Aan een ramp denkt de kerk liever niet

Kerken weten niet goed hoe zij hulp kunnen verlenen na een ramp. In veel gemeentelijke rampenplannen komen ze niet voor en met aanbevelingen uit het verleden is weinig gedaan. ,,Je wilt je schaapjes redden, maar wie zorgt er voor de herder?"

Pastoor Jan Berkhout hield tijdens en na de brand in café Het Hemeltje in Volendam (nieuwjaarsdag 2001) een dagboek bij. „De overheid heeft onvoldoende zicht op het specifieke werk van de kerk en de pastor in noodsituaties”, noteerde hij.

In nasleep van de Bijlmerramp, bijna tien jaar vóór ’Volendam’, hield predikant Otto Ruff van de Moluks-evangelische kerk in Amsterdam Zuidoost een hartstochtelijk pleidooi: Nederland had behoefte aan speciaal getrainde rampenpastores, om slachtoffers adequate geestelijke bijstand te verlenen.

Na de Volendamse cafébrand stelden de drie Samen-op-Wegkerken, voorlopers van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), dominee Ruff voor een dag per week aan om een beleid te ontwikkelen dat ’de rol van de kerken duidelijker naar voren zou schuiven’ bij een volgende ramp.

Ruff produceerde de dertig pagina’s tellende brochure ’De rol van de kerk bij een ramp’, in november 2002 uitgegeven door Kerkinactie, de hulporganisatie van de PKN.

Ruffs brochure bevat heldere aanbevelingen: iedere kerkelijke gemeente zou een draaiboek moeten maken voor hulpverlening na rampen, waarvoor predikanten en ’gewone’ gemeenteleden een training moeten krijgen van het ondersteunende dienstencentrum van de PKN in hun regio. Voorts zou bij Kerkinactie een coördinator-op-afstand aangesteld moeten worden. Die zou, met het hoofd koel, de kerken bij een ramp kunnen bijstaan.

De aanbevelingen van Ruff blijken, bijna drie jaar na dato, nauwelijks ter harte genomen.

De coördinator bij Kerkinactie bestaat niet. Een kwestie van prioriteit, zegt woordvoerder Kor Berends.

Kort na de publicatie van ’De rol van de kerk bij een ramp’ diende Kerkinactie te bezuinigen, ’binnenlandwerk’ moest een derde van het budget inleveren. Op het prioriteitenlijstje schoof rampenpastoraat een paar plaatsen omlaag.

Ook de trainingen voor dominees en gemeenteleden zijn slechts zeer mondjesmaat gegeven. Acht van de tien protestantse dienstencentra hebben met deze aanbeveling van Ruff niets gedaan.

„Domweg geen tijd”, laat het protestants dienstencentrum Groningen/Drenthe in Haren weten. Ook in het noorden was men druk met ’een fusie, een renovatie en bezuinigingen.’ Volgens het dienstencentrum Noord-Brabant/Limburg in Eindhoven was het probleem ’de tijdsfactor en de menskracht’.

In Friesland heeft het protestants dienstencentrum samen met de Raad van Kerken wél een leidraad opgesteld voor plaatselijke kerken. Friesland had ervaring met een ramp: een uitbraak van mond- en klauwzeer trof in april 2001 de agrarische dorpen Ee en Anjum. En de opsteller van het kerkelijke ’rampendraaiboek’, tevens adviseur van de Raad van Kerken, Harry van der Snee, maakte van dichtbij mee hoe een F16-straaljager in 1992 neerstortte op een woonwijk in Hengelo: „In de huiskamer van vrienden lagen delen van het vliegtuig.”

Het Friese plan van aanpak roept kerken op ook buiten de eigen kring te kijken: „Zonodig wordt contact gelegd met hindoeïstische, moslim- en joodse geestelijken of geloofsgemeenschappen.”

In Rotterdam hebben die ’geestelijken of geloofsgemeenschappen’ de handen ineengeslagen. Zij beschikken sinds vorige maand over het handboek ’Geestelijke verzorging bij grootschalige ongelukken en rampen’. Het is een dikke map met een onheilspellende rookwolk op het omslag. Tot in detail staat erin beschreven hoe de pastorale hulp na een catastrofe vorm moet krijgen.

Bij een eventuele ramp in Rotterdam zal in de nieuwe werkwijze het Leger des Heils als eerste ter plaatse zijn bij de opvang van getroffenen. Na een inventarisatie van de verschillende aanwezige religies en culturen, worden maximaal drie geestelijk verzorgers opgeroepen van een lijst met dertig beschikbare ’rampenpastores’ van verschillende denominaties, onder wie katholieken, protestanten, moslims, hindoes en geestelijk verzorgers uit de Chinese gemeenschap.

De opstellers van het handboek viel het op hoe weinig de verschillende denominaties, in het bijzonder protestanten en katholieken, van elkaar wisten.

Burgemeester Opstelten van Rotterdam nam het eerste exemplaar van het handboek in ontvangst en voegde het toe aan het rampenplan van de gemeente.

Rotterdam loopt daarmee voorop; in de meeste van de gemeentelijke rampenplannen die op internet te raadplegen zijn, komen de woorden ’kerk’, ’pastor’ en ’geestelijke’ niet voor.

Bij de grootschalige rampenoefening Bonfire, afgelopen april in de Amsterdam Arena, was geestelijke hulpverlening evenmin een punt van aandacht.

„Allerlei organisaties hebben voorafgaand aan de oefening hun diensten aangeboden”, zegt een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken. „Er is toen een keuze gemaakt wat wél en wat niet geoefend zou worden.”

De woordvoerder weet overigens: „Sommige vrijwillige medewerkers aan de oefening zijn nogal hardhandig met de ME geconfronteerd. Het Rode Kruis heeft hun psychosociale hulp verleend.”

De afwezigheid van pastores bij de rampenoefening is opmerkelijk. Eind 2003 moest minister Remkes de Tweede Kamer toezeggen dat hij zou nagaan ’hoe het levensbeschouwelijke element kan worden verankerd in de nazorg bij een ramp of crisis’.

Dat ’nagaan’ deed de stichting Impact, landelijk kennis- en adviescentrum voor psychosociale zorg na rampen. In nauw overleg met de inmiddels als ’rampenexpert’ te boek staande dominee Otto Ruff stelde de stichting de rapportage ’Rampenspirit, gestructureerd improviseren’ op. Vertegenwoordigers van de ministeries van binnenlandse zaken en volksgezondheid namen die vorige week op een congres in Diemen in ontvangst.

„Hulpverlening na een ramp is een organisch proces”, meenden de ambtenaren. „Dat valt bijna niet te sturen.”

Het rapport ’Rampenspirit’ beveelt gemeenten – opnieuw – aan de kerk in hun rampenplan op te nemen. De vertegenwoordigers van de ministers beloofden het rapport met hun hartelijke aanbeveling het land in te sturen. Zij kunnen gemeenten echter niet dwingen meer aandacht te hebben voor de rol van de kerk.

„Rampen komen zo weinig voor dat je niet van elke gemeente zulke specifieke kennis kunt verwachten.”

Bovendien, meende een van de twee ambtenaren: „Na een ramp heeft praktische hulp meer prioriteit dan psychosociale.”

De opstellers van ’Rampenspirit’ zijn zich bewust van de zwaktes van hun aanpak.

„Wij pleiten voor interreligieuze hulp, maar wat doen we als extremistische moslims een bomaanslag plegen bij een joodse organisatie?”

En voor hulp aan slachtoffers mag nu een boekje voorhanden zijn, maar vergeten de hulpverleners niet voor elkáár te zorgen?

Ook de pastor is een soort slachtoffer, constateerde pastoor Berkhout in zijn Volendamse dagboek. „Het verdriet van mensen bij een ramp maakt ook een pastor sprakeloos”, schreef hij. „Het kan hem zelfs blokkeren in zijn pastoraal handelen.”

En een rooms-katholieke pastor die in 1992 in de Bijlmer werkte, vroeg zich af: „Je wilt redder voor de schaapjes zijn en je rent je het vuur uit de sloffen. Maar wie zorgt er voor de herder?”

Dominee Otto Ruff is blij dat twee ministers nu oog hebben voor levensbeschouwing bij rampenhulpverlening. De geringe aandacht voor zijn eerdere aanbevelingen is volgens Ruff ’een psychologische kwestie’.

„We denken graag dat het ons niet gebeurt en spreken liever niet over lijden en ziekte. De dood is weggerationaliseerd, naar de rand van ons bestaan gedreven. Vroeger lag de begraafplaats midden in het dorp. Nu heeft het verzorgingshuis waar ik werk niet eens een aula meer. De dominante opvatting is: van het leven moet je genieten.”

Handboeken voor hulpverlening zijn een begin, meent Ruff. „Maar een verandering in het denken zou pas écht helpen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden