Aan Michaël komt niemand voorbij

Aan Michaël komt niemand voorbij. Het tweede antifoon van de lauden op zijn feestdag laat daarover geen misverstand bestaan: ‘Aartsengel Michaël, ik heb u aangesteld tot vorst over alle zielen, die moeten worden ontvangen.’

De eerste onder de engelen bewaakt de zielen, voert hen ten oordeel, gaat voorop in het gevecht met het kwaad en heeft in de hemel een plaats aan de zijde van God. Nergens zijn deze 'ambten' van Michaël zo uitvoerig in beeld gebracht als in en aan de Romaanse kerken.

Hij weegt er de zielen in het timpaan boven de toegangsdeur in het westen, de kant, waar volgens de middeleeuwers het kwaad huisde. Vervolgens waakt hij op de overgang tussen de wereld en het (aardse) paradijs in zijn kapel in de toren. Met de draak zien wij hem strijden op de binnenmuur boven de ingang. En tenslotte staat hij naast de troon van God achter het altaar in de apsis in het oosten, de kant van het hemelse Jeruzalem.

Michaëls bijstand aan de zielen en zijn gevecht met de duivel heeft een bijbelse achtergrond. De profeet Daniël noemt hem 'vorst', alhoewel nog geen engel (10,13.21; 12,1). De apostel Judas laat hem in zijn brief met de duivel om het lichaam van Mozes strijden (vandaar dat vele graf- en kerkhofkapellen die onder zijn hoede staan) en in het twaalfde hoofdstuk van de Apocalyps voert Michaël de goddelijke legerscharen aan die de draak, symbool van het kwaad, uit de hemel stoten.

De verering van Michaël kwam in de eerste eeuwen maar moeizaam opgang. Engelen zijn in feite geen heiligen en nooit door de Kerk als zodanig erkent. Bovendien waren kerkvaders als Augustinus er voor beducht dat het volk naar heidens gebruik van de engelen een soort (half-) goden zouden maken. Hiëronymus was daarentegen al van mening dat iedereen, gedoopt of niet, bij zijn geboorte een engelbewaarder aan zijn zijde zou krijgen, zodat de mens zich vanaf zijn eerste ademtocht, niet alleen met het aardse maar ook met het bovenaardse verbonden weet.

Maar terwijl deze discussie nog gaande was, hadden anderen zich al over Michaël ontfermt. Keizer Constantijn en zijn Byzantijnse opvolgers voegden Michaël bij wijze van spreken toe aan hun 'goddelijke' hofhouding en stelden kapellen en kerken, steden en dorpen onder de hoede van Michaël als was hij een officiële vertegenwoordiger van hun rijk.

Onder de Ottoonse Keizers (10-11de eeuw) veranderde Michaël van een hoveling in een strijdende engel die het opnam tegen de heidenen en het kwaad. Michaël werd dan ook patroon van de ridders en later van soldaten.

Naast vorsten onderhielden ook de benedictijnen een bijzondere relatie met de aartsengel. Tal van hun, vaak hoog gelegen kloosters werden onder zijn hoede gesteld. Een van hun eerste monasteria lag op de berg Gargano in Zuid-Italië, waar Michaël in 493 verschenen zou zijn onder achterlating van een afdruk van zijn voet.

Hun klooster Mont-Saint-Michel voor de Bretonse kust is van een pelgrimsoord tot een ware toeristische trekpleister uitgegroeid. Ook in Nederland stelden vele kloosters, kapellen, broederschappen en gilden zich onder bescherming van Michaël. Nog altijd siert zijn beeltenis het gemeentewapen van St-Michielsgestel en Thorn. Dat deden ook de politiebonden, net als de KRO. De laatste vanwege haar uitzendingen door de ether.

Maar tot een grootschalige Michaëldevotie is het in ons land niet gekomen, al werd hij in Brabant en Limburg aangeroepen om tijdig op te staan: Heilige Engel Sint Michiel / ik beveel u lijf en ziel. / Wil mij wekken metter spoed , /niet te vroeg en niet te laat, / als de klok...uren slaat. Voor het overige staat zijn feestdag voornamelijk in het teken van de wisseling der seizoenen.

Sint Michiel brengt de winter onder zijn kiel en Sint Michiel verbiedt linnen broek en blauwe kiel en tal van andere weerspreuken die de herfst aankondigen. Maar brengt de dag mooi weer, dan houdt de St.Michielszomer vier weken aan.

Boeren openden op 29 september galnoten. Waren ze vochtig, dan zou het jaar vruchtbaar worden, verdord, dan zou de komende zomer droog zijn. Michielsdag was de tijd om winterkoren te zaaien en om te denken aan de vorderingen die op Sint Maarten (11 november) vervielen: Michiel maant, Maarten betaalt.

Nu deze gezegden en gebruiken op het land grotendeels tot het verleden behoren, zijn het de Vrij Scholen die in navolging van Rudolf Steiner de 29ste september nieuw leven in blazen met hun feest van Sint Michiel, dat tesamen met Kerst, Pasen en St.Jan, de vier seizoenen symboliseert.

Wouter Prins is wetenschappelijk medewerker bij het Museum voor Religieuze Kunst in Uden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden