Aan het Haagse akkoord hebben deze mensen niets

Analyse | Nee, het 'ei van Columbus' is het niet, vindt zelfs Mark Rutte. De vraag is wiens probleem het bed, bad en brood-akkoord eigenlijk oplost.

Het lijkt eenvoudig: het bed, bad en brood-debat gaat over uitgeprocedeerde asielzoekers. Maar dat klinkt simpeler dan het is. Onder de term 'uitgeprocedeerd' blijkt bij nadere beschouwing een bont geschakeerde stoet vreemdelingen schuil te gaan. Uitgeprocedeerd is niet altijd echt uitgeprocedeerd: velen zitten in een nieuwe procedure, die een lange adem en veel begeleiding vergt.

Even een greep uit hun obstakels. Je moet een advocaat vinden die zich wél voor je wil inspannen, ook al verdient hij er geen droog brood mee. Een taaltoets regelen - én betalen - om je nationaliteit aan te tonen. Gevluchte familieleden opsporen in een regio verscheurd door oorlogen. Een geboorteakte bemachtigen uit een land zonder wegen of functionerende regering, laat staan gemeentelijke basisregistratie. Dealen met ambassades die ook al niet functioneren.

Kortom, zo'n aanvraag duurt vaak maanden. En al die tijd krijgen velen van hen geen opvang in bijvoorbeeld een azc. Je zou dus zeggen: bed, bad en brood is bij uitstek iets voor hen. Maar aan het Haagse akkoord hebben deze mensen niets. In een 'voortraject' van terugkeer, zoals het kabinet die in vijf steden wil optuigen, passen zij niet. Ze zijn immers niet van zins te vertrekken.

En zo tuimelen ze toch in wat Thomas Spijkerboer het 'asielgat' noemt. Hij is hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Spijkerboer: "In dat asielgat zitten mensen die om allerlei redenen niet teruggaan, afhankelijk van individuele omstandigheden of hun nationaliteit. Natuurlijk, er is de firma list en bedrog: mensen die telkens een andere naam opgeven en rustig toekijken hoe de wanhoop toeslaat bij instanties. Er zijn ook mensen die niet terug willen en wier land van herkomst alleen reisdocumenten verstrekt aan mensen die vrijwillig terugkeren. En dan zijn er nog mensen die écht niet terug kunnen."

Nu kun je zeggen: die laatsten komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning via de zogenoemde buiten-schuldregeling. Dat is zo - in theorie. In de praktijk blijken de regels zo strikt dat slechts enkele tientallen haar weten te bemachtigen. Terwijl de groep onuitzetbaren veel groter is. Dat blijkt wel uit het feit dat zelfs detentie en gedwongen uitzetting voor velen niet werkt: ze blijken niet 'verwijderbaar'. Vorig jaar belandden 817 gedetineerden onverrichter zake weer op straat.

Akkoord of niet, veel uitgeprocedeerde asielzoekers blijven op straat staan. Bovendien zijn zij niet de enige illegalen in Nederland. Ze maken onderdeel uit van een veel grotere groep ongedocumenteerden. En juist over hén zou dit debat moeten gaan.

Hier raakt het akkoord nog verder losgezongen van de werkelijkheid. Want zijn uitgeprocedeerde asielzoekers al lastig onder één noemer te brengen, bij de totale groep mensen zonder verblijfsvergunning is dat nog veel moeilijker. Laat staan dat ze in een terugkeerbeleid passen.

Dit is een ongrijpbare en kwetsbare groep, waartoe bijvoorbeeld ook Filippijnse schoonmaaksters behoren die nooit asiel hebben aangevraagd. De Koppelingswet uit 1998 sloot ze uit van werk, woning en sociale voorzieningen, om ze tot vertrek te bewegen. Ze leven in een schaduwwereld. Het is dít probleem dat de kerken twee jaar geleden aankaartten bij het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van de Raad van Europa - de klacht die de aanleiding vormde voor het bed, bad en brood-debat.

Het ECSR gaf de kerken gelijk: mensenrechten zijn onvoorwaardelijk en mogen niet afhangen van een verblijfstitel. Nederland gaat daar lijnrecht tegen in, aldus advocaat Pim Fischer, die de kerken bijstond. "Het maakt opvang juist tot een instrument in het terugkeerbeleid."

Hoe groot het probleem nu precies is, weet niemand. Vermoedelijk loopt het aantal ongedocumenteerden in Nederland in de tienduizenden. Een veelgehoorde schatting is honderdduizend. Fischer: "De meesten zwerven niet op straat en kraken geen kerken. Ze hebben een netwerk en werken zwart. Dat betekent niet dat zij geen problemen hebben. Voor hen is er geen medisch vangnet. We weten niet wie in de prostitutie verdwijnen of uitgebuit worden. Vaak leven ze in bittere armoede."

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken drong er in het rapport 'Recht op menswaardig bestaan' uit 2012 al op aan de Koppelingswet minder stringent te maken. Omringende landen, constateerde de commissie, kennen zo'n absolute koppeling tussen verblijfsvergunning en sociale voorzieningen niet. Fischer: "Duitsland heeft een gedoogstatus, Duldung, die ongedocumenteerden recht op opvang en beperkt toegang tot de arbeidsmarkt geeft."

Het zou een begin van een oplossing kunnen zijn: geen volledig burgerschap, wel basale rechten. Zo haal je ze in ieder geval uit de schaduw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden