de schooldirecteur en hen ondersteunen. Daarvoor trekt de stad opnieuw de knip: 24 miljoen gaat naar lerarenbeurzen.

In 2013 was nog slechts 3,4 procent van de Amsterdamse scholen zwak. Per school kostte het verbetertraject 1 tot 1,5 ton.

Het nieuwe college gelooft niet in de 'Asscher-aanpak' en maakt een einde aan de bejubelde en verguisde 'toets- en controlecultuur'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden