Aangepast boeren rond de Brabantse Sahara

De Brabantse Duinboeren maken van de nood een deugd. Wonend rondom de Loonse en Drunense Duinen moeten zij rekening houden met de natuur van het Nationaal Park. Om economisch het hoofd boven water te houden, passen zij hun activiteiten aan. Sjaak Sprangers besloot biologisch te gaan boeren. Zijn koeien grazen ín het Nationaal Park.

K nap zijn ze, de 46 fluweelbrui- ne, fijn gebouwde Jersey-koe- tjes van Sjaak Sprangers. Met een hectare per koe hebben de dames volop de ruimte in hun weide met verschillende soorten gras, witte en rode klaver, hoogstelige paardebloemen, distels en vele andere kruiden en bloemen. Hun door bosranden omzoomde leefgebied, waar ook graag en veel reeën komen, ligt midden in Plantloon, een fraai landgoed in Engelse landschapsstijl met statige eiken- en beukenlanen, dat deel uitmaakt van Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen.

Nieuwsgierig komen een paar koeien op de bezoekers af, duwen een natte snuit tegen een been, geven een lik over een jas en laten zich gewillig aaien en bekloppen. Boven het bos miauwt een buizerd. Een arcadisch tafereel. "Uren kan ik hier doorbrengen", zegt hun trotse eigenaar. "Wat wil je nu nog meer? Mooie natuur, stilte, tevreden koeien."

Dat was twintig jaar geleden anders. Sprangers' koeien stonden of op stal of in het weiland bij zijn boerderij, waar ze één hectare met zijn drieën moesten delen. Hij boerde zoals dat heet intensief. Niet dat hij niet anders wilde, want biologisch boeren had hem altijd al aangesproken, maar hij had er gewoon niet genoeg grond voor. "In Haaren, hier in de buurt, zijn veel boomkwekerijen, een economisch sterke sector. Die kunnen een hoge pacht of aankoopsom betalen voor extra grond. Melkveehouders kunnen daar niet mee concurreren."

Toen kwam in 1992 het bericht van overheidswege dat de Loonse en Drunense Duinen de status van Nationaal Park zouden krijgen. "Er ontstond grote paniek in de streek," vertelt hij. "De boeren in de schil rondom de Duinen realiseerden zich dat de natuurdoelen van een Nationaal Park onherroepelijk gevolgen zouden hebben voor hun bedrijfsvoering. Veel boeren wachtten die ontwikkelingen niet af en verkochten hun grond. Degenen die niet weg wilden, zagen zich voor de uitdaging gesteld om met de nieuwe beperkingen toch te overleven in dit gebied."

De blijvers kwamen tot het inzicht dat ze, om hier de kost te kunnen blijven verdienen, bij het ontwikkelen van agrarische activiteiten rekening zouden moeten houden met de nieuwe natuurdoelen. Zo'n 170 boeren uit het duingebied tussen Tilburg, Waalwijk en Den Bosch sloegen met dat doel voor ogen de handen ineen en richtten in 1995 Stichting Overlegplatform Duinboeren op. Inmiddels heeft de stichting een eigen bureau en twee vaste medewerkers. Zij ondersteunen de boeren met projecten om hun bedrijfsvoering aan te passen - onder andere op het gebied van bestrijdingsmiddelen, bemesting en waterhuishouding. En ze adviseren hen bij het ontwikkelen van nieuwe activiteiten, zoals de verkoop van streekproducten, zorgverlening en agrotoerisme - 'kamperen bij de boer' (www.duinboeren.nl).

Ook zochten de Duinboeren contact met hun grote buurman Natuurmonumenten, die het beheer heeft over het Nationaal Park. "In de loop van de jaren is er gelukkig veel wederzijds vertrouwen gegroeid tussen de boeren en Natuurmonumenten", zegt Emiel Anssems, projectleider bij de Duinboeren. Dankzij deze goede samenwerking pakten de nieuwe ontwikkelingen voor Sjaak Sprangers gunstig uit. Ruim vijfhonderd hectare landbouwgrond rond de duinen werden in de afgelopen decennia uit de productie gehaald ten behoeve van de natuurontwikkeling, maar Sprangers kon juist uitbreiden. Van Natuurmonumenten kreeg hij in het Nationaal Park tegen een betaalbare prijs enkele grote stukken grasland in pacht, waardoor hij tot zijn vreugde kon overstappen van intensieve naar extensieve, biologische melkveehouderij. "Voor mij was er geen sprake van dwang. Het was juist een unieke kans."

Natuurlijk kan hij niet zomaar zijn gang gaan. Hij overlegt over alles met Natuurmonumenten, want ook op de graslanden in het Nationaal Park liggen natuurdoelen. Staande tussen Sprangers' koeien wijst Anssems naar de draad die het weiland afgrenst. "Tussen het bos en de draad is met opzet een metersbrede strook grond open gelaten. Daar kan de flora en fauna zich vrij ontwikkelen."

Aan de vegetatie van het weiland zelf stelt Natuurmonumenten specifieke eisen. Emiel Anssems: "Het moet schraal grasland worden met een variëteit aan grassoorten en kruiden. Die kruiden zijn nog aanwezig in de zaadbank in de grond, maar moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen. Hoe dat gaat, hangt af van de samenstelling van de grond, die weer samenhangt met de bemestingsgraad. Hoe schraler de grond, hoe meer kruiden de kans krijgen om tot wasdom te komen. De minerale samenstelling van de kruiden en grassoorten is vervolgens weer interessant voor het vee. Hoe meer variëteit, hoe groter de weerstand van de koeien, denken we." Sprangers vult hem aan: "Nu koopt de boer mineralen in een zak. Als de koe die mineralen al grazend binnen krijgt, is dat goedkoper, duurzamer en ook nog eens supergezond."

Verschralen en verruigen gaat het snelst, als de boer helemaal niet meer mest. Maar dat is geen optie bij melkvee. Sprangers: "Als het aanbod van voer te min is, stoppen de koeien met melk produceren." Per perceel bekijkt hij samen met Natuurmonumenten wat er moet gebeuren. Maar áls er gemest wordt, dan alleen met ruige stalmest. Kunstmest komt er bij een biologische boer, die ook nog eens zijn koeien weidt in een beschermd natuurgebied, niet aan te pas. "We zoeken naar de middenweg: niet te schraal en niet te voedselrijk."

Grote vijand van de melkveehouder op verschralende grond is het voor koeien giftige Jacobskruiskruid. "Het komt op als een kleine rozet," vertelt Sjaak Sprangers, "en die is supergiftig. Wat helpt is maaien. Eenmaal gemaaid, is het niet meer giftig, en door dat zo snel mogelijk te doen, voorkom je ook dat het tot bloei komt en zich uitzaait. Daarnaast zijn we, samen met het Louis Bolk Instituut voor duurzame landbouw en voeding, bezig met een proef met speciaal gekweekte kevertjes, die het Jacobskruiskruid misschien weg kunnen krijgen. Zo proberen we steeds van alles uit met de Duinboeren. We experimenteren al vijftien jaar." "Niet elke boer", weet hij, "is in staat of heeft voldoende vertrouwen om een deal te sluiten met natuurorganisaties, waarin rekening wordt gehouden met én de natuurdoelen, én de waterhuishouding én het economisch bedrijf. Maar één ding is zeker: als je alleen aan de profit denkt, gaat het landschap naar de verdommenis, en als je alleen aan de planet denkt, kun je hier als boer niet wonen."

Doorns in plaats van Heras
Voor hun experimenten vragen de Duinboeren projecten aan bij het ministerie van landbouw, de provincie en Europese fondsen. Projectleider Anssems: "Het jongste experiment dat we evenals dat met de kevertjes op het Jacobskruiskruid samen met het Louis Bolk Instituut uitvoeren, is een proef met voederbomen voor geiten en koeien - een idee uit de praktijk van de biologische landbouw."

Dat gaat om een duur onderzoek, maar de Duinboeren bedenken ook kleinere plannetjes, zoals geen folie meer in de sloot om onkruid te weren, maar verschraling van de slootkanten. En geen metalen Heras hekwerken meer op het erf tegen inbraak, maar een stekelige haag van meidoorn en sleedoorn. Het project 'efficiënt spuiten' is nog simpeler, maar wel zo effectief: schoffel meer tussen je maïs, dan hoef je minder onkruidverdelger te spuiten.

"We zijn ook bezig met een project hoe je de biodiversiteit op het boerenerf kunt verhogen," vertelt Anssems. "Samen met de boer bekijken we of hij misschien zijn exotische coniferenhaag kan vervangen door inheemse soorten, of zijn laagstam- door hoogstamfruit. Zelfs doodgespoten hoeken op het boerenerf kan nieuw leven worden ingeblazen door ze in te zaaien met een bont grasmengsel." Zie voor meer informatie: www.duinboeren.nl.

Stuifzand, statige eiken en middeleeuwse hoeves
Midden in Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen ligt een van de grootste actieve stuifzandvlaktes van Europa. Voor zover het oog reikt, zie je hier zand. Deze dertig vierkante kilometer 'Brabantse Sahara' wordt omzoomd door bossen en (voormalige) landbouwgronden.

Hengstven in het oostelijk deel van het Nationaal Park is zo'n voormalig landbouwgebied. Samen met de Duinboeren wordt het natuurvriendelijk beheerd, zonder bestrijdingsmiddelen of kunstmest. Ook letten de boeren op het fosfaatgehalte van de bodem. Daardoor zijn de graslanden en graanakkers rijk aan akkerkruiden, vlinders en vogels. Vroeger lag hier een vennengebied dat door de landbouwontginningen is ontwaterd. Natuurmonumenten wil de drassige situatie herstellen en de vennen en heide laten terugkeren in het landschap.

Plantloon in het noordelijk deel van het natuurgebied, waar Sjaak Sprangers zijn koeien weidt, heeft weer een heel ander karakter. Dit landgoed in Engelse landschapsstijl heeft statige eiken- en beukenlanen, middeleeuwse hoeves en weilanden met houtwallen. Het biedt een afwisseling van bos en landbouwgronden.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden