Aandeel buitenlandse spelers moet kleiner

De hockeyclubs in de hoofdklasse voor mannen en vrouwen gaan het aantal buitenlanders in de competitie samen proberen terug te dringen. Rotterdam spreekt van een ’onzinafspraak’.

In het hoofdklasse-overleg hebben de clubs afgesproken om de komende twee seizoenen maximaal drie buitenlanders in hun selectie op te nemen. Ze willen op die manier gezamenlijk de toestroom vanuit het buitenland een halt toeroepen. Dit seizoen zijn liefst 42 spelers zonder Nederlands paspoort actief in de hoogste hockeyklasse bij de mannen. De clubs delen de zorg dat door de buitenlanders de doorstroming van Nederlands talent stagneert.

Simons: „Buitenlandse spelers zijn uiterst gewenst en kunnen een verrijking zijn voor de competitie. Maar veel spelers die de laatste jaren naar Nederland zijn gekomen, overstijgen niet altijd het gemiddelde hoofdklasseniveau. Zij dreigen de doorstroming van Nederlandse talenten te vertragen en dat is weer een uiterst ongewenste ontwikkeling.”

Hockeyclub Rotterdam onttrekt zich aan het akkoord. Jan Hagendijk, die namens Rotterdam bij het overleg aanwezig was, spreekt van ’een onzinafspraak’. „Het tast de eigen operationele vrijheid van een club aan. Wij vinden het onzin om die in regels vast te leggen. Clubs die er vier onder contract hebben en misschien een paar aflopende contracten hebben roepen nu ineens dat ze tegen buitenlanders zijn. Het is een beetje politiek.”

Hagendijk spreekt van ’vage intenties’. Hij meent dat buitenlanders alleen maar een stimulans zijn. „De doorstroming wordt ook niet belemmerd. Rotterdam heeft zes buitenlanders, maar we hebben ook zes jonkies in de selectie waarvan er vier in Jong Oranje spelen. Spelen en trainen met Angelsaksische spelers maakt ze mentaal beter. Geen enkele club zal dure buitenlanders halen als de organisatie van de jeugd goed genoeg is.”

Dat Rotterdam niet meedoet maakt het herenakkoord er niet sterker op, beseft Simons. „Dan kun je twee dingen doen: alles zo laten of besluiten met de rest toch iets te doen. We kiezen voor het laatste. Het zijn ook geen echte regels waar sancties op kunnen staan. Door de Europese wetgeving is dat ook niet mogelijk.”

Midden jaren negentig was Oranje Zwart de eerste club die met de Duitser Fischer en de Pakistaan Shahbaz buitenlanders in de Nederlandse competitie bracht. Veel clubs volgden, om het hoofd boven water te kunnen houden. Rotterdam en HCKZ spannen nu de kroon met elk zes buitenlanders onder contract, HGC en Eindhoven hebben er vijf, Tilburg en Den Bosch vier. Vooral oud-international Jacques Brinkman verzette zich als coach van SCHC altijd fel tegen de intocht van middelmatige spelers van over de grens.

Op het nu afgesproken aantal van maximaal drie per club wordt een uitzondering gemaakt voor buitenlanders die al minstens drie jaar aaneengesloten in de Nederlandse hoofdklasse hebben gespeeld. „Zij zijn al zo lang hier, dat we ze als Nederlandse spelers beschouwen”, aldus Simons. Dat maakt dat de gevolgen voor veel clubs beperkt blijven. Komend seizoen staat voor veel buitenlanders in het teken van de Olympische Spelen in Peking. Om die reden zal een belangrijk deel terugkeren naar hun vaderland.

Bij hockeyclub Klein Zwitserland geldt dat laatste voor drie spelers. Daarvoor zullen geen buitenlanders in de plaats komen. „We waren al druk bezig met een goed jeugdbeleid en dit is een goed moment om dat verder door te zetten. De laatste jaren is het erin geslopen om te snel voor buitenlanders te kiezen. Dit is een goed moment om dat te gaan indammen”, zegt HCKZ-voorzitter Egbert Ottevanger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden