Aandoenlijk aapje met een koloniaal verleden

Collectiebeheerder Steven van der Mije met AramBeeld Patrick Post

Naturalis gaat op de schop. In 2018 moet er een nieuw museum staan in Leiden. Maar wat moet er worden tentoongesteld uit een collectie van veertig miljoen objecten? Trouw volgt de conservatoren en tentoonstellingsmakers bij hun keuzes. Aflevering 1: Aram de orang-oetan

Met zijn armpjes gebogen, vingers bij zijn mond, ogen dicht, de wimpers nog intact, nagenoeg onaangetast door de tijd. De orang-oetanbaby uit de wouden van Borneo ligt zo al ruim 120 jaar in de alcohol.

Alleen zijn naam is nieuw: Aram, naar Aram uit het gelijknamige liedje van Ramses Shaffy (Aram is jouw naam. Een prachtige naam. Je bent toch zo klein, maar alles doet al zijn werk, werk, werk). Liever had collectiebeheerder Steven van der Mije gezien dat Aram gewoon zijn nummer had gehouden. "Een naam, daar zit een emotionele waarde aan. Wil je onderzoek doen op een van onze objecten, dan moet je soms gekke dingen uithalen, bijvoorbeeld de schedel doorzagen. Dat doe je niet zo snel met iets wat een naam heeft."

Tot voor kort had Aram een nummer op een kaartje aan zijn achterpoot en was hij een van de veertig miljoen dode objecten (dieren, planten, stenen en schelpen) in de collectietoren van het Leidse Naturalis, een gebouw van twintig verdiepingen naast het museum.

Aandoenlijk
Van der Mije vond het babyaapje 'tijdens het vissen' op de elfde etage van die toren. Daar staan de metalen bakken alcohol, van anderhalf bij twee meter, een halve meter hoog. Met de beesten erin die nog niet goed zijn uitgezocht en gecategoriseerd, vaak vanwege een onhandig formaat.

"De zorgenkindjes", zegt Van der Mije. Hij trekt met wat moeite het zware deksel van een van de bakken. Er staat geen briefje op, het kan van alles zijn. In de gelige alcohol blijkt een ander aapje te liggen en een zwaan. Of liever, de resten van een aap die meteen Van der Mije's opmerking over naamgeving illustreren. Op dit kadaver is onderzoek gedaan: de schedel is doormidden, de hersens zijn nergens te bekennen. In zo'n zelfde griezelbak lag ook Aram tot twee jaar geleden. "Zelfs in de alcohol was hij aandoenlijk. Echt een hummeltje, bijna of hij sliep."

Griezelbakken
Maar dat plaatste Van der Mije ook voor een dilemma. Vissen in de griezelbakken heeft wat weg van een oude kast in de garage opruimen: zomaar terugleggen om over vijf jaar weer eens verrast te worden door je eigen spullen, dat is niet de bedoeling. Opruimen en categoriseren bij Naturalis betekent afstoten, gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek, of tentoonstellen.

Maar een object tentoonstellen, alleen omdat het mooi is, dat is niet de opzet van het nieuwe museum. Anders dan bij andere musea is het verhaal dat aan de bezoeker wordt verteld, leidend voor wat er tentoongesteld wordt en niet wat er toevallig beschikbaar is in de collectie. In de praktijk betekent dat: het narratief maken en daarna de toren in om te kijken wat er ligt om dat te illustreren. Maar dit mensapenjong is een uitzondering, een verhaal op zich.

Moeder en kind
Aram stierf nog in zijn geboortebos, in 1893. Een grootscheepse expeditie van vijf Europese wetenschappers en een ruim honderd man tellend gevolg van lokale dragers, soldaten en roeiers was de wildernis ingetrokken om Borneo, toen nog een ruige, onbekende jungle, te verkennen en wetenschappelijk onderzoek te doen.

Onder hen was Johann Büttikofer, een Zwitserse zoöloog die een groot deel van zijn leven in en voor Nederland werkte. Eerst voor het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie, de voorloper van Naturalis, later als directeur van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Büttikofer had eerder al onderzoek gedaan naar de flora en fauna van West-Afrika. Hij kwam ziek als een hond terug, maar vertrok later toch voor een grote onderzoeksexpeditie naar het voormalig Nederlands-Indië.

Biologisch onderzoek betekende destijds vooral verzamelen. Dat daarvoor dieren gedood werden, vond men volstrekt logisch. In Borneo zaten de wouden destijds nog vol orang-oetans. De expeditieleden hadden er al een stuk of twintig gedood toen ze de moeder van Aram uit een boom schoten, niet wetend dat op haar buik een jong zich aan haar vacht vastklampte.

Het zal wellicht niet de bedoeling zijn geweest om een zogende moeder te doden, want de mannen probeerden het jong in leven te houden met rijstwater. Het mocht niet baten, enkele dagen later stierf ook de babyaap. Zijn moeder en de andere grote apen werden ter plekke gevild en in een zoutbad gelegd om als huiden mee terug naar Nederland genomen te worden, maar Aram was nog klein genoeg voor een pot alcohol.

Toen ze de moeder van Aram uit een boom schoten, wisten ze niet dat een jong zich aan haar vacht vastklampteBeeld anp

Trofeeën
Zo belandden Aram en zijn familieleden in de zoölogische collectie van Leiden als enkele van de vele trofeeën die meegenomen werden uit de Nederlandse kolonie.

Arams moeder en nog drie andere mannetjes uit zijn omgeving vond Van der Mije terug op de derde etage. Of liever gezegd, hun huiden. De gedroogde tropische bladeren die gebruikt zijn als een soort vulling steken er nog uit. "Ze kunnen niet meer opgezet worden, daarvoor is de huid te veel aangetast door het zoute water. Maar het feit dat we familie van Aram hebben, zet de deur voor wetenschappelijk onderzoek open." Zo kan er met het DNA van Aram en zijn familie gekeken worden naar de veranderingen in de versplinterde orang-oetanpopulatie die nu nog op Borneo leeft.

Iconisch
Naar alle waarschijnlijkheid krijgt deze aap een iconische status in het nieuwe museum vanwege zijn schoonheid, het koloniale verhaal en vanwege de mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek naar een zwaar bedreigde diersoort. Waar Aram precies in de nieuwe tentoonstelling terechtkomt, is nog de vraag. Van der Mije, wiens werk het is om de orde in de veertig miljoen objecten te houden, zegt met gespeelde knorrigheid: "Alles goed en wel, maar ik zit voorlopig nog steeds met een dier in een pot, een stukje chaos in de orde."

Een nieuw museum
Naturalis bestaat tweehonderd jaar, maar pas sinds midden jaren 90 hoort er ook een museum bij de uitgebreide collectie. Vóór die tijd waren de dieren opgeborgen in eindeloze rijen stellingkasten. Sinds 2010 zijn ook de collecties van het Zoölogisch Museum Amsterdam en het Nationaal Herbarium uit Wageningen bij Naturalis ondergebracht, waardoor het vrijwel de gehele natuur-historische collectie van Nederland beheert - een collectie zó groot dat het museum uit zijn jas is gegroeid. Ook de stroom bezoekers vraagt om een grotere expositieruimte. In 2018 moet er een nieuw museum staan (zie kleine foto) op de plek waar nu nog een parkeerplaats is. Het Pesthuis, de huidige ingang van het museum, krijgt een andere bestemming. Rondom de collectietoren wordt een museum gebouwd met anderhalf maal het oppervlak van het huidige, dat wordt verbouwd tot extra depotruimte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden