Aandacht voor ozongat mag niet verslappen

Dankzij het Montreal Protocol is de uitstoot van ozonafbrekende stoffen bijna tot nul gereduceerd. Maar het gaat langzaam en we moeten erop blijven toezien dat het ozongat echt verdwijnt.

Het gat in de ozonlaag wil maar niet krimpen. Het bereikte in 2006 een recordgrootte en ook dit jaar lijkt de dalende trend die al tien jaar wordt verwacht, uit te blijven. Toch geldt het Montreal Protocol, dat twintig jaar geleden werd opgesteld om de ozonlaag te redden, als doeltreffend. ’Het succes van 20 jaar Montreal’ is het thema van een symposium dat vanmiddag in Bilthoven wordt gehouden.

Geduld is hier het devies. „De wereld heeft in 1987 de juiste diagnose gesteld en de patiënt de goede pil toegediend”, zegt Peter Siegmund van het KNMI. „Het wachten is nu op de genezing.” Dat duurt alleen nog even. Dankzij het Montreal Protocol is de uitstoot van ozonafbrekende stoffen bijna tot nul gereduceerd en vanaf halverwege de jaren negentig neemt de hoeveelheid van deze stoffen in de atmosfeer af. Maar dat gaat zo langzaam dat de ozonlaag pas rond 2050 weer de dikte van vóór 1980 zal hebben, terwijl het boven de polen nog wel tien tot twintig jaar langer kan duren.

Het Protocol was zo succesvol omdat het de eerste keer is geweest dat een milieuprobleem wereldwijd is aangepakt en de afspraken wereldwijd zijn nageleefd, zegt Guus Velders van het Milieu- en Natuur Planbureau. „Daarom kunnen we iets van Montreal leren bij de aanpak van de klimaatproblematiek. Natuurlijk, het ozonprobleem was relatief eenvoudig. Er waren alternatieven en de maatregelen waren minder ontwrichtend dan ze bij het klimaat zullen zijn. Maar een les van Montreal is dat het belangrijk is om arme landen meteen binnenboord te trekken.”

Dat ging destijds niet zonder slag of stoot, zegt professor Frank Biermann van de Vrije Universiteit. „Aanvankelijk wilden de ontwikkelingslanden, China en India voorop, niet meedoen. Ze waren het er niet mee eens dat iedereen gelijk werd behandeld. Pas toen ze tien jaar uitstel kregen, en geld en technologie van het westen, gingen ze overstag. Dat is ook de les voor een klimaatverdrag: kijk niet alleen naar het milieu, maar neem het ontwikkelingsbelang van arme landen serieus.”

Een tweede les is de noodzaak om maatregelen op elkaar af te stemmen. Velders: „De Protocollen van Montreal en Kyoto (waarin klimaatafspraken zijn gemaakt) liepen soms langs elkaar heen. Ontwikkelingslanden mochten tot 2016 het ozonafbrekende HCFK-22 produceren. Bij die productie komt het broeikasgas HFK vrij. De arme landen kregen van ’Kyoto’ geld om dat HFK te vernietigen en voerden daarom de productie van HCFK-22 op. Zo hielden ze aan de twee protocollen geld over.”

Maar het Montreal Protocol is vooral een succes, vervolgt hij. Het is voorlopig zelfs effectiever tegen de opwarming van de aarde dan het Kyoto Protocol. „De ozonafbrekende stoffen hebben ook een broeikaswerking. De maatregelen van Montreal hebben tot nu toe vijf à zes keer meer gedaan tegen de opwarming van de aarde dan het Kyoto Protocol.”

In het succes schuilt evenwel ook een risico, zegt Siegmund van het KNMI. „De maatregelen zijn genomen, het probleem lijkt daarmee opgelost. Daarom verslapt de aandacht en verleggen de subsidiestromen zich naar het klimaat. Maar we zullen moeten blijven opletten. We hebben het ozongat per toeval met satellieten ontdekt; we zullen erop moeten toezien dat het ook echt verdwijnt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden