'Aan een nationale canon heb je niks'

'Als het universele duidelijk wordt, kom je tot de ontdekking dat iedereen - moslim, christen of boeddhist - eigenlijk hetzelfde wil'

Chris van der Heijden belicht de donkere episoden

'Bewijzen kan ik het niet. Toevallig is het wel. Een maand nadat ik een zwarte canon van de Nederlandse geschiedenis had gepubliceerd in De Groene Amsterdammer werd het thema van deze Boekenweek bekendgemaakt: 'Gouden tijden, zwarte bladzijden'. In mijn boek 'Zwarte canon' heb ik de gedachte van een verzameling donkere historische momenten verder uitgewerkt.

Er kwamen veel reacties op het idee. Mensen droegen zelf gebeurtenissen aan die erin zouden kunnen, zoals een Chinezenmoord in Batavia in de achttiende eeuw. Boosheid was er nauwelijks. Met verhalen over Johan de Witt en de slavernij roep je toch minder emoties op dan met een publicatie als 'Grijs verleden', waarin ik het beeld van de oorlog probeerde te nuanceren.

De onderbelichte momenten uit de Nederlandse historie heb ik in 'Zwarte canon' onder meer aangevuld met beschouwingen over de omgang met 'lastige' geschiedenis in andere landen: Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, de Verenigde Staten.

Overal bestaat de neiging om zichzelf tot het middelpunt te verklaren, de eigen normen en waarden als moreel superieur te beschouwen en te gebruiken uit de geschiedenis wat goed uitkomt.

Toch wijkt Nederland in vergelijking met andere naties nogal af. Kijk bijvoorbeeld naar Frankrijk, dat zich graag op de borst mag kloppen. Die neiging bestond bij ons minder. Frankrijk was ook veel meer één land, met Parijs als onbetwistbaar centrum. Nederland bleef lang een verdeelde natie. De Republiek was een federatie van gewesten. Daarna kwam de verzuiling. Eén groot, door iedereen gedragen nationaal verhaal ontbrak. Je had de Bataafse mythe, rond de door Tacitus beschreven opstand tegen de Romeinen, en het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog en de Gouden Eeuw. Maar dat waren vooral ook Hollandse geschiedenissen. Een Drent of een Limburger had daar minder mee.

De Tweede Wereldoorlog bracht wel zo'n gedeelde ervaring. Echt een natie werd Nederland pas door de ontzuiling. En eigenlijk heeft dat slechts vijfentwintig jaar geduurd. Vanaf begin jaren negentig greep de globalisering steeds meer om zich heen. Daarna kwamen de barsten in ons zelfbeeld: Nederlanders bleken minder massaal goed te zijn geweest tijdens de Duitse bezetting, de genocide in Srebrenica, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Het land zocht naar een nieuw bindmiddel. De canon bood uitkomst. Zo konden we een mooi geschiedbeeld met elkaar delen.

Het is niet zo dat ik per se het negatieve wil beklemtonen. Wat me stoort is dat sommige geschiedschrijving nu juist het positieve beklemtoont. Dat doet geen recht aan de historische werkelijkheid. Er was en zal altijd sprake zijn van een evenwicht: zwart én wit, zuur én zoet. Die balans wil ik terugzien.

Soms zit het ook in de manier waarop een onderwerp aandacht krijgt. Bijvoorbeeld in de canon. Er is geen aandacht voor het Nederlandse optreden in Suriname. Wel voor het afscheid van die kolonie. Kinderarbeid is geen apart venster. Nee, dat gaat over de afschaffing van kinderarbeid. Ik had het me nog niet eerder gerealiseerd, maar het zit zelfs in het thema van de Boekenweek: gouden tijden, zwarte bladzijden. Dat impliceert toch een beetje dat je over die gouden episodes boeken vol kunt schrijven, terwijl je voor de schaduwzijden genoeg hebt aan een paar bladzijden.

Die canon wordt langzamerhand een lijst waar je geen bal aan hebt. We komen uit een wereld waar het Westen het voor het zeggen had. Die wereld bestaat niet meer. We leven letterlijk en figuurlijk in een web met miljoenen vertakkingen. Dát en niet een nationale canon is wat we onze kinderen moeten onderwijzen. Het klinkt als complexe geschiedenis, maar dat hoeft het niet te zijn. Het verhaal wordt misschien wel minder ingewikkeld, doordat het universele van ontwikkelingen en ideeën duidelijk wordt. Zonder door te schieten richting cultuurrelativisme kom je dan tot de ontdekking dat iedereen - moslim, christen of boeddhist - eigenlijk hetzelfde wil: zijn kinderen een aardige opvoeding geven, het een beetje leuk hebben met vrienden.

Ik wil geen karikatuur van geschiedschrijving maken. Professionele historici in Nederland doen hun werk heel behoorlijk. Zij hebben echt wel oog voor de donkere kanten. Het loopt fout als de overheid zich met geschiedenis gaat bemoeien. Of het nu gaat om een canon of het opzetten van een historisch museum. Overheden moeten zich er eigenlijk niet te veel mee bemoeien en de geschiedenis overlaten aan het debat."

"Wat ook helpt, zijn buitenstaanders. In Spanje hangt nog steeds de geest van de Spaanse Burgeroorlog over de geschiedschrijving. Mensen van elders weigeren partij te kiezen. In Frankrijk moesten vooral niet-Franse historici het verhaal van de collaboratie onder het Vichy-regime bloot leggen.

Ik ben zelf ook altijd een buitenstaander geweest. Als kind van een foute vader werd ik weggezet. Mede daarom ben ik naar Spanje getrokken, heb ik een gezin gesticht met een Spaanse. Ik woon er een deel van de tijd. Toch voel ik me door en door Nederlander. Ik ben dol op dit land. Vergelijk me maar met de jongen aan de rand van het feestje die nooit echt verder komt.

Met het ouder worden wordt dat misschien nog wel erger. Dat is geen kwestie van ontwikkeling, meer van leeftijd. Je wordt zekerder van jezelf, hebt anderen minder nodig voor bevestiging. Dat maakt je automatisch meer buitenstaander.

De schaduwkanten van de geschiedenis blijven me voorlopig bezighouden. Ik ga de historie van de Werkgroep Herkenning, voor kinderen van foute ouders, beschrijven. Daarna wil ik een boek maken over mijn ouders. Mijn vader is kort geleden overleden. Het zal gaan over de oorlog, maar ook over hun katholieke wereld die verloren ging.

Tot slot moet er nog een boek komen over Spanje in de zeventiende eeuw: een rijk dat ontgoocheld tot het besef kwam dat het imperium niet meer bijeen te houden was."

Chris van der Heijden: Zwarte canon. Over de schaduwzijde van de geschiedenis. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen; 176 blz. € 12,50

Donkere tijden
Behalve te verwachten dieptepunten in de Nederlandse geschiedenis (het optreden van Jan Pieterszoon Coen in de Oost, de slavenhandel, het cultuurstelsel in Nederlands-Indië, de politionele acties en Srebrenica) ruimt Chris van der Heijden in zijn zwarte canon ook plaats in voor veel minder belichte, donkere episodes. Zoals:

De Chinezenmoord van 1740 Omdat de productie van Javaans suikerriet terugliep, groeide de werkloosheid. Het leidde tot onrust, muiterij en plundering. Vooral de in de kolonie aanwezige Chinezen werden gezien als een vijfde colonne. De gouverneur-generaal besloot 'de stad van Chinezen te ruimen'.

Zijn adviseurs vonden huiszoekingen verstandiger, maar ook die liepen uit op een moordpartij waarbij waarschijnlijk duizenden de dood vonden.

Collaboratie tijdens de Franse tijd Diverse gerenommeerde historici beweerden dat de steun van Nederlanders aan de Fransen tussen 1795 en 1813 en die aan de Duitsers tussen 1940 en 1940 volstrekt onvergelijkbaar zijn. Van der Heijden is dat niet helemaal met hen eens: "Net als tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn er ook tijdens en na de Franse tijd heel wat figuren geweest die hun vaantje naar de wind lieten hangen."

Berekende verdraagzaamheid/onverschilligheid De zo geroemde Nederlandse tolerantie kwam volgens de auteur niet zozeer voort uit innerlijke overtuiging als wel uit berekening. De handelsnatie had simpelweg baat bij de openheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden