Aan onkritische liefde heeft Israel niets

Van vakantie teruggekomen ontdekte ik de Podiumbijdrage van de heer M. N. Bavly, ambassadeur van Israel, van 6 augustus: 'De echte cijfers over christenen in Israel'. Daarin zet deze vraagtekens achter de door mij genoemde cijfers betreffende de terugloop van het aantal christenen in de Arabische sector van Jeruzalem en de bezette gebieden (23 juni en 23 juli).

JAN SLOMP

Eerst de cijfers. De ambassadeur heeft gelijk wat Jeruzalem betreft.

Mijn cijfers had ik ontleend aan Said K. Aburish, The forgotten faithful.

Socioloog en demograaf dr. Bernard Sabella van de Universiteit van Bethlehem verklaarde desgevraagd dat Aburish' cijfers niet kloppen, maar dat hij gelijk heeft als hij stelt dat het aantal christenen wel drastisch is teruggelopen. Er wonen, volgens Sabella, nog 10 000 christenen in het oude Jeruzalem (volgens Bavly 11 000). Maar is de daling van 4 000 (volgens de ambassadeur) sedert 1983, versterkt en versneld volgens hemzelf door de intifada, niet verontrustend genoeg? Ik vind het minder fijngevoelig tegenover de slachtoffers aan beide kanten dat de ambassadeur opmerkt dat Israel de intifada niet is begonnen.

De Palestijnse christenen vinden de toestand wel verontrustend. Vandaar dat Arabische kerkelijke en universitaire leiders uit Jeruzalem en omgeving met Pinksteren 1993 in Cumberland Lodge in Engeland een conferentie hebben gehouden om de noodklok te luiden. Want als de terugloop in hetzelfde tempo door blijft gaan zullen er inderdaad aan het begin van de 21ste eeuw geen Arabische christenen meer in Jeruzalem wonen. Het aantal joden in de oude stad neemt daarentegen toe en het aantal Arabieren daalt.

Dr. Sabella stelt verder dat er in 1967 50 000 christenen op de Westbank en in de Gazastrook woonden. Als er geen sprake zou zijn geweest van toenemende emigratie zouden dat er vandaag 68 000 moeten zijn. De groei is 35 procent achtergebleven. De bezetting is niet de enige maar wel een zeer belangrijke oorzaak geweest van die stagnatie. De christelijke emigratie is verhoudingsgewijs groter dan die van moslims. De oorzaken van deze migratie onder christenen worden geanalyseerd in het speciaal aan dit onderwerp gewijde decembernummer 1992 van Al-Liqa Journal.

Ik had het niet over de christenen binnen de staat Israel. De ambassadeur haalt die er bij om tegenover mij te kunnen zeggen dat hun aantal toenam tot 110 000. De officiele statistieken, die ik ook heb, noemen voor 1989 107 000. Maar de heer Bavly vergeet er bij te vermelden dat het percentage christenen in Israel tussen 1949 en 1989 is gezakt van 2,9 naar 2,3 procent. Het gaat uiteindelijk niet om de cijfers zelf maar om de mensen achter die cijfers, die voelen dat hun onrecht wordt gedaan, omdat ze hun land en hun werk verliezen. Achter die cijfers hoor ik de schreeuw om recht van Palestijnen. De titel van het boek van de Jeruzalemse theoloog Naim Ateek luidt daarom ook: 'Justice only justice!'. Daarom ben ik ook helemaal niet onder de indruk van het aantal kerken die met staatssteun zijn gerepareerd. Kerken op heilige plaatsen trekken immers toeristen aan.

Restauratie is gedeeltelijk eigen belang van de regering.

Onze werkgroep meent dat we, door voor Palestijnen op te komen, Israel op de lange duur een dienst bewijzen. De ambassadeur kan als hij dat wenst, met de leden komen kennismaken.

Tenslotte een in dit geval onvermijdelijk woord ter zelfverdediging. Ik heb het niet nodig bij de moslims in het gevlij te komen. Mijn relaties met hen zijn gelukkig goed. Bovendien, sedert ruim twintig jaar zet ik me in voor goede relaties tussen aanhangers van Abraham-godsdiensten. Onder meer in mijn brochure 'Joden, Christenen, Moslims - een driehoeksverhouding?' (1971; 1986 zevende druk). Een enkele moslim heeft dat misverstaan en gedacht dat ik het daarin voor de joden opnam tegen de moslims. Ik kwam voor beiden op.

Ik vermeld en passant dat ik aan enkele programma's van de Anne Frank Stichting heb meegewerkt. Verder ben ik sedert 1992 vicevoorzitter van de landelijke overleggroep van joden, christenen en moslims. Onze activiteiten zijn uitvoerig in het Nieuw Israelietisch Weekblad beschreven. Zou dit mogelijk zijn wanneer ik als anti-joods bekend zou staan?

Mijn ouders hebben tijdens de oorlog joden helpen verbergen. Ze zijn daarvoor ook door joodse instanties geeerd. Op 11 april 1985 ontving het dorp Nieuwlande in Drenthe, waar mijn vader predikant is geweest en waar hij het verzet heeft gestimuleerd, uit handen van de ambassadeur van Israel het Yad Vashem erecertificaat voor het verbergen van joden. Ik heb die uitreiking meegemaakt.

Wie uit zo'n gezin komt, krijgt liefde voor het joodse volk van huis uit mee. Maar niet een onkritische liefde. Daar is niemand van of mee gediend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden