Aan flinke voornemens geen gebrek

Romans van Carolina Trujillo, Jeroen Thijssen en Eva Kelder cirkelen rond de verzandende strijd voor een betere wereld

Nescio's onsterfelijke verhaal 'Titaantjes' zet in met een weemoedige terugblik op de tijd dat de verteller en zijn jeugdvrienden nog bereid waren om het tegen de gevestigde orde op te nemen. "Bekker had een vaag besef dat-i alle kantoren wilde afbreken, Ploeger wilde zijn baas z'n eigen klokken laten inpakken en er bij gaan staan en vloeken op die kerels die nooit iets goed konden doen." Aan flinke voornemens geen gebrek. Er komt alleen niets van terecht.


Ik moest aan 'Titaantjes' denken bij het lezen van Jeroen Thijssens nieuwe (zesde) roman 'Hazer'. Ook daarin maken we kennis met hemelbestormers die ten slotte 'stakkerig wijs' worden, om met Nescio te spreken, om zich uiteindelijk gewillig aan te passen aan de status quo.


Eind jaren zeventig hebben ze vol enthousiasme een leegstaand Haarlems politiebureau gekraakt en herschapen in een leef- en woonplek voor overjarige hippies, punkers, activisten, studenten, samenhokkende stelletjes, feministes, mannen die door hun vrouwen op straat zijn gezet en andere woningzoekenden. De ziel van het Hazer gedoopte pand is een bewonerscomité waarvan behalve hoofdpersoon Rogi en aspirant-sociaal werker Marcel ook de gestaalde marxist Kraay deel uitmaakt. Thijsens verhaal culmineert in de confrontaties tussen de krakers en de mobiele eenheid die Amsterdam omstreeks 1980 veranderden in een slagveld, compleet met pantserwagens en cavaleriecharges. Daarna gooit de meerderheid van de bewoners het op een akkoordje met de gemeente Haarlem, die in ruil voor toezicht op haar onroerend goed de nodige subsidies voor onderhoud en renovatie verschaft. 'Repressieve tolerantie' heette dat destijds.


In een reeks opeenvolgende taferelen, verspreid over de periode 1978-1980, schildert Thijssen de dagelijkse routine in de Hazer. Zo zijn we getuige van vergaderingen waarbij verwoed wordt gediscussieerd over naamgevingskwesties (moet het nu 'krakers' zijn of het meer emancipatoire 'krakersters'?), van onderhandelingen met de sociale dienst en het arbeidsbureau om toch uitkeringsgerechtigd te blijven, van meervoudige relaties (Rogi moet zijn vriendin met twee huisgenoten delen), en zo meer. De sfeer die uit dit alles opstijgt is allerminst vrolijk, in weerwil van de vrije, blije seks en de walmen van hasj en wiet.


Dankzij Rogi, de spil van het verhaal, krijgen we een weinig florissant beeld van het leven in een kraakpand voorgeschoteld. Nog maar nauwelijks puber af, meldt hij zich aan de poort van de Hazer, ontheemd nadat zijn hippie-ouders naar Ierland zijn getrokken.


Al deze geschiedenisjes krijgen het tegenwicht van de loodzware historische erfenis van de Tweede Wereldoorlog. De vraag of je goed dan wel fout was tijdens de Duitse bezetting, is voor Kraay en de zijnen het morele ijkpunt, en dus probeert Rogi goede sier te maken met de heldendaden van zijn moeders vader. Jammer genoeg dreigt die familieglorie te verbleken tegen het duistere oorlogsverleden van de andere opa. Later zal blijken dat het blazoen van beide grootvaders een mix van goed en fout is.


Morele kwesties spelen ook een cruciale rol in 'Een charismatisch defect' van Eva Kelder (1980). Anneke, die haar naam onder invloed van haar minnaar en communeleider Blake verandert in April, moet lijdzaam toezien hoe love and peace geleidelijk plaatsmaken voor gewelddadige acties met dodelijke afloop. Slachtoffer daarvan is een zakenman die ten tijde van de Vietnamoorlog voor het Amerikaanse leger werkt. April had hem nog kunnen redden, maar laat dat na. Het blijft haar een leven lang dwars zitten. En op de minder heftige kanten van haar hippiejaren kijkt ze ook niet met plezier terug.


Anders dan de in 1959 geboren Thijssen kent Kelder de periode waarin haar roman zich afspeelt, de jaren zestig, alleen van horen zeggen. Gedegen documentatie had die lacune kunnen compenseren. Nu maakt de opeenstapeling van fouten en onwaarschijnlijkheden dit verhaal, dat zo graag wil overtuigen van zijn authenticiteit, al bij voorbaat ongeloofwaardig. Dat je van lsd een praatkick krijgt is onzin. Jenever was nog nooit bij enige Nederlandse supermarkt te koop. Dat een rechtse vader zijn linkse dochter in 1968 wist te voorspellen dat een jaar later het Maagdenhuis door studenten zou worden bezet is uiterst onwaarschijnlijk.


Naast dat zwakke feitenmateriaal is er ook nog de stijl, die zwabbert van onbeholpen naar geëxalteerd. Als April moeizaam ligt te bevallen, houdt de pijn zelfs niet op 'wanneer haar baarmoeder even naar adem hapte'. Ouder geworden stelt ze tevreden vast 'dat haar borsten er beeldig bij lagen, opgezwollen en naar adem happend als zwembandjes'. Don Juan Blake is bang voor vrouwen, wel wetend dat ze hem doorzien. "Ze trokken je vel over je hoofd tot je naakt en glibberig op het dorpsplein lag."


Eva Kelder raakt al doende verzeild in het groteske genre. Dat combineert niet lekker met het waarheid suggererende beeld van de realiteit anno 1970 dat ze zo krampachtig probeert neer te zetten.


Dan kun je maar beter de waan over de werkelijkheid laten zegevieren en je weergave van het revolutionaire verleden kruiden met verbeelding en magie, zoals (de niet toevallig in Zuid-Amerika gewortelde) Carolina Trujillo (1970) laat zien in haar roman 'Vrije radicalen'.


Ook hier komen we aan de hand van de hoofdpersoon uit bij een terroristische aanslag, ditmaal gepleegd op de Amsterdamse Miljonair Fair. Voor het zover is hebben we al een complete schelmenroman achter de kiezen.


Daarin worden de hoofdrollen gespeeld door Jaime, wees geworden nadat hij zijn ouders en twee broers slachtoffer heeft zien worden van het dictatoriale regiem van zijn geboorteland Urugay, en Gas, een verschoppeling die zich in leven houdt met drugshandel en aanverwante activiteiten.


Ook nadat Jaime door zijn grootmoeder naar Nederland is gehaald en daar is opgegroeid, laat de herinnering aan Gas hem niet los. Ten slotte laat hij zijn jeugdvriend overkomen. Bij aankomst op Schiphol heeft die zo'n forse hoeveelheid cocaïne in zijn bagage dat hij en Jaime daar lange tijd onbezorgd van kunnen leven. Tussen het dealen en snuiven door broeden ze op plannen om de gevestigde orde zoveel mogelijk schade te berokkenen.


Naarmate deze geschiedenis vordert, begint de lezer steeds meer te sympathiseren met Jaime's psychiater. Deze hulpverlener weet zeker dat Gas niets anders is dan een denkbeeldige dubbelganger die namens Jaime moet doen waartoe Jaime zelf niet bij machte is.


Van deze drie romans, die ieder voor zich cirkelen om het gegeven van de hopeloos verzandende strijd voor een betere wereld, is die van Trujillo me het liefst, en merkwaardig genoeg omdat zowel haar verhaal als haar personages mijlenver van de werkelijkheid af staan.


Eva Kelder heeft haar greep al verloren nog voordat ze goed en wel aan haar relaas is begonnen. De afstand die Jeroen Thijssen tot zijn anti-held bewaart doet vergeleken daarmee weldadig aan, maar zijn boek is ook wat mat. Ik zou toch graag gezien hebben dat hij zijn karakter Rogi wat meer zicht op de toekomst had gegeven dan spreekt uit diens verzuchting dat behalve hijzelf ook de voltallige mensheid bezopen is.


Jeroen Thijssen: Hazer Nieuw Amsterdam; 319 blz. euro 19,99


Eva Kelder: Een charismatisch defect Meulenhoff; 255 blz. euro 18,99


Carolina Trujillo: Vrije radicalen Querido; 360 blz. euro 19,99


'Geen woning, geen kroning': 30 april 1980, krakersrellen in Amsterdam tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix (ANPFoto)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden